Tom Dewulf begon twee jaar geleden als student aan de musicalafdeling van het conservatorium te Brussel. Nu zoekt hij het iets verder. In het kader van een uitwisseling gaat hij zijn derde jaar in Leipzig volgen. Wij nieuwsgierig natuurlijk want we willen weten hoe anders het daar verloopt dan in de Vlaamse of Nederlandse opleidingen. Hoe dat daar allemaal in zijn werk gaat, lees je in het dagboek van Tom.

Deel 43: Ik blijf!

woensdag 13 augustus 2008

Had je me in september gevraagd waar ik ging staan na een jaar Duitsland, dan was mijn antwoord helemaal anders geweest dan wat nu de realiteit is. Het was een bewogen jaar waarin je jezelf en vele andere mensen leert kennen. Een jaar waarin de ups en downs zich afwisselen met de snelheid van een nerveuze klok. Een jaar waarin je zweeft tussen onzekerheid en vastberadenheid. En als klap op de vuurpijl – kwestie van het allemaal nog wat ingewikkelder te maken – lukt die ene auditie waarvan je dacht dat je de rol nooit zou krijgen. Dit betekent dat ik volgend jaar niet terugkom naar mijn favoriete schooltje in Brussel, maar dat ik blijf wonen tussen de braadworsten mit sauerkraut.

Deze beslissing heeft uiteraard vele gevolgen. Ik maak dan waarschijnlijk hier mijn studies verder af terwijl ik enkele dagen per maand op de planken sta. De musical die mijn verblijf hier verder zal financieren heet “Comedian Harmonists” en gaat over de gelijknamige close harmony groep ten tijde van net voor de tweede wereldoorlog.

Wanneer je hier in de HMT Leipzig van elke leerkracht de toestemming krijgt om werk aan te nemen, dan kan je rustig studeren en werken tegelijkertijd. Het is echter wel zo dat Miss Curry vaak stokken tussen de wielen steekt en dus ook hier liep niet alles van een leien dakje.

De eerste samenkomst met de vijf zangers uit de “Comedian Harmonists” viel al bijna in het water door toedoen van onze teergeliefde dancing queen. Ze had net op dat moment een groepsvergadering gepland om enkele zaken te bespreken in verband met het afgelopen jaar, and there was no way that we could miss that! Na enkele pogingen van mezelf en de anderen die ook in dit project aangenomen werden, kwam ze tot de fantastische oplossing om het hele gebeuren via telefoonconferentie te volgen.

En zo gebeurde het... Tijdens het nemen van de kostuummaten en de fotoshoot voor de levensgrote affiches, lag er een GSM met luidspreker op volle kracht op de grond en riepen we af en toe enkele Ja’s, hmhm’s, en oké’s tussen de lichtflitsen van de fotograaf door.

Het spreekt voor zich dat zowel wij als Miss Curry een belachelijk figuur sloegen tegenover de organisatoren. Gelukkig konden ze er even later hartelijk om lachen en kregen we de contracten in onze handen. Thuisgekomen trokken we nog enkele foto’s van onszelf met ons eerste professionele contract in de hand. En fier dat we waren...

Na deze hele gebeurtenis is het tijd voor de dansexamens.
Alle meisjes moeten volgens de voorschriften opgedirkt zijn met make-up en een dress-to-impress-oufit. En de jongens? Ach, die kunnen komen zoals ze willen. Zolang we maar een spannende T-shirt en broek dragen zodat ze elke spier in ons lichaam kunnen zien bewegen.
Miss Curry, Tom Fletcher en Herr Szydelko zitten netjes op een rij en kijken bezorgd of afkeurend naar alle bewegende voeten.
Het theoretisch gedeelte bestaat uit het benoemen van enkele belangrijke spieren en het solo uitvoeren van een hele resem danspassen die enkel worden uitgesproken door een argusoog-stuiptrekkende Miss Curry.

Dat een dansexamen in deze strengende hitte geen makkie is, moet ik niet uitleggen. Bij elke pirouette vlogen de zweetdruppels in het rond en na elke bodemdans moesten we de vloer afdrogen.
Maar het is allemaal gelukt. Na het laatste examen konden we één voor één naar binnen en kregen we onze evaluatie en dé punten. Voor sommige mensen was dit een opluchting, en anderen kwamen dan weer met betraande ogen of vloekend naar buiten geslenterd.

Mijn examens bleken helemaal niet slecht te zijn en ik kreeg zelf een extra felicitatie voor mijn passie: tapdans. Miss Curry glimlachte al haar 328 tanden bloot en ik kreeg er zowaar een dikke knuffel bovenop. “See you in october, Thomas!” zei ze. “And think about it... Always pick it up!”.

Ja, always pick it up. Altijd met rechte rug door het leven lopen, als een danser. Dat zal ze in oktober nog eens moeten herhalen denk ik, want het wordt eerst een beetje genieten van de welverdiende vakantie.

Het was een ontzettend zwaar jaar, maar wat heb ik genoten. Ik kan het iedereen aanraden om een jaartje in het buitenland te studeren of te werken. Het opent je ogen, het opent je wegen en het opent jezelf. Dit krijg je uiteraard nooit gedaan zonder de steun van familie en vrienden en die wil ik bij deze dan ook nog eens heel hard bedanken. We zullen elkaar weer voor minimum een jaartje niet zien en ik zal iedereen weer heel hard missen. Gelukkig zorgt Surfing Bomma voor de nodige babbels via skype.

Bedankt om dit dagboek te volgen. Het was alleszins zeer fijn om het te schrijven.

Ganz liebe Grüsse,

Tom Dewulf

Deel 42: Het examen

zondag 6 juli 2008

De Eindrush is begonnen… Je voelt de spanning in het schoolgebouw stijgen. Laatstejaars worden langzaam rood van ongeduld om hun diploma in handen te krijgen, eerstejaars lopen verward en gedesorienteerd door de gangen, het kopieerapparaat verdubbelt de ene cursus na de andere en het zonnetje dat normaal zo geliefd is, tergt ons met zijn warme stralen die nog nooit zo veraf leken. Ja, het is juni en de examens gaan van start.

Als erasmusstudent valt mijn examenpakket zeer goed mee; een weliswaar zeer vermoeiend en tijdslopend project en enkele dansexamens zijn het enige wat ik moet afleggen. Maar dat is meer dan genoeg. Als je als publiek naar een voorstelling kijkt, vlieg je mee in een verhaal. Dat er achter de personages een man/vrouw van vlees en bloed zit, kan iedereen zich ook nog inbeelden. Dat er vlijtig gerepeteerd geweest is – met de bijhorende spierpijnen, ongelukken en slapeloze nachten tot gevolg – kunnen de meeste mensen uiteindelijk ook wel bedenken. Maar enkele dingen worden in het publiek zeer vaak vergeten. Het “licht” is één van die dingen. Zonder licht, geen show. En dat werd me al snel duidelijk bij het organiseren van mijn project.

Als auteur, choreograaf, regisseur, acteur en organistor van mijn eigen examen besef ik dat een show op poten zetten verdorie veel moeite kost. De affiches maken en laten drukken, de nodige telefoontjes en emails sturen, je eigen muzikale begeleiding regelen en nog een heleboel andere vermoeiende taakjes, waaronder een lichtplan maken. Gelukkig biedt de school twee lichtmensen aan, die je helpen bij het invoeren van alle lichtstanden in de lichttafel. Jammer genoeg werden deze twee vakmensen ingepalmd door het grote opera-project van de klassieke zangafdeling. “Le Nozze di Figaro” van Mozart zorgde er dus voor dat ik en mijn hele show zonder licht zaten.

Tandenknarsend en nagelbijtend probeerde ik zelf het lichtpaneel aan de praat te krijgen. Na diep in mijn geheugen te graven, herinnerde ik me plots hoe ik in mijn tweede jaar aan het conservatorium, elke lichtverandering heb moeten invoeren. Na enkele pogingen beleefde ik de Aha-erlebnis met volle borststem. Een uurtje later had ik elke lichtstand ingevoerd en was die zorg van tafel geveegd. Nu nog de rest....

Twee dagen later zat ik in een ronde flauwe spot, terwijl het volk binnenkwam. “Niet één keer hebben we het stuk kunnen doorspelen in de zaal.” Flitst er door mijn hoofd. Dat vergroot natuurlijk de spanning. Het binnenkomen van de mensen bleef maar duren en ik zag een heleboel lieve gezichten die met een warm hart kwamen kijken naar een jaar van harde arbeid. Enkele leerkrachten en leerlingen zwaaiden naar me en gingen keuvelend zitten. En dan kwamen Miss Curry en Frau Ernst binnengewandeld, met notablok onder de arm geklemd.

Iedereen was binnen en elke stoel in de “blackbox” was gevuld. Herr Singer zat aan de piano, Herr schoßböck aan het lichtpaneel (zenuwachtiger dan ikzelf en het enige dat hij moest doen was enkele keren op de wisselknop drukken zodat de lichtstand veranderde), Julian Wejwar zat aan de cd-speler en ik... ik voelde alle stress van me wegstromen bij de eerste tonen van “Cabaret”.

Ik hoorde de eerste lachsalvo´s bij het imiteren van de cabaret-girls en dat gaf me moed. Een heel jaar lang moet je lachen met je eigen mopjes en krijg je zo goed als geen feedback. Maar al je twijfels verdwijnen als sneeuw voor de zon tijdens de show zelf. De mensen lachen zelf op plaatsen waar ik het helemaal niet verwacht had. Na de eerste song is mijn keel kurkdroog en kijk ik al uit naar mijn eerste en enige moment dat ik offstage ben. Ze hadden me voor dit euvel gewaarschuwd, maar ik had nooit gedacht dat het ZO erg was.

Nina Baukus, die de duivel speelt, komt op als verpleegster en laat ook op haar beurt de zaal bulderen. Nadat ze mij het contract heeft laten ondertekenen, klinken de eerste noten van “New York, New York”, en loop ik backstage om een halve liter water naar binnen te zwelgen en mijn tapdansschoenen in ijltempo aan te trekken. Dat laatste lukt echter niet zo goed omdat één van mijn schoenveters zin had om verstoppertje te spelen. Een eerste paniekaanval en zweetuitbarsting maakt dat mijn schoenveter het gevecht met mijn trillende vingers wint en en als natte zeep naar een andere hoek in mijn schoen glipt.

Ik hoor dat ik over enkele tellen met mijn tapdanschoreografie moet beginnen en loop met een open schoen terug de scene op. Het lukt me uiteraard niet om zo te tapdansen en na enkele danspasjes voel ik hoe mijn schoen mijn voet probeert te ontvluchten. Ik beslis dan ook om er korte metten mee te maken en hop me door de choreo heen. Met veel humor en een overtuigend gezicht probeer ik dit pijnlijk moment op te lossen, maar binnenin gaat mijn hart te keer als een Formule 1-wagen en zweet ik me een hele Noordzee uit. Later blijkt dat niemand mijn probleem opgemerkt had, wat me ten zeerste verbaasde, maar ook enorm opluchtte.

Op het einde van de show ben ik blij dat er maar één ding is foutgelopen (dat ene ding was dan natuurlijk wel de moeite waard!) en dat ik iedereen kan bedanken. Dat doe ik – om het me gemakkelijk te maken – in het Nederlands. Ook daar kon ik uiteraard op enkele lachsalvos rekenen. Na het laatste applaus ontkurken we de champagne en vier ik tot een stuk in de nacht mijn overwinning in het gevecht: Tom versus Duits. Blij, vermoeid en een beetje zat plof ik in mijn bed om pas 10 uur later weer wakker te worden.

Tom

Deel 41: Work in Progress

zaterdag 28 juni 2008

Stress, stress en nog eens stress. Mijn project gaat binnenkort in première, de eerste doorlopen van onze dansvoorstelling “Works in Progress” komen eraan én de repetities voor de kindermusical "Prinzenraub" zijn gestart.

Mijn project brengt naast het repeteren en uitproberen nog een heleboel andere kopzorgen met zich mee. De affiche, de uitnodigingen, de rekwisieten en kostuums, de cameraman reserveren en ga zo maar door. Tijdens de repetities zie je plots ook grote gebreken aan je eigen choreografieën en twijfel je of je ze al dan niet in de laatste week moet veranderen. (Wat je dan uiteindelijk toch doet, want je voelt je er helemaal niet meer goed bij.)

Nina Baukus, mijn tegenspeelster, komt uit de Joop van den Ende Academie uit Hamburg en speelt de ideale duivel, dus daar kan ik niet over klagen. Of ik haar ideale slachtoffer speel, dat zullen we weten kort na mijn première. De leerkrachten steken dan snel alle koppen bij elkaar en even later weet je of je ooit iets kan betekenen op musicalvlak, of dat je beter met je nissan sunnytje naar huis rijden kan om een beroep te zoeken waarin je je nuttig kan maken voor de samenleving. Frau Ernst is namelijk heel direct in haar commentaren. Hoe zeer ze iedereen ook mag, ze kan je met de grond gelijk maken. (En dat uiteraard met een nog dodelijkere glimlach.)

Zo schrok ik van haar bikkelharde uitstraling tijdens de ingangsexamens. Die gingen door in de blackbox, één van de podia in onze school, waar ook mijn voorstelling zal doorgaan. Alle studenten van de hele school (of je nu uit de musicalafdeling kwam of niet) konden deze ingangsexamens bekijken vanuit de zaal. Het spreekt voor zich dat de zaal goed gevuld is, want ook de lessen worden in heel het gebouw stilgelegd. Elke persoon in deze ruimte verkneukelt zich op genante idool-toestanden en echte toppers die je dag goedmaken. En met een keiharde voorzitter als Frau Ernst, krijgt heel het gebeuren een extra lach-factor. Pas volwassen meisjes en iets oudere jongens (legerdienst is hier nog een must) proberen hier hun droom waar te maken en worden terstond opgehemeld of door de hel gestuurd.
“Het arme kind...” was het enige wat ik zeggen kon nadat onze Queen of fashion (Frau Ernst is steeds heel verzorgd en trendy gekleed) na tien maten riep dat ze dat stuk sneller wilde horen en met de hak van haar knalrode schoen het tempo – wat razend snel was voor een ballad – aangaf.

Herr Singer probeerde de would-be-musicalstar te verdedigen en zei dat ze het zo hadden ingestudeerd, maar had al snel door dat er die dag niet gediscussieerd zou worden met Lady Prada herself. Ook het moment waarop ze zelf begon mee te zingen, deed mijn hart bloeden voor de plots nog zenuwachtigere jongen. De melodie klopte, maar de tekst had Frau Ernst veranderd in: “en je kan naar huis!”
Het is hard, maar verstaanbaar. Je kan meestal na enkele maten weten of je meer wil horen of niet, en een hele week auditie afnemen, maakt je niet bepaald goedgezind.

Na het zingen voor de 15-koppige jury, werden de deelnemers naar de danszaal gebracht waar een nog erger lot hun toelachte. Miss Curry kwam breed grijnzend de danszaal binnengewandeld en gunde niemand ook maar één enkele blik. De auditie begon met een speech over het nu al kunnen zien wie geen talent heeft om te dansen omdat hun lichaam niet present genoeg is in de ruimte. De doorgezakte ruggen werden in een mum van tijd gerecht en na een monoloog van een kwartier, begon herr Szydelko met een klassieke opwarming om U tegen te zeggen. Na tien minuten vlogen de zweetdruppels in het rond en snakte iedereen naar zijn flesje water dat binnen handbereik stond maar nog nooit zo ver geleken had. “Er wordt namelijk niet gedronken tijdens het dansen.”, zindert Miss Curry´s stem nog na in de grote zaal. Het arme meisje (wiens voeten heel de bar-opwarming parallel stonden) kreeg deze zin naar haar kop geslingerd na een klein nipje van haar fluogekleurde drankje.

Na een uurtje balletauditie was het de beurt aan Miss Curry. Tien minuten duurde het, voor iedereen elkaar verward aankeek en het niet waagde zijn hand op te steken om een vraag te stellen. Miss Curry had naar haar mening de danspassen voldoende getoond en “Los geht’s!”, het voordansen kon beginnen. In groepjes van drie lieten de deelnemers – met nummer op de buik gespeld – zich van hun beste kant zien. Het eerste groepje stond na de eerste 32 tellen impro totaal vertwijfeld stil en tekende hiermee hun “Tschüss, und bis nächstes Mal”-brief.

In totaal konden die dag zeven mensen naar de volgende ronde. Samen met de zeven gelukkigen van de dag ervoor, ging de tweede ronde van start. In de eerste ronde hadden ze reeds moeten zingen, acteren en dansen, en dat was in de tweede ronde niet anders.

De eerste zeven werden in het toneellokaal gebracht om daar aan hun voorbereidde monoloog te werken om te zien hoe flexibel ze zijn. De anderen konden de zangproef nog eens afleggen en mochten hierbij hun sterkste nummer laten horen. Wanneer deze twee groepen elkaar afgewisseld hadden, werden ze allemaal nog eens naar onze Amerikaanse dansfurie geleid om daar het auditiedansje af te werken en elke pirouette te vervangen door een dubbele draai. Het dansje was echter zo snel dat dit bijna niet mogelijk was en bijgevolg veel mensen uit de maat dansten of pardoes op hun billen terechtkwamen. Tiens, dat ken ik van ergens....

Om acht uur ’s avonds, kwamen de leerkrachten uit hun vergaderkot en verkondigden de gelukkigen. Dit deden ze echter niet zonder eerst nog eens iedereen te feliciteren met hun inzet en ze dan onmiddellijk nog eens stevig op hun plaats te zetten. “Er waren 6 vrije plaatsen”, meende Frau Ernst, “en we nemen maar 5 mensen aan. Maak zelf jullie bedenkingen daarbij.” De moordende glimlach kwam weer tevoorschijn. De Donau is weer een stuk breder geworden met de tranen die na de bekendmaking gevloeid zijn. Leipzig is namelijk de school die als laatste ingangsexamen afneemt. Sommige deelnemers hadden heel de lijst reeds afgewerkt en werden overal geweigerd. Hun laatste hoop werd hier ook nog weggeblazen. Sommigen weten ook helemaal niet wat plan B is en gaan totaal geestelijk verwoest naar huis. Tja, wie Miss Curry of Frau Ernst op zijn pad kruist, neemt een groot risico...

Tom

Deel 40: Erotische verjaardag

woensdag 25 juni 2008

11 mei is tot nu toe elk jaar een lollige bedoening geweest die meestal eindigt met een heleboel cadeautjes en een hoofd vol straffe verhalen. Dit jaar heb ik mezelf weer overtroffen. Leipzig staat bekend om zijn grote Gothic-gemeenschap en houdt dan ook elk jaar een groot festival waarbij de straten een heel weekend gevuld zijn met donker geklede mensen of mensen die zich in de Middeleeuwen wanen. Op mijn 26ste verjaardag liep iedereen dus verkleed rond, de één al mooier dan de andere.

Op zich zijn het fantastische kleren, maar sommige mensen gaan wel behoorlijk ver in heel dit gedoe. De schaars geklede vrouw aan de leiband vond ik er persoonlijk een beetje over. Of was het de man met meer piercings dan zichtbaar vel die me deed verslikken in mijn ijsje?
Me afvragend hoe deze mensen het in deze hitte uithielden in die zware zwarte kleren, wandelde ik terug naar huis en besliste dat ik mijn verjaardag niet zou vieren tussen feestvierende vampiers en SM-liefhebbers. Via het internet vond ik de oplossing. Ik zou met mijn klasgenoten gaan bowlen... Maar waar? Internet bood alweer de oplossing.

Op elke site stonden er een heleboel mooie foto´s en verschrikkelijke prijzen. Dat zag ik al wat minder zitten... Tot ik een kleine onafgewerkte site vond – zonder foto´s, maar spotgoedkoop – en vlug twee banen reserveerde. Daar aangekomen begreep ik waarom de site geen foto´s bevatte. Het cafeetje kon niet marginaler zijn en helemaal achteraan lagen twee bowlingbanen. Ik had dus blijkbaar heel het café afgehuurd. De man achter de toog zag er uit alsof hij reeds zeven jaar geen klanten meer gezien had, en uit angst een klant te missen, zijn café ook nooit sloot en steeds op dezelfde plaats was blijven staan. Ik vertelde de man dat ik met hem gebeld had en of alles in orde was. “Jaja,” zei de grijze man, “begin alvast maar, ik kom zo dadelijk de bestelling opnemen.”

Het verwonderde me al dat we geen aparte schoenen moesten aandoen, maar bij het bekijken van de bowlingbaan zelf, kreeg ik een licht vermoeden dat dit eigenlijk niet veel uitmaakte. Door de lachwekkende situatie en het overgoedkope bier, zat de sfeer er al snel goed in. We lachten en probeerden zoveel mogelijk kegels om te gooien. En toen gebeurde het... Als je denkt dat het niet erger kan, dan doet onze lieve God er nog een schepje bovenop. Of was dit eerder het werk van een minder heilig creatuur. De eerste strike was een feit en op het beeldscherm verscheen er een naakte vrouw die me van harte feliciteerde met mijn worp. Het moest mij weer overkomen.... ik had een erotische bowlingbaan afgehuurd.

Je kan je wel voorstellen dat de sfeer er nu helemaal goed in zat. Het duurde behoorlijk lang voor de volgende strike geworpen werd, want al lachend kan je moeilijk richten. Het werd al helemaal te gek toen één van de meisjes een strike gooide en een naakte man te zien kreeg. Al hadden ze daar uiteraard niets op tegen.

Klokslag twaalf werd er uiteraard gezongen en werden de pakjes uitgedeeld. Menig snoepgoed en drankjes werden uitgepakt en daaraan zag ik dat de Duitse gemeenschap mij stilaan begint te kennen. Na het zingen kwam geen “hiep hiep hiep hoera”, maar “ziggezaggeziggezagge..... hey hey hey!” zoals dat hier in Duitsland de traditie is.

Na een avond van groot jolijt, waggelde ik naar huis, om de volgende ochtend uit mijn bed gebeld te worden door een veel te vriendelijke Frau Ernst. Als antwoord op mijn schorre “Hallo” kreeg ik een jazzversie van Happy Birthday te horen gebracht door het hoofd van de musicalafdeling. Zijn ze hier niet allemaal heel lief? Uiteraard was ik heel blij met alle mailtjes en smsjes die vanuit La Belgique toekwamen, waarvoor hartelijk dank.

Zondagmiddag werd er als uitloper van het feestje nog gezellig gebruncht. Zowat ieder groter café in leipzig houdt elke zondag een heuse brunch voor Oost-Duitslandse prijzen. Heerlijk gewoon (al kan ik die Wiener worstjes ondertussen niet meer ruiken of zien)!
De volgende dag was het uit met de pret. De eerste les was het weer volle petrol bij Miss Curry. Zij had tijdens mijn feestvieren een hele nieuwe choreografie uitgedokterd en pompte die –willen of niet – door onze strot. Leve de komende Muskelkater.

Onze dansvoorstelling wordt een zware avond, dat kan ik nu al zeggen. Miss Curry heeft me niet gespaard... Naast enkele ensemblestukken, dansen de mannen van niveau twee op het lied “Ich brenn für dich”, dansen putzteufel Julian en ik een tapdansduet, hef ik mezelf een hernia tijdens mijn Pas-de-deux met Hellen en dans ik nog een solo uit mijn eindproject FA(U)ST VERÄNDERT.

Als mensen me vragen hoe het met me gaat, besef ik dat ik voor de zoveelste keer dit jaar zeg dat ik doodmoe en kapotgedanst ben. Ik zal er me bij moeten neerleggen vrees ik, dat is het leven waarvoor ik gekozen heb. But I like it!

Tom

Deel 39: Mannendag!

dinsdag 17 juni 2008

De tradities in Duitsland, je kan er een boek over schrijven. 1 mei is de dag van de arbeid, maar hier in Duitsland is dat ook nog de officiële “Mannendag”. Mijn leerkracht Duits wist ons dat vorige week te vertellen en waarschuwde ons ook voor het onfatsoenlijk gedrag. “Ze zouden in hun zatte bui wel eens lastig kunnen doen.” wist Frau Laue ons te vertellen. Het zou me verbazen als een zatte Duitser zich vergrijpt aan mijn lichaam, dus ik ging er van uit dat ze vooral de meisjes in de klas viseerde. Maar wanneer ik hoorde dat Ji Seon, het Koreaanse meisje met wie ik toneelles had, zelfs de dag ervoor al bij een vriend zou blijven slapen en op 1 mei enkel onder begeleiding zou buiten komen, hoorde ik het helemaal in Keulen donderen. Blijkbaar gaat het hier niet om seksuele vernederingen of domme zatte praat, maar om een rassenkwestie. Op die dag komen vele demonstranten namelijk hun gelijk bewijzen en hoe kan dat beter dan met vechten. “Het is ten slotte mannendag” hoor ik nu veel vrouwen denken...

Het werd me dus ook ten zeerste afgeraden om alleen over straat te wandelen. Als de neonazi’s horen dat ik buitenlander ben, zou ik wel eens op een pak rammel kunnen rekenen. Het is een feit, de neonazi’s zijn hier sterk vertegenwoordigd in Leipzig, maar ik kan me niet inbeelden dat ik hier werkelijk gevaar loop. Ik lach hun waarschuwingen daarom ook weg en ben niet van plan om de hele dag binnen te blijven. Onze school en de winkels zijn niet open, en ik heb geen zin om de hele dag in mijn kamertje naar mijn Disney-bureau te zitten staren.

Tijdens één van onze regelmatige skype-gesprekken, vertel ik mijn vriendin over deze traditie en zijn nare gevolgen. Het was al behoorlijk laat, want we hadden onze eerste muzikale repetitie gehad voor de musical in Altenburg (jaja, mijn eerste werk in Duitsland op musicalvlak is een feit) en ik zeg haar dat ik waarschijnlijk plots zal moeten stoppen met bellen omdat het bijna tien uur is en de norse conciërge me dan ook uit het computerlokaal smijt. Enkele minuten later wordt ons gesprek helemaal niet beëindigd door de buitenwipper, maar door een nieuw systeem. Om tien uur stipt vallen alle computers gewoon uit. Een beetje verrast door deze nieuwe maar functionele methode, wandel ik even later het schoolgebouw uit richting tramhalte. Met onze studentenkaart kunnen we na 19u gratis van het openbaar vervoer gebruik maken, wat zeer welkom is na een dagje Miss Curry.

Ik zie dat het grote feest op straat blijkbaar al begonnen is en merk ook dat er veel meer politiecombi’s rondrijden dan normaal. Zouden mijn vrienden dan toch gelijk hebben? Lopen alle buitenlanders morgen gevaar? Met een dubbel gevoel, wandel ik verder. De stad voelt uitgelaten aan. Overal hoor je gelach en geroep en zie je bezopen mensen. De Gothic-gemeenschap treedt buiten haar grenzen en zet ook voet in de andere bars. Hoewel deze zwart geklede en geschminkte mensen zeer vriendelijk zijn en niemand iets kwaad doen, zien sommigen er echt angstaanjagend uit. Dat remt mijn onbehaaglijk gevoel niet helemaal af.

Ik ben blij als ik op de tram zit, ook al zit ik naast een overgepiercte man wiens haar duidelijk reclame maakt voor de tinten groen en roze. Ik blijf hier toch echt versteld staan van de haarkleurhype in Oost-Europa. Unmöglich...

Thuisgekomen lacht mijn huisgenoot het zogezegde gevaar weg en stelt me weer op mijn gemak. Met mijn lichte haarkleur (die niet geverfd is in tegenstelling tot elke andere haardos hier in Leipzig) en mijn blauwe ogen ben ik helemaal geen doelwit volgens hem. Ondanks de geruststellende woorden, sluit ik ’s nachts voor één keer mijn venster, want de avond voor 1 mei is het blijkbaar “Walpurgisnacht”. In deze nacht worden er allerlei fratsen uitgehaald zoals op 1 april, maar dan veel erger. Het centrale thema omvat dan ook alles wat met heksen te maken heeft. In deze nacht worden hekken uit hun hengels gehaald en op straat geworpen, eieren tooien de gevels van de mooiste en duurste huizen, en WC-papier – al dan niet van het merk “Big Willy” wordt overal rondgeslingerd.

Wanneer ik ’s morgens wakker word, wat is uitslapen tijdens de week toch zalig, kijk ik snel naar buiten en zie dat het een stralende dag is. Veel zon én geen les. Enkel een twee-urige repetitie, vastgelegd door een overijverige regisseur. Ik besluit dan ook om mijn verslaving aan braadworsten in te ruilen tegen mijn verslaving aan ijsjes en trek de stad in. Vandaag is het test-je-Duits-dag. Niet te buitenlands klinken, is dus de boodschap, want anders zit ik hier misschien mijn volgende dagboek te typen met een blauw oog en een gebroken neus. Spannend, zo een jaartje Duitsland...

Tom

Deel 38: De auditie

donderdag 12 juni 2008

De auditie voor de musical in Altenburg was mijn tweede musicalauditie ooit. Mijn eerste auditie is bijna te gênant om te beschrijven, maar aangezien dit een eerlijk verslag moet zijn van dit levensjaar, verplicht ik mezelf om het toch even neer te pennen.

Het is ondertussen algemeen geweten dat dans niet mijn sterkste punt is, en dat werd nog eens bevestigd door de auditie voor “High School Musical”. Miss Curry en Frau Ernst hadden me aangeraden om wat ervaring op te doen in audities, dus ik stuurde mijn cv. Ik was al lang blij dat ik een uitnodiging kreeg, en bereidde me voor op het ergste, want het begon met een dansauditie. De dansstijl was iets helemaal nieuws voor me – een hip hop invloed was duidelijk merkbaar – en ik viel natuurlijk erg op tussen al die Nederlandse dansers. En dat niet in positieve zin.

Gelukkig kon ik tot het einde meedansen zonder al te veel fouten te maken. Wat ik deed, was echter allesbehalve dansen, maar ik kon mee. Jammer genoeg wil een mens zich op een bepaald moment steeds bewijzen en toen ik zag dat iedereen zijn been tot naast zijn oor gooide tijdens de grand battement, gaf ik er nog een lap op en zwierde ook mijn been tot naast mijn oor. Tot mijn grootste spijt, en uiteindelijke vernedering, floepte mijn standbeen ook mee de lucht in. En daar ging het mis... De zwaartekracht nam de regie over en liet me voor een halve seconde op de grond botsen. Ik veerde uiteraard onmiddellijk recht en deed alsof er niets aan de hand was, maar het onheil was al geschied. Mijn kans om in de zangronde te geraken was bij deze dan ook gereduceerd tot nul.

Maar als je denkt dat de pijnlijkheidsfactor reeds groot genoeg is, dan vergis je je. Op het einde van deze wervelende choreografie, doorspekt met spagaten, split-jumps en vervelende grand battements, kon iedereen zichzelf nog eens bewijzen met vier keer acht tellen improvisatie. Dit was me nog nooit gevraagd geweest en ik deed een poging om al mijn positieve kanten te laten zien. Maar al snel werd ik afgeleid door anderen die zich met flikflakken en salto’s naar de volgende ronde doorduwden. Hier was ik echt niet goed van. Elke keer als je denkt dat je iets bereikt hebt, zie je de volgende berg werk op je afkomen. Ik denk dat dit het lot is van een musicalartiest.
Een mens leert gelukkig uit zijn fouten en weet nu dat hij ondanks de zenuwen ook nog aan zijn techniek moet denken en zich niet mag laten afleiden door hoe goed anderen wel dansen.

Mijn tweede auditie verliep bijgevolg al een stuk beter. Bij het binnenkomen, stelde ik me even voor, dat was voor mij het spannendste (zouden ze mijn accent te erg vinden voor de rol?), en daarna vielen de zenuwen van me af als regen van een paraplu. Mijn Duitse song was uiteraard “Willkommen” uit Cabaret en als popnummer zong ik “She´s always a woman to me” van Billy Joel. Na het voorzingen stelden ze nog enkele vervelende vragen, ik verstond deze niet-echt-accentloze vrouw niet altijd, maar kon me overal uitpraten, en daarna was de kous af.

Of ik de rol nu zou hebben of niet, dat was eigenlijk niet meer zo belangrijk. Ik vond dat ik het goed gedaan had (zeker in vergelijking met mijn “London bridge is falling down”-imitatie van mijn eerste auditie in Nederland) en trakteerde mezelf op een zak snoepjes. Het snoepjesmerk Haribo is hier alom tegenwoordig en dat doet af en toe toch eens deugd. Eens goed snoepen, het kan wonderen verrichten met je gemoedstoestand.

Een tijdje later krijg ik samen met drie andere collega´s het goede nieuws te horen dat we in september een première zullen spelen van de musical Prinzenraub. Mijn hart maakt een driedubbele salto. Eén maal voorwaarts van geluk en één maal achterwaarts van angst. Gaat dit lukken? Kan ik dat al aan? Gaan ze het oké vinden wat ik doe? En nog een heleboel andere domme maar logische vragen schieten door mijn hoofd.

Het zal hard werken worden, dat is zeker, maar het is een mooie kans die ik hier aangeboden krijg en die ik met heel mijn verstand, hart en lichaam moet aanvaarden. Wanneer ik het script en de partituren onder mijn neus gedrukt krijg, begint het overal te jeuken. Ik kan niet wachten en wil er onmiddellijk invliegen. Maar misschien is het toch wel best dat ik mijn hoofd bij mijn project hou en dat eerst tot een goed einde breng. Met stomheid geslagen, wandel ik naar huis en plots is Leipzig zo mooi. Grappig, hoe de esthetiek van gebouwen en natuur kan afhangen van een goede of een slechte dag.

Wanneer we ons repetitieplan krijgen, merk ik dat ik het operakoor zal moeten laten vallen. Dat is uiteraard onnozel, ik ben namelijk nog geen maand lid van dit koor, maar de keuze is toch wel snel gemaakt. Ik kan hier nog uren doorgaan over hoe blij ik wel ben, maar ik denk dat ik mijn litanie kan samenvatten in één duidelijke zin: het was een goede beslissing om alles voor een jaartje achter te laten en hier naar toe te komen.

Tom

Deel 37: De dansvoorstelling

zondag 1 juni 2008

Het is weer zeer druk de laatste tijd. Miss Curry had enkele weken geleden namelijk het lumineuze idee om een dansvoorstelling in elkaar te boksen. Iedereen moet begin juni minstens in drie choreografieën meedansen, zijnde ballet, jazz en tap. Dit komt voor enkele leerlingen zeer slecht uit, want deze dansvoorstelling valt plat in de voorbereidingsperiode van de examens.

Het tweede jaar moet namelijk een show van een half uur in elkaar boksen om te bewijzen dat ze naar de meesterjaren mogen doorstromen. Deze show – wat hier “Vordiplom” genoemd wordt – moeten ze volledig eigenhandig op poten zetten en moet een zuiver dansdeel, 5 songs (waaronder een klassieke aria) en enkele monologen bevatten. Bepaalde danspassen zijn uiteraard vereist en worden nauwkeurig door Miss Curry afgevinkt tijdens het examen. Het vijfde jaar heeft dezelfde opdracht, maar dan dubbel zo lang. Dit “Abschlussprojekt” neemt zeer veel tijd in beslag, want je moet alles zelf samenstellen en choreograferen.

De grote ontmoedigde zucht komt deze keer niet alleen van de leerlingen, maar ook van de andere dansleerkrachten. Herr Szydelko (ballet) en Tom Fletcher (tapdans) zijn ook verrast door dit voorstel en slaan snel aan het werk. De tapdanschoreografieën zijn nog lang niet af en bij ballet hebben we ons tot nu toe enkel met oefeningen aan de bar en au milieu bezig gehouden. Wanneer we hem over deze dansvoorstelling aanspreken, bekijkt de man met de gerenoveerde achillespees ons verward aan. Zijn blik spreekt boekdelen: “Jullie? Dansen?” Een week later komt onze Poolse balletster af met een pas-de-deux op “Strangers in the night”.

Het tweede niveau dans bevat vier jongens en slechts één meisje. Normaal gezien is er steeds een tekort aan dansers en een overvloed aan danseressen, maar hier is het gek genoeg anders. Het komt er dan ook op aan dat de beste danser van ons vier de eer krijgt om deze choreografie samen met onze vrouwelijke ballerina in spe uit te voeren op de voorstelling. Eén van deze vier jongens, Sebastian Römer, is jammerlijk genoeg reeds uitgeschakeld door een stom ongeluk tijdens een klein feestje bij hem thuis. Hoe hij het gedaan heeft, weet niemand, maar hij is op een rechtstaand mes gaan zitten. Gevolg: een tien centimeter diepe steekwond in zijn bovenbeen. Volgens de dokter is er wonderwel geen enkele spier geraakt, maar dansen zit er voorlopig niet meer in, wat voor hem een echte ramp is, aangezien hij zijn “vordiplom” moet voorbereiden én een ensemblerol vertolkt in de musical “Hello Dolly”.

Miss Curry zelf, heeft een choreografie gemaakt op een song, geschreven door één van de leerkrachten uit de pop- en jazzafdeling. Opnieuw vind ik de samenwerking tussen de verschillende afdelingen een geweldig iets. Tom Fletcher vuurt nu nog méér informatie op ons af als daarvoor. Deze man gaat volgend jaar gedwongen op pensioen (gezien zijn leeftijd is dat helemaal niet zo gek) en wil ons nog alles bijbrengen wat hij kent. Bijgevolg staan putzteufel Julian en ik bijna dagelijks in de danszaal om te tapdansen. Net als van de andere twee gasten, is er van de mollige zangeres al lang geen sprake meer. Zij hebben, door het plotse opkrikken van het niveau, het tapdansen opgegeven nog voor het einde van het eerste semester.

Terwijl mijn leven hier in Leipzig voorbijflitst in de danszaal, heb ik ondertussen mijn eerste concert met het operakoor tot een goed einde gebracht. In de Leipzigse museumnacht – alle musea zijn dan tot ’s nachts geopend en zijn voorzien van kleine extra’s – zongen we de begeleidende muziek van een nieuwe kortfilm die tegelijkertijd afgespeeld werd. Na heel het museumgebeuren wandel ik naar het schoolgebouw. De leerlingen van de toneelafdeling hebben zoals elk jaar alle Duitssprekende acteeropleidingen uitgenodigd voor een gezamenlijk feest. Acteurs in wording over heel Duitsland én Oostenrijk kwamen de binnentuin van ons schooltje onveilig maken. De toneelafdeling wordt hier nogal scheef bekeken door de andere afdelingen. Ze zijn zeer luidruchtig en houden iedereen voor het lapje. Af en toe valt er iemand in de gang kermend op de grond, als krijgt hij een hartaanval. In het begin verschoot ik af en toe, maar nu weet ik dat je gewoon moet doorlopen of meespelen. “Acteren is spelen.” Zoals onze nieuwe coördinator Ronnie Commissaris het zo mooi zegt. En dat is zeer duidelijk te zien.

Er wordt veel geklaagd over deze losgeslagen bende, maar ik vind dit best wel leuk. Op het “Hochschulbal” heb ik tijdens mijn zoektocht naar de juiste informatie over de lessen acrobatie (die enkel de leerlingen van de toneelafdeling krijgen) heel wat leuke mensen leren kennen. Maar ik ben blijkbaar de enige uit de hele musicalafdeling die er zo over denkt, want ik ben de enige die komt meefeesten. Met een illegaal kampvuur en heel veel drank werd het een gezellige avond. En wat is het fijn om met een groep mensen en een gitarist bekende liedjes mee te kwelen zonder te letten op hoe het klinkt. Gewoon zingen, gewoon spelen...

Tom

Deel 36: Cabaret

dinsdag 27 mei 2008

Het is me wat, in Duitsland een antinazistische musical bekijken. Het voelt toch wel raar. Hoe lang het ook geleden is, in het begin bleef de link met de tweede wereldoorlog en Duitsland prominent aanwezig in mijn achterhoofd. Op onze jaarlijkse zeevakantie verkondigde mijn opa namelijk zijn wilde oorlogsavonturen tijdens onze dagelijkse wandelingen in de duinen van Nieuwpoort. Wat kon die man vertellen. En wat kon die man snurken tijdens zijn middagdutje. Het leek wel of Steven Spielberg zijn “Jurassic Park” gebaseerd had op opa’s gesnurk.

Maar goed, ik ging dus “Cabaret” bekijken. Ik had de kaart voor een appel en een ei kunnen kopen van mijn interviewer en zat zowaar in het midden van de derde rij. Soms heeft een mens eens geluk... Ik kwam wegens een groot gebrek aan parking maar net op tijd de zaal binnengewandeld. Mijn billen raakten de stoel precies wanneer de lichten gedimd werden, alsof ik met mijn poep het knopje had ingeduwd dat het startsein gaf.

Alweer werd me duidelijk dat Duitsland cultuur en geld heeft. Het was geen grote productie, maar het decor was magnifiek. De enscenering beviel me ook zeer goed, maar het ensemble leek me niet al te enthousiast. Dat verwonderde me eigenlijk wel een beetje. Ik heb hier nog niet veel dingen gezien die maar halfhalf waren, of halli-galli zoals ze dat hier zeggen.

Gelukkig maakten de hoofdrolspelers, en dan voornamelijk de conferencier, de hele voorstelling weer goed. Dat was ook te merken aan het publiek, want achter me hoorde ik met regelmaat een gierende lach die uitmondde in een rochelende hoest. De tijd vloog en voor ik het goed en wel besefte, brak de pauze aan. Dit was een uitgelezen moment om het prachtige operagebouw, waarin deze musical gebracht werd, te bewonderen. Dat moet ik de Duitsers toch nageven, van architectuur hebben ze wel degelijk kaas gegeten.

Net voor het stuk verder gaat, kijk ik nog snel even achter me om het gezicht van mevrouw de stoombootlach eens goed te bekijken. Ik hou zo van mensen met een speciale lach, dat ik mijn nieuwsgierigheid nooit kan bedwingen en per se de bron van deze aanstekelijke geluiden ontdekken moet. Mijn geluk kon niet op toen ik zag dat ze exact het uiterlijk had dat ik haar had toegekend, me baserend op haar lach. Een vrij mollige vrouw met gepermanente rosse haren die tijdens het lachen waarschijnlijk ook nog aan het schudden slaat. Geweldig is dat.

Het stuk is nauwelijks begonnen of één van mijn trommelvliezen wordt alweer op de proef gesteld door een vernietigende geluidsgolf, geproduceerd door een schuddend – jaja, ik MOEST kijken – lachkanon. Maar het lachen maakte snel plaats voor een ongemakkelijk gevoel. Een Duitse lofzang over “Het Duitse Rijk” werd beklemtoond door het optrekken van een gigantische vlag waarop een Hitler-groetende hand en enkele hakenkruisen afgebeeld stonden. De soldaten en de één voor één na-apende burgers deden me de rillingen over de rug lopen. In de zaal kon je de mensen horen slikken en het voetengeschuifel-geluid nam toe. De regisseur is in zijn opzet geslaagd, iedereen voelt zich ongemakkelijk. Het stuk eindigt ook niet echt geruststellend en het applaus krijgt een wrange naklank.

Na de voorstelling kruipen Thomas de interviewer en ik in een bruine kroeg en praten nog wat na over de show. Blijkbaar was het repeteren van deze Hitlergroet-scène voor veel mensen een probleem. Zoals ik al eerder bemerkt heb, schamen veel Duitsers zich over hun voorouders. Ik hoor dan ook heel vaak dat Hitler eigenlijk een Oostenrijker was. Het moet niet makkelijk zijn in een land te leven met zo’n geschiedenis, bedenk ik me plots. Thomas raadt me dan ook aan het “Stazimuseum” te bezoeken. Dit museum zou de naakte harde waarheid tentoonstellen over dit onderwerp en schijnt de moeite te zijn. Het ligt recht tegenover het schoolgebouw, maar om één of andere reden ben ik er nog niet toe gekomen om daar een voet binnen te zetten.

Hoe gezellig en ontspannend de avond ook was, het thema heeft me aan het denken gezet en laat me voorlopig niet los. Ik beslis dan ook om aanstaande zondag een dagje tapdans in te ruilen voor een stevige brok cultuur.

Tom

Deel 35: Voetbal versus musical

dinsdag 20 mei 2008

Bayern München zit in de halve finale van de UEFA-cup, en dàt zal ik geweten hebben. Mijn nieuwe medebewoner Patrick is namelijk een hevige voetbalfan. Nog net niet met sjaal, pet en toeters bekijkt hij elke match die er maar te zien is. Op een dag kom ik binnen met een zeer vervelende vraag voor een jongeman van 25 jaar: “Kan je me helpen met mijn huiswerk?” Mijn leerkracht Duits heeft namelijk een berg grammatica op ons afgevuurd en zowel ik als half Korea verstaat er niets, noppes, nougabollen, nada en rien de knots van.

Met één oog naar het scherm en het andere naar mijn blad, leest Patrick mijn huiswerk na. Hij heeft de match al zo goed als opgegeven. München staat namelijk 1-0 achter en de laatste vijf minuten tikken aan een sneltempo voorbij. Met een grote grijns – of is het een vertederde glimlach? – verbetert hij elke fout. Ik bedank hem en druip beschaamd af naar mijn kamer om nog enkele dingen voor te bereiden voor morgen. Plots hoor ik een gejoel, geklop en een gekrijs. Ik krijg het stille vermoeden dat de gelijkmaker gescoord is, en wel in de laatste minuut. Enkele tellen later verschijnt er een euforisch hoofd in mijn deuropening. Een overgrote glimlachende mond vraagt of ik geen zin heb om de verlengingen mee te volgen. “Ze hebben namelijk net de gelijkmaker gescoord!” klinkt het. “Je meent het...” is het enige wat ik zeggen kan. Ik kan wel wat afleiding gebruiken en ik ga – gelokt door een frisse pint – op zijn aanbod in.

De sfeer is helemaal het andere uiterste van tien minuten geleden. Maar een dikke drie minuten na aanvang van de verlengingen lijkt het wel of er een familielid van mijn woongenoot gestorven is. In deze 180 seconden slagen de Spanjaarden er namelijk in twee doelpunten te scoren. Na heel wat gesakker en gevloek (Kapitein Haddock is er niets tegen...) geeft Patrick alle hoop op en belt één van zijn supportersvrienden om zijn hart te luchten. Gelukkig worden er in de tweede helft van de verlengingen nog twee tegendoelpunten gescoord (één daarvan alweer in de laatste minuut) en kan de vreugde niet op. Ik word plots omhelsd en krijg prompt nog een extra pint voorgeschoteld. Dat maakt me zowaar blijer dan de overwinning van Bayern München.

Ik besluit toch te ontsnappen na deze halve liter want morgen is het vroeg dag en deze week was nogal hectisch. Ik heb namelijk mijn eerste auditie meegemaakt hier in Duitsland. Je zou denken dat het een auditie was voor één of andere musical, maar neen, ik blijf mezelf verrassen. De auditie was tot mijn grootste verwondering geen totale flop en zodoende ben ik vanaf gisteren lid van het operakoor in het Leipzigse operagebouw. Op zich allemaal goed en wel, maar het maakt er mijn dagen niet minder zwaar op. Toen ik de annonce zag hangen, dacht ik: “Elke auditie zorgt voor minder nervositeit bij de volgende, en hier kan ik flateren tegen de sterren op, er zal geen haan naar kraaien.” Desondanks bereidt een mens zich goed voor en hier sta ik dan, een bundel partituren in de hand van een project dat binnen twee weken in première gaat.

Goedgezind, maar mezelf ook een beetje vervloekend over mijn avontuurlijke uitspattingen, wandel ik naar huis, wanneer plots mijn telefoon rinkelt. Frau Ernst, het hoofd van de musicalafdeling, wist van deze auditie af en belt me even om te vragen of alles goed verlopen is. Ik meld haar het goede nieuws en na enkele ultrasonische kreetjes zegt ze dat ze nog goed nieuws heeft. Morgen komt “Radio Figarro” een les van haar bekijken, gevolgd door een interview met de student. Hoe ze het in hemelsnaam in haar hoofd haalt om dit interview af te nemen van een Belg met de uitspraak van een Moslim in China weet ik niet, maar ik moest me er maar op voorbereiden en iets fotogenieks aantrekken voor de fotograaf.

De volgende dag wandel ik dan ook om acht uur ’s morgens de school binnen om me wat in te zingen. Ik wil mijn veel te vroege zangles (om tien uur) niet verprutsen voor het oor van heel Duitsland. Ik stretch me ook nog wat, kwestie van me te ontspannen, en om tien uur stipt wordt er een gigantische blauwe microfoon onder mijn neus geduwd. Bij de eerste vraag kom ik louter op Franse woorden (je vraagt je soms toch echt af hoe je brein functioneert), maar na de eerste tien seconden vind ik mijn Duits terug en leg ik vrij probleemloos het interview af. Hier en daar schiet de interviewer me te hulp met een woord dat ik dan al knikkend nazeg. Frau Ernst slaat alles gade en knikt na afloop goedkeurend. Ik krijg van haar zowaar nog een knuffel (het is blijkbaar knuffelweek) en ze bedankt me om de hogeschool in een goed daglicht te stellen.

Na de fotosessie en het gebruikelijke palaver achteraf, vertelt de interviewer van dienst dat hij zelf ook meespeelt in musicals. Op dit ogenblik speelt hij Cabaret in Halle, een kwartiertje rijden van Leipzig. Ik beloof dan ook te komen kijken aanstaande zaterdag en ben eens benieuwd of ik hem herken zonder zijn blauwe macro-microfoon.

En alsof deze week nog niet genoeg in petto had, wordt dit alles nog eens aangevuld met het komende voorzingen voor “Prinzenraub”. Een amateur-productie waarvoor ze enkele studenten nodig hebben om het niveau wat op te tillen. Uiteraard wordt er, wegens mooie betaling, door iedereen duchtig en vlijtig geoefend. Het zou mooi zijn om hier een kleine schnabbel mee te pikken. En als ik dan toch op de Duitse bühne wil staan, laat mijn eerste keer dan maar in een amateur-productie zijn, kwestie van er wat in te komen.

Ik wens mezelf en de anderen alvast Viel Erfolg en raad iedereen die zin heeft om te schateren aan, om op 29 april af te stemmen op “Radio Figarro” voor een hilarisch interview. Met een beetje geluk (of pech, het is te zien hoe je het bekijkt) luistert mijn roommate mee naar mijn stotterend radiodebuut in Duitsland. Tenzij er voetbal is die avond, want dan maak ik uiteraard geen schijn van kans.

Tom

Deel 34: Hochschulbal

maandag 5 mei 2008

Na al het werk van de afgelopen weken is het Hochschulbal een mooi vooruitzicht. In de gangen en de cafetaria van de school stijgt dan ook het geroezemoes wanneer dit thema wordt aangesneden. De vrouwelijke helft kirt er op los wanneer ze hun jurk en de bijhorende accessoires beschrijven en de mannelijke helft blijft er zogenaamd rustig bij en sluit met zijn soortgenoten reeds enkele drankweddenschappen af. De dag van het bal vallen alle lessen weg en kan iedereen zich rustig voorbereiden op de grootste party van het jaar. Euh... zei ik alle lessen? Dat was dan buiten juffrouw Tuchmann gerekend. Deze frisse verschijning terroriseert meerdere studenten met de les “Jazzimprovisatie” en was niet van zin dit deze week over te slaan.

Persoonlijk vind ik dit best wel leuke lessen, maar vocaal improviseren schrikt de meeste mensen af. Het is dan ook niet echt simpel om gestructureerd en bewust te improviseren. Menige huilbuien zijn dan ook traditiegewijs het gevolg van dit wekelijkse uurtje. Bij het binnenkomen, zie ik reeds enkele mensen opgedirkt staan wachten tot de les begint. Deze les eindigt namelijk om kwart na zes en het openingsconcert van het bal begint om half acht, dus veel tijd om een hap te eten en je mooi te maken, krijg je niet.

Na een uurtje van dwee-bap-dah en doebidoewah spurten we allemaal naar een spiegel en beginnen aan onze eigen realitysoap “Beautiful”. Na een snelle douche, wat gel of haarlak en een ozonvernietigende lading deodorant is iedereen er klaar voor. Opgedirkt wandelen we naar het hoofdgebouw van onze school waar het bal in drie verschillende zalen doorgaat. Je loopt toch echt wel anders als je een kostuum aanhebt. Kaarsrecht, imponeringsfactor op overdrive en fier als een gieter op je eigen spiegelbeeld.

Wanneer we halfweg zijn, beseft den Belgier dat hij nog steeds de sleutels van de danszaal op zak heeft. Als het comateuze receptievrouwtje dit te weten komt, maakt ze me eigenhandig van kant, dus besluit ik snel terug naar het bijgebouw te lopen om de sleutels netjes af te geven en mijn studentenkaart terug te vragen. Wanneer ik sleutelloos mijn vrienden opnieuw wil vervoegen, begint het plots te stortregenen. Als een junkie met een overdosis speed sprint ik van afdakje tot afdakje. Maar de tijd dringt en ik besef dat als ik het concert wil halen, dat ik dan mijn ark moet bovenhalen en de zondvloed moet overwinnen.

Elke plas wordt met een reuzensprong overwonnen, ik ontwijk enkele tsunami’s veroorzaakt door voorbijrijdende auto’s en nog net hou ik mezelf staande op een glibberig paadje in het park. Volledig uitgeregend zet ik me nog net op tijd op het door mijn vrienden vrijgehouden plaatsje. Hun blikken gaan van mijn doorweekte kop naar het raam en terug naar mij. Zij waren blijkbaar net binnen toen de engeltjes begonnen te huilen en waren bijgevolg kurkdroog en nog steeds een lust voor het oog. Ik daarentegen leek me wel verkleed te hebben als natte dweil. Een medelevende glimlach verschijnt op ieders gezicht en wordt afgebroken door de aankondiging van het concert.

De opening is grandioos en het publiek gaat meteen uit zijn dak. Het klassieke concert duurt ongeveer een uur en bevat onder meer de overbekende “Blaue Donau” die opgefleurd wordt door de walsklas van de klassieke zangafdeling. Maar dit jaar was een traditiebrekend jaar. Het schoolhoofd was wegens acute griep helemaal niet aanwezig in de zaal en kon bijgevolg het bal niet openen. Zijn collega verving hem dan ook met verve, de ene foute pas na de andere. De danspartner bleef vechten om haar sierlijkheid en geknepen glimlach te behouden. Na een kleine minuut begonnen de zangers en zangeressen mee te dansen en sloop het openingspaar terug naar hun plaats. Dat was echter buiten de grapjurk van dienst gerekend, want die riep in het midden van de dans iets dat moet doorgaan voor “vermenigvuldigen”. Enkele mensen werden uit de zaal geplukt (ik kroop door het oog van de naald) en uiteraard kwam mister comedy himself het openingspaar weer op de dansvloer trekken.

Na het klassieke concert – waar reeds veel op gedanst werd – kwam de big band opzetten met enkele stevige swingnummers. Deze werden gezongen door de mensen van de pop- en jazzafdeling en een meisje uit de musicalafdeling. Er werd gejuicht en getierd en iedereen had er duidelijk zin in. De ballonnen die clichématig naar beneden kwamen dwarrelen tijdens de “Blaue Donau”, werden – door de luchtverplaatsing van enkele overtuigende danskoppels – opgetild als zeepbellen in de wind. Het leek wel een sprookje.
De hele avond kon je eten en drinken en concerten beluisteren. Een dj was er helemaal niet, de studenten zorgden namelijk zelf de hele avond voor live-muziek. Als afsluiter kwam de Michael Jackson coverband en die zette de tent nog maar eens in de fik.

Het was een prachtige avond die uiteraard eindigde met een flinke kater de dag erna. Het feit dat de onverbiddelijke Miss Curry de ensembleles van 3,5 uur deze keer benutte voor een slopende workout en een reeks nieuwe lifts, maakte mijn dag alleen nog maar miserabeler dan hij al was. De hele dag kon ik mezelf alleen maar oppeppen met die ene zin: “Wat was dat een geweldig feest!”

Tom

Deel 33: De eerste Weense wals

zaterdag 26 april 2008

De lessen zijn weer begonnen en alles is weer zoals het was. Muskelkater tot in het oneindige, roepende dansleerkrachten (enfin, één bepaalde dansleerkracht), comateuze receptievrouwtjes en zware versprekingen uit het Belgische kamp. Ondanks al mijn telefoontjes tijdens de vakantie om mijn nieuwe taal te onderhouden, slaag ik er toch wel in om na één dag reeds enkele mensen te laten schateren.

Er zijn enkele dingen veranderd op school. Het kleine restaurantje met de meest walgelijke schotels wordt verbouwd, Herr Szydelko wandelt weer kwiek door de gangen, mijn uurrooster is volledig aangepast en mijn leerkracht toneel is nu een man met een stem als die van een contrabas. Ik heb dus eindelijk individuele ondersteuning voor mijn project. Daardoor ben ik wel mijn toneelles met het Koreaanse jazz-zangeresje kwijt, maar echt erg is dat nu ook weer niet. We zaten immers nog steeds aan scène 1 en die kwam mijn oren zowat uit.

Andere dingen op school zijn nog steeds hetzelfde, maar was ik helemaal vergeten. Het toilet is daarvan een voorbeeld. Er bestaan zo veel goede namen voor toiletproducten, maar Duitsland weet de onnozelste er steeds uit te pikken. Zo draagt het toiletpapier de merknaam “Big Willy”. Eén ding moet je ze toch nageven die Duitsers, gevoel voor humor hebben ze wel. Daarenboven droog je na je plaspauze je handen af met gesponsord keukenrolpapier. Zo word je na een kleine boodschap aangespoord tot het shoppen bij Mediamarkt of het zoeken naar werk met “Studentenwerk Leipzig”, de plaatselijke randstad. Sommige vellen hebben zelfs kortingsbonnen(!). Ik heb nog niemand zoiets zien meenemen (dit doe je uiteraard best niet opvallend) maar stel je voor... Je bestelt een pizza met een half natte WC-rol-vel...

Dit zijn dingen die je eigenlijk niet mag vergeten en ik berisp mezelf dan ook op mijn vergeetachtigheid. Om mijn geheugen dus af en toe een handje te helpen, loop ik vanaf nu ook rond met een klein notitieboekje waar ik alle grappige voorvallen of tradities snel in neerpen.

Dinsdagochtend had ik mijn eerste les Weense Wals en is dat leuk zeg! Ik dacht dat ik kon walsen, maar daar zat ik dan zwaar naast. De choreografie is namelijk doorspekt met termen als “kleine Smetterling” en nog vele andere waar ik uiteraard niets van begrepen heb. De klassieke zangrichting heeft dit als verplicht vak en moet op het “Hochschulbal” zijn kunnen laten zien. Het bal vindt volgende week plaats en wordt geopend met deze dans. De studenten zelf beginnen pas te dansen na 47 seconden, want het openingspaar bestaat traditiegewijs uit het schoolhoofd en een personeelslid naar keuze. Dit jaar hangt toevallig de coördinatrice van de erasmusstudenten er aan en dat zint haar allerminst. Bij het regelen van mijn creditpoints (de punten die bepalen hoe zwaar elk vak doortelt op het einde van het jaar) deed ze haar beklag over de danskwaliteiten van haar danspartner. Ik moet zeggen, ze prikkelt mijn nieuwsgierigheid en mijn notitieboekje zal in aanslag zijn.

Woensdag ging ik dan weer voor het eerst naar de les “Arrangeren”. Hier leer ik arrangementen maken van bepaalde songs en/of instrumentale stukken. Op het einde van het jaar probeer ik mijn eerste big band arrangement geschreven te hebben. Dit vak is uiteraard niet verplicht en volg ik enkel uit interesse. Blijkbaar zijn er niet veel geïnteresseerden en ik zit dan ook helemaal alleen rechttegenover een grijzende oude man wiens stem dan weer iets weg heeft van een fluitketel. Die man heeft een zo doorrookte stem dat hij bijna continu tweestemmig spreekt. Het gepiep en gekraak dat zijn spreken tekent, zorgt voor heel wat gekke klankkleuren en ik overweeg dan ook een extra optie voor mijn notitieboekje, namelijk een bandopnemertje.

Echt ver kwamen we tijdens de eerste les niet, want de man werd de hele tijd gestoord door telefoons, binnenvallende mensen en plotse black-outs in het midden van een zin. Ze zeggen wel eens dat muzikanten verstrooid zijn en ik kan dat bewijzen, maar in vergelijking met deze man ben ik een wandelende agenda. Hoe kan je nu in het midden van je zin plots totaal vergeten waar je het over hebt. Ik wil hem dan wel helpen, door te zeggen wat hij probeerde te vertellen, maar zijn zinnen zijn zo chaotisch dat een buitenlander als ik zich helemaal in China waant. Hoe dan ook, de man weet waarover hij praat als het op muzikaal vlak aankomt.
Geef nu toe, je MOET wel muzikaal zijn als je tweestemmig kan spreken....

Tom

Deel 32: De nieuwe woonst

vrijdag 18 april 2008

Mijn nieuwe woonst heeft nog heel wat mankementjes. Zo staat er nog geen bureau, geen stoel, geen lamp en is de keuken een doolhof van opeengestapelde borden en kommen. Wanneer ik mij ’s morgens scheer, merk ik ook dat het water in de lavabo niet doorloopt. Ik peuter bijgevolg wat in de afvoerbuis en haal er naast een halve pruik, warempel nog enkele rode bonen uit. Na dertig oprispingen en tientallen “maar enfin’s” besluit ik de badkamer een grondige beurt te geven. Was onze putzteufel nu maar in de buurt. Hoewel, hij zou ter plekke in zwijm gevallen zijn. Vroeger had ik dit alles niet zo erg gevonden, maar als je één keer in een degelijk appartement hebt gewoond, is de terugkeer naar het kotleven best wel een grote aanpassing.

Na mijn grote lenteschoonmaak, stap ik zelfbewust enkele winkels binnen op zoek naar kotbenodigdheden. Op mijn zoektocht naar een goedkope lamp – ik zal ze namelijk sowieso moeten achterlaten wegens plaatsgebrek in mijn auto – vind ik een slinger kerstlichtjes die nu uiteraard zwaar in afslag is. Ik beslis dan maar om mijn kamer wat meer kerstsfeer te geven. Wanneer ik uit de winkel stap, besef ik plots dat sommige kerstlichtjes de hele tijd aan en uit floepen. Een gezellige kerstverlichting zag ik nu wel zitten, maar een nieuwe disco heeft Leipzig nu ook weer niet nodig en zeker niet in de straat waarin ik nu verblijf. Ik denk dat mijn nieuwe stulpje het enige gebouw is dat niet naast of boven een café ligt. Ik heb me uiteraard op een veel “coolere” plek gehuisvest, namelijk naast een ijssalon. Dat wordt dus lastig om in juli niet moddervet naar huis te komen.
Thuisgekomen controleer ik vlug de lichtjes en tot mijn grote opluchting heb ik geen would be stroboscoop gekocht, maar blijven ze aan één stuk door branden.

Twee dagen later sla ik ook nog een bureau en een stoel scheef en voel ik me weer helemaal tiptop in orde. Mijn tweedehands-bureau heeft ondanks de lage kostprijs toch behoorlijk wat extra opties, namelijk prachtige Disney-stickers op de meest zichtbare plaatsen. Ik ben een grote Disneyfanaat en vind dit bijgevolg ook niet echt een minpunt.

Ik heb nog veel vertaalwerk voor mijn project – ik speel het hier uiteraard in het Duits – en begin dus maar te typen. Mickey Mouse glimlacht me goedkeurend toe wanneer ik vlijtig in mijn miniwoordenboekje duik dat ik van één van mijn schoolgenootjes Annelies gekregen heb voor mijn vertrek naar het onbekende. Tot nu toe had ik het prismaboekje nooit moeten gebruiken en vond dat, vergeleken met haar bijhorende snoepjes, één van de mindere artikelen uit het overlevingspakket “Tom in Leipzig”. Maar nu kwam het goed van pas.

Een verhaal helemaal vertalen, is ondanks dit handige boekje zeker niet makkelijk. Ten eerste omdat sommige woorden verschillende vertalingen hebben en ik dus niet goed weet welke van de vertalingen ik moet kiezen (ik verwed er dan ook mijn gesmokkelde flessen blonde Leffe op dat ik ergens per ongeluk een schunnige zin heb gemaakt van iets wat eigenlijk een emotionele uitspraak had moeten zijn). Ten tweede omdat Duits spreken al geen lachertje is, maar Duits schrijven is al helemaal een ramp. En ten derde omdat de vriendelijke glimlach van Mickey, naarmate de tijd vordert, steeds meer op een uitlachende grijns begint te lijken.

Na enkele uren van zware arbeid – geobserveerd door twee in het zand spelende Donald Duck-neefjes – besluit ik maar in mijn bed te kruipen om lekker fit te zijn voor de zware beproeving van morgen. Ik heb namelijk een afspraak met onze dansgodin Miss Curry gepland, om al eens te kijken naar de dansdelen uit mijn project.

Na mijn kleine voorstelling knikt ze goedkeurend en zegt ze: “Je maakt eigenlijk best wel mooie en interessante choreografieën (ik glimlach verlegen), je moet ze alleen nog leren dansen...”(mijn glimlach verkrampt) Een compliment komt nooit alleen bij onze prima ballerina, er komt ook steeds een kleine niet-te-snel-gaan-zweven-uitspraak achter. Maar ze had uiteraard gelijk, sommige dingen zitten in mijn hoofd snor, maar komen wellicht nog stuntelig over. Gelukkig komt het Amerikaanse lichtgewicht met een heleboel tips voor de dag en op het einde van de les voel ik me overal al veel beter bij.

Goedgemutst blijf ik nog even in het schoolgebouw rondhangen om te internetten en wanneer ik enkele uren later naar huis wil wandelen, merk ik dat het hier gesneeuwd heeft, en niet een beetje. Een witte kerst hadden we niet, maar een wit paasfeest kon er wel door dachten de weergoden. Ik bevries daardoor ook bijna ter plekke vast. ’s Morgens was het hier namelijk lekker warm en ik vond dat het tijd was om eindelijk mijn zomervestje nog eens uit de kast te halen. Wat ben ik blij dat mijn sandalen onderaan in mijn nog niet uitgepakte valies zaten...

Tom

Deel 31: Radio Soep

zondag 13 april 2008

Al die uren dat je achter het stuur zit, denk je behoorlijk veel na of zing je je stem schor met de cassetjes die je tot vervelens toe hebt moeten aanhoren en waarvan je dus elk liedje rats van buiten kent. Het is zelfs zo ver gekomen dat ik perfect weet wanneer het liedje onderbroken wordt door een kantwissel of door een verkeerde beweging naast de cd-speler als kind. Het was vroeger namelijk al een passie van me om cassetjes op te nemen, al wist ik toen ook al niets van technologie. Aan mijn stereo gekluisterd, wachtte ik tot er een liedje afgelopen was en klikte dan vlug door naar het volgende leuke liedje. Dat je met een cd-speler ook kon programmeren, daar had ik uiteraard nog nooit van gehoord. Had ik toen geweten wat ik nu weet over mijn technisch-wonder-oma, had ik wat meer buiten met de bal kunnen spelen....

Maar goed, door het te dicht bij de stereo zitten en af en toe spastische bewegingen te uiten, heb ik bepaalde liedjes opgenomen met een korte onderbreking. Die cassetjes heb ik onlangs teruggevonden onder de naam “Radio Soep”. Jaja, ik had mijn eigen radioprogramma gemaakt. Deze onemanshow was doorspekt met gekke verhalen die ik van God-weet-waar haalde, leuke “Tien om te Zien”-hits en flauwe mopjes over Jantje (die ik tot mijn grootste schaamte niet eens kon vertellen zonder zelf in de lach te schieten). Overigens, hier in Duitsland hebben ze net dezelfde moppen. Alleen heet het hoofdpersonage hier “Fritzchen”. En neen, dit is geen mop, en ja, ze zijn ongelooflijk die Duitsers.

Maar ik dwaal af. Om nostalgische reden liggen deze cassetjes in mijn auto en beluister ik die op de verre tocht. Er komt echter steeds een moment dat je geen muziek meer kunt horen en dan rij je in stilte verder. Dan komt het denken.... Ik denk na over de leerlingen, de leerkrachten, de studie en de toekomst.


Over de leerlingen denk ik met gemengde gevoelens. Buiten het feit dat ze allen supersympathiek zijn en ik sommigen echt wel gemist heb, ben ik weggegaan uit Leipzig op het moment dat sommigen een lelijke kant lieten zien. Hun streek naar Miss Curry toe, stoot me nog steeds een beetje tegen de borst. Wat me automatisch brengt bij de leerkrachten. Hoe gaat Miss Curry nu te werk gaan? Verandert ze zichzelf of gaat ze door met haar tirannie, maar dan nog harder? Hoe zou het gaan met het afdelingshoofd, Frau Ernst? Zij heeft reeds zoveel dingen voor me geregeld en steeds met een glimlach. Ze weet het nog niet, maar ik heb natuurlijk weer een heleboel vragen en verzoeken. Ik wil de lessen Weense Wals meevolgen en ook aan Bühnevechten wil ik deelnemen. Mijn creditpoints moeten besproken worden. Want de kans zit er in dat ik, ondanks goede punten, toch mijn jaar moet opnieuw doen door het verschil in puntensysteem tussen België en Duitsland. Dat zou wel echt een domper zijn.

En hoe zit het in godsnaam met Herr Singer. Deze man zullen we de eerste weken zelfs niet te zien krijgen op school. Hij is namelijk herstellende van een heupoperatie. De kleine pianist, die iedereen en alles begeleidt, de grijzende oude “papa” van de afdeling musical, die met zijn veel te grootuitziende aktetas de hele dag op zijn korte beentjes door het schoolgebouw rondtrippelt. Deze man ligt nu in het ziekenhuis met een nieuwe heup. “Tja, niet enkel bij auto’s moet je af en toe een onderdeel vervangen.” Denk ik al lachend.

Voor ik het goed en wel besef, kom ik aan in mijn tweede thuishaven. Ik herken de straten, de onnozele 40km/u borden op de ring en de nog belachelijkere zone 20 borden. Had ik een fiets gehad, ik was al dertig keer geflitst geweest. Ik parkeer mijn auto en bel mijn ex-medebewoonster op. Ik verhuis namelijk naar een nieuwe woonst. Een week voor ik terug naar Belgïe vloog, hadden de twee meisjes me laten weten dat ik kon vertrekken. Ik had normaal gezien recht op de kamer tot eind juni, maar Anette haar erasmusuitwisseling was in januari zo tegengevallen dat ze maar terug naar Leipzig kwam. En dus kon ik vertrekken.

In mijn veel te lange vakantie kon ik dus ook nog eens zoeken naar een nieuw onderkomen. Hoe gezellig het ook was voorheen, een echt leuke bedoening was het voor mij niet en met een zuur gezicht haalde ik mijn spullen op. Een betere woning wachtte op me, al wist ik niet waar. Ik vond namelijk het papiertje niet met het telefoonnummer en het adres van mijn toekomstige onderdak. Na heel wat gesukkel met het wisselen van Belgische en Duitse telefoonkaarten heb ik het nummer eindelijk in mijn handen en bel ik een blijkbaar nog zatte, slaperige Patrick wakker. Ik voelde me wat gegeneerd, maar om twee uur ’s middags zou iedereen toch wakker mogen zijn, niet?

Na heel wat gesleur en gevloek plof ik uiteindelijk neer op mijn nieuwe bed. Een nieuwe start van een nieuw semester. Ik voel het tot in mijn kleinste teentje, ik ga hier weer wat meemaken.

Tom

Deel 30: Falsetto

vrijdag 4 april 2008

Mijn tijd in België zit er al weer op. Ondanks het feit dat ik veel gewerkt en veel gelachen heb, kijk ik toch uit naar mijn vertrek. Het is te lang geweest. Anderhalve maand jezelf moeten oppeppen om toch maar te blijven oefenen zonder enige vorm van controle, dat is te lang voor een beginnende danser.

Door mijn nakend vertrek, geef ik mijn nissan sunnytje nog een laatste opknapbeurt cadeau in mijn favoriete garage. Ze zien me daar ondertussen al graag komen. Wanneer ik mijn wrakje weer kom ophalen, krijg ik dan ook een gepeperde rekening voorgeschoteld. Ik slik even en denk: “Tja, ze zullen van mijn extra gordel weer een normale deurisolatie gemaakt hebben zeker...” Ik vond dat eigenlijk zelfs een beetje jammer, want ik begon er net aan te denken dit overmaatse elastiekje te versieren. Met kerst enkele kerstballen, met Pasen enkele paaseitjes en ga zo maar door. Maar wanneer ik mijn autootje eens liefkozend over de snuit wrijf en instap, merk ik dat ik mijn decoratietalent nog steeds kan botvieren, want ze hebben alles gerepareerd, behalve mijn benji-jump-accessoire.

Ik kan natuurlijk niet vertrekken voor ik eerst enkele voorstellingen gezien heb van “Falsettos”. Met mijn “gloednieuwe” auto rijd ik langs de hobbelige Nijverheidskaai op weg naar school. Bij elke bult hou ik mijn hart vast. Het zou wel eens net dàt bultje kunnen zijn dat van mijn vehikel een driewielertje maakt. We komen gelukkig veilig aan en kopen een ticketje voor de belachelijk goedkope prijs van ¬ 2,5.

Ik loop even de loges binnen om mijn klasje een dikke knuffel te geven en wacht al even zenuwachtig als de cast het begin van de show af. Dit doe ik uiteraard met een flinke blonde Leffe in de hand (Dat moeten ze zich in Duitsland toch ook echt eens aanschaffen). Net genietend van een koude slok hemelse Leffe, verslik ik me bijna van het verschieten. Voor de première heeft het gele gevaar zich helemaal opgedirkt in het... ROOD! Van kop tot teen kon je niets anders meer ontdekken dan roodgekleurde dingen.

Ik wilde haar net vragen of Steve, onze pianist, tijdens het wassen van haar gele kledij nog een rode sok in de wastrommel had laten liggen, toen ik bedacht dat ik maar beter mijn mond kon houden. In je eigen taal kan je je zo’n mopjes veroorloven omdat je de juiste woorden weet te kiezen om het niet beledigend te laten overkomen, maar in een vreemde taal moet je steeds opletten wat je eigenlijk zegt. Je maakt zo snel een vergissing en het laatste wat ik wou, was haar bespotten. Want haar werk is fantastisch en het is een ongelooflijk interessante vrouw. Ze ziet er zelf ook heel nerveus uit. Ze loopt wat rond en glimlacht naar iedereen die ze tegenkomt. Ja, ze voelt zich zelfs een beetje onwennig.

Misschien door de plotse opvallende rode kleur, hoewel... Je kan niet zeggen dat haar gele outfits onopvallend waren. Ik besloot het haar te vragen. “Het ligt niet meer in mijn handen.” zegt ze half lachend en half panikerend. “Doen ze het goed, dan doen ze het goed. Doen ze het slecht, tja...dan....”. No need to say more, de nervositeitkoningin is gevonden.

En dan plots, het teken. De show begint. Het was een aangrijpende show. Niet alleen was ik geraakt door het verhaal en de regie, maar evenveel door het acteerwerk van mijn collega-studenten. Stuk voor stuk zijn ze allemaal zo hard geëvolueerd. Dat merk je natuurlijk niet als je er zelf tussenstaat, maar als je enkele maanden bent weggeweest, dan valt het des te meer op. Bij het slotapplaus diggelen de traantjes over mijn wangen van goedkeurend geluk. België mag blij zijn. Er komt namelijk veel nieuw talent aangestormd.

Wanneer de lichten in de zaal aangaan en iedereen langzaam naar de bar sukkelt, wring ik me tussen het volk een weg naar buiten, naar de kleedkamer. Ik geef de mensen van mijn klas een dikke knuffel en krijg bijna niets uit mijn strot van emotie. Voor iemand die eigenlijk zelden huilt, is dit dus zeer bijzonder. Gelukkig word ik van planeet emo terug op aarde geslingerd door Jolijn, het enige meisje in het derde jaar en tevens de verbeteraar van mijn dagboeken. “Seg strandjanet, zo wenen...” Tja, het is duidelijk. De nieuwe man, de emotionele man, de man die veel doet in het huishouden (ahum, ahum...) wordt hier niet geapprecieerd. Ik droog dan maar snel mijn traantjes en smijt me opnieuw in de Leffe.

Even later komen de acteurs binnen, gevolgd door een blije Stormführer. Haar gezicht was zo rood van opwinding dat je bijna de scheidingslijn tussen hoofd en kledij niet meer kon zien. Een tevreden nieuwe coördinator torent hoog boven iedereen uit en feliciteert de afgepeigerde studenten. Ook de mensen van het licht hebben het fantastisch gedaan. Nog nooit had een productie zoveel lichtstanden. Het duo Laurenz en Saartje verdient dan ook een extra compliment, want deze keer werden er geen verkeerde knopjes toevallig ingeduwd, waardoor de show dus niet stilgelegd moest worden.

Ook onze pianist Steve verdient een mega-groepsknuffel. Meer dan twee uur speelt deze man onophoudelijk de begeleidingen, en geloof me, als pianist kan ik je vertellen dat zijn partijen niet van de poes zijn. Na de voorstelling drie keer te hebben gezien, is het tijd om in mijn grijze ik-rij-mezelf-nog-eens-de-vernieling-in sunny te stappen en mijn queeste in Duitsland verder te zetten.

Deel 28: De stormführer

zaterdag 22 maart 2008

Het gebeurt niet veel in mijn leven, want ik ben nogal een bezig bijtje, maar ik heb hier heel weinig te doen in België. Ik kan bijgevolg goed doorwerken aan mijn project. Alle songs zijn ingestudeerd, met pasjes en al, en Bie Borms - een ex-collega in de muziekacademie in Meise - regisseert de boel aan elkaar.

Of ik de show nog ga afkrijgen alvorens naar Leipzig terug te keren is een groot vraagteken, maar we kunnen ons best maar doen natuurlijk. Ondertussen gaat er ook heel veel tijd in het opnieuw afspreken met vrienden en familie en hier en daar weer wat lesgeven. God, wat heb ik dat gemist.

Bijna elke dag kom ik op school de toerist uithangen. Iedereen is druk in de weer met hun project te repeteren en ik kom mijn spieren nog wat loszwaaien in de danszaal. ’s Middags doen we ons allemaal te goed aan de nieuwe recepten van de gloednieuwe kok. Al moet ik er toch bij zeggen dat we Fernand en Marie-Jeanne heel fel missen. De mensen van de meesterjaren vertellen tijdens het eten steeds geanimeerd enkele grappige voorvallen uit de repetitieperiode.

Andrea Mellis, de regisseuse van het stuk “Falsettos”, heeft een nogal andere aanpak dan alle vorige regisseurs. Ze begint elke repetitie met een dansopwarming, wat uiteraard niet slecht is. Iedereen op school is bijgevolg enkele kilo’s kwijt. Andrea, wiens favoriete kleur duidelijk geel is - haar tas, haar jas, enkele truien en haar auto(!) behoren allemaal onder de noemer: knalgele accessoires - komt uit Canada en was vroeger het hoofd van één van de musicalscholen in Wenen. Zij spreekt bijgevolg vloeiend Duits en zo kan ik dat tot groot jolijt af en toe eens oefenen, kwestie van weer niet op nul te staan als ik terugkom. Regelmatig zie ik vanuit mijn ooghoeken dan ook enkele tafelgenoten vreemd opkijken als we zitten te keuvelen. Mijn eerste Duitse mop is een feit en het gele gevaar laat een lach door de zaal schallen.

Ik vraag haar of ik eens een opwarming mag meemaken en dat mag. Ik moet zeggen, ze heeft inderdaad wel een andere aanpak dan alle anderen. Bij de zangopwarming moeten we zangoefeningetjes zingen al balancerend op één been, we moeten in de lucht springen en voor we neerkomen de eerste noten van de zangoefening zingen... Het is een gekke opwarming, maar de vrouw weet waarover ze spreekt, dat is duidelijk.

Ik moet me steeds inhouden om niet te gaan kijken tijdens hun repetities, want het klinkt allemaal weer heel leuk. Wanneer ze op een dag de show nog eens helemaal doorspelen, mét licht en decorwissels erbij, kan ik mijn nieuwsgierigheid toch niet meer bedwingen en zit ik in de tot nu toe nog steeds geïmproviseerde zaal. Slechts twee keer wordt de show stilgelegd omdat er een rekwisiet niet gevonden kon worden of omdat Saartje per ongeluk op een knopje geduwd had op het lichtpaneel en de belichting voor geen meter meer klopte.

Het arme kind schoot in paniek, want de Stormführer (zo noemen ze hun kanariegele regisseur) verhief haar stem. Ik herinner me nog hoe het was toen ik achter de lichttafel zat de eerste keer, het was niet anders. Al die knopjes en schuifjes, er zijn momenten dat ze een eigen leven beginnen te leiden.

Ondanks deze twee kleine stops en andere kleinigheden die misliepen, kreeg ik toch een mooi beeld van wat de show zou worden. Ik ben meestal niet zo voor doorgecomponeerde musicals, maar van deze is de muziek echt prachtig. Ook de mensen doen het zoals steeds uitmuntend.

Wanneer de acteurs ’s avonds naar huis kunnen, begint het werk voor het eerste en het tweede jaar. Onze leerkracht scenografie Jan Van Driessche, laat hen nog wat timmeren, op ladders kruipen om spots anders te hangen, verven, sleuren en…. Geeuwen. Want zoals altijd tijdens de generale week, loopt iedereen er oververmoeid bij en leven we voornamelijk op ongezond eten en weinig slaap. De eerste en tweedejaars helpen namelijk niet alleen bij de openbare productie van de meesterjaren, maar hebben zelf ook nog een examen af te leggen. Zij kloppen dus eigenlijk dubbel zoveel uren als de meesterjaren.

Wanneer ik naar huis wil gaan, houdt de Canadese fluo zonnestraal me tegen en vraagt me of ik haar wil afzetten aan het station. Het is ondertussen al laat geworden en het is een feit; als vrouw loop je best niet helemaal alleen langs de Nijverheidskaai. Laat staan met een vrij opvallende, bijna lichtgevende, jas.

Ze stapt mijn autootje in en doet haar gordel om. Tenminste, dat probeert ze. Ze zit eigenlijk de hele tijd te trekken aan mijn loshangende rubber van de passagiersdeur. Ik moet lachen en vertel haar dat ze zich best met de echte gordel probeert vast te snoeren. Beide gegeneerd, zij omdat ze mijn loshangende rubber nog meer had losgerukt (nog twee snokjes en ze was er in geslaagd zichzelf te beveiligen met mijn rubberband) en ik omdat…. Tja, moet ik het nog zeggen.

Ze vertelt me onderweg over haar woning hier in Brussel. Een kamertje van vijf op vijf, een badkamer en toilet op het eind van de gang, geen keuken en een raampje waar zelfs een vlieg moeite mee heeft om er zich door te murwen. Ook een wasmachine was geen overbodige luxe geweest. Nu doet onze pianist namelijk haar was. Dan kan ik dus eigenlijk nog blij zijn met mijn ultravibrerende prehistorische wasmachine.

Tom

Deel 27: Tappen in Tilburg

zaterdag 15 maart 2008

Het gaat niet goed met mijn Nissan Sunny'tje. Wanneer je op drie dagen tijd vier keer in panne valt, kan je er niet omheen. Mijn auto begint zijn laatste adem uit te blazen. Met een zeer angstig hartje rij ik naar de autokliniek. Stel je voor, mijn bakske, mijn sunny'tje... Hoe geraak ik in godsnaam in Leipzig dan? En ik wil nog geen nieuwe auto. Het is een wrakske, maar het heeft zijn charmes. Gelukkig lapt de garage mijn eerste liefde weer helemaal op en kan ik weer gezwind over de Belgische en Duitse wegen tuffen.

Op een morgen beslis ik één van mijn oude klasgenootjes van de musicalafdeling te gaan opzoeken in haar nieuwe school, de dansacademie van Tilburg. Wanneer ik mijn autootje de zoveelste uitdaging geef, zing ik luidkeels mee met het oefencassetje dat ik heb gemaakt voor mijn project.

Een scherpe tik op mijn voorruit brengt me uit mijn concentratie en ik zie dat een vallend steentje een mooi sterretje in mijn zicht heeft achtergelaten. Dat is dan al nummer vier en dan tel ik de barst van 15cm nog niet mee in mijn linkeronderhoek. Mijn kansen om door de keuring te geraken verminderen zienderogen, want naast de sterrenhemel op mijn voorruit, hangt de rubber van één van mijn deuren helemaal los. Hierdoor sluit de deur enkel als je ze met een ik-gooi-mijn-arm-even-uit-de-kom-zwaai toesmijt.

Het eerste zinnetje dat ik te horen krijg wanneer ik uit mijn auto stap, doet me beseffen dat ik Nederland ben. “Fucking mongool” sneert een meisje op de fiets wanneer ik mijn deur zonder kijken openzwier en ze met een flinke ommezwaai van haar stuur mijn portier ontwijkt. Ik kan ze natuurlijk geen ongelijk geven. Als fervente fietser gingen mijn haren ook overeind staan van dit soort chauffeurs. “Het begint hier al goed.” denk ik terwijl ik aanbel.

Het was uiteraard een blij weerzien en de volgende dag keek ik naar de lessen die Céline moest volgen. Bij de tapdansles vragen we zoals gewoonlijk eerst of ik mag binnenkomen om te kijken. Céline legt uit dat ik in Leipzig studeer en dat ik eens wil zien hoe het hier loopt. De typische Britse leerkracht bekijkt me eens scheef over haar kleine brilletje en zegt: “Kijken, kijken,…. Als je je tapdansschoenen mee hebt, dan dans je gewoon mee.” Dat moest ze uiteraard geen twee keer zeggen. Ik vloog in mijn schoenen die ik overal mee naar toe neem (je bent verslaafd of je bent het niet) en eventjes later stond ik te zweten en te zwoegen tussen allemaal Hollandse dancing queens.

Twee dagen later tufte ik weer naar huis en bedacht dat het goed was om te zien dat ik voor dans eigenlijk nog steeds nergens stond, hoewel mijn dansevaluatie in Leipzig alles behalve slecht was. Daar vroegen ze me of ik vond dat ik zelf veel had bijgeleerd. Op deze nogal bizarre vraag antwoordde ik dat ik me beter voelde tijdens het dansen, maar of ik echt zoveel verbeterd ben, daarvan had ik geen idee. De drie knikten begrijpend.

Miss Curry zat geflankeerd door haar collega’s. Links van haar zat de Poolse Herr Szydelko en rechts van haar zat de Amerikaanse Tom Fletcher. Tijdens mijn uitleg was ik niet zeker van een woord en vroeg of ik het juist uitsprak. De drie buitenlanders knikten minder zeker, waarop Miss Curry zei dat ze dachten van wel. Tja, dat krijg je als vier niet-Duitsers een gesprek hebben in het Duits.

Lachend met dit en enkele andere grappige momenten die ik al heb meegemaakt in de spannendste maanden van mijn leven, reed ik België weer binnen en voor ik het wist had mijn onmisbare GPS me naar huis geleid. Door mijn kort bezoek aan Tilburg ging ik onmiddellijk aan slag in de danszaal. Het is en blijft namelijk mijn zwakste punt. Bijgevolg is een choreografie vinden voor elk van mijn nummers een ware hel. Hoeveel uren heb ik al niet in de danszaal vertoefd zonder er iets aan over te houden. Er zijn namelijk momenten dat je eigenlijk beter even iets anders zou moeten gaan doen en daarna opnieuw beginnen. Maar ja, stel je nu voor dat ik net tijdens mijn pauze een moment van totale uitzonderlijke inspiratie heb en dit dus misloop.

Terwijl ik af en toe toch pauzeer, hoor ik de meesterjaren vlijtig zingen en repeteren voor hun show. Ik ben zeer benieuwd hoe het er zal uitzien. Ik hoor verschillende meningen van alle studenten en dat prikkelt mijn nieuwsgierigheid nog meer. Nu ja, het resultaat zal zich tonen binnen één week. Allen daarheen zou ik zo zeggen.

Tom

Deel 26: Gejaagd door de wind

vrijdag 7 maart 2008

Donderdagmorgen, ik sleepte mezelf naar het station met twee koffers die mijn rug lieten ombuigen als warm metaal. Ik moest en zou natuurlijk ook alles meenemen wat ik meehebben wou, want twee maanden terug thuis, zorgt voor veel tijd extra en dat kunnen we maar best spenderen met het op peil houden van de dansoefeningen. Mijn laatste ongebruikte treinticketje, dat ik nog had door al mijn zwart rijden van enkele weken geleden, werd nu zorgvuldig afgestempeld in één van de rode palen.

Aangekomen op de luchthaven, bleek dat mijn vlucht overboekt was en dat ik eventueel twee uur langer moest wachten. Daarvoor kon ik een vergoeding van 250 euro krijgen, dus dat stond me wel aan. Die twee uur die ik langer moest wachten in de luchthaven, kon ik dan besteden aan het opdoen van deze premie in de taxfree-shops. Dat had ik weer eens goed bekeken, vond ik van mezelf. Zo maak je immers van slechts nieuws natuurlijk goed nieuws. Jammer genoeg hadden ze nog slecht nieuws.

Ik had een tikkeltje te veel bagage. Dat had ik eigenlijk kunnen weten. Zodus zat ik vijf minuten later op mijn kniën in de luchthaven, al mijn bagage te sorteren. Mijn handbagage was belachelijk groot en de laptop accentueerde alleen maar dat ik eigenlijk veel te veel spullen bij had. Na alles te hebben herpakt sleurde ik mijn troep – die ondertussen helemaal door elkaar in mijn koffer gefrommeld zit – naar de wachtplaats. Tot mijn grootste spijt kon ik blijkbaar toch op tijd vertrekken. Daar ging mijn premie… Gelukkig was ik nog niet begonnen aan het uitgeven van dit geld.

De twee vluchten vielen beiden zeer goed mee, enkel tijdens het landen van de laatste vlucht, brak me het angstzweet uit. Wegens een zware storm in Zaventem konden we niet onmiddellijk landen. Het voelde alsof ons vliegtuig een speelbal van de wind was en reeds enkele mensen begonnen onheilspellende zinnen te lanceren. “Ik heb al veel meegemaakt, maar dit nog nooit!” of “Als we daar maar goed uitkomen.” Ook meerdere oeioei’s, wow’s en amaiamai’s, maakten mij het er niet makkelijker op om mijn rust te behouden. Als je weet dat je na tien minuten veilig kunt uitstappen, is een ritje in een rollercoaster altijd leuk, maar nu leek elke onverwachte beweging een waarschuwing van Pietje de dood.

Ik voelde een zware landing op de grond en keek gerustgesteld uit het raam. Toen zag ik echter dat we nog verre van geland waren. Mijn eerste grote luchtzak was dus een feit. Als er nu iemand geroepen had: “We gaan eraan!” dan was ik helemaal beginnen doorslaan, dacht ik. Hoewel, het overdreven dramatische zinnetje deed me lachen. Ik ontspande weer een beetje en liet in mijn hoofd een film afspelen, waarin mensen in paniek uitbraken na het roepen van deze oneliner. De houtgreep waarin ik mijn laptop vasthield, verzwakte en een glimlach verscheen op mijn gezicht.

Enkele seconden later werd ik gedwongen terug te keren naar de werkelijkheid. Ons vliegtuig werd namelijk letterlijk weggeblazen en de vleugels stonden even loodrecht in verhouding met de grond. De piloot moet ontzettend goede reflexen hebben, want in een mum van tijd vlogen we weer even naar boven en had hij opnieuw alles onder controle. We deden nog een poging om veilig te landen. Het vliegtuig kraakte langs alle kanten en we vlogen heel dicht over de – uiteraard met stilstaande auto’s gevulde – Brusselse ring. Als ik naar buiten keek, zag ik vele lichtjes (dat maakte me rustig) en als ik naar binnen keek, zag ik verkrampte angstige gezichten (dat had dan weer het tegenovergestelde effect).

Gelukkig kwam er een einde aan deze martelgang en de wielen raakten de grond. Een applaus brak los en de merkbaar opgeluchte stewardess – haar eeuwige glimlach verscheen weer op het gepolijste gezichtje – bedankte ons in de microfoon om te kiezen voor Lufthansa en zei er nog even bij dat ze hoopte dat we ondanks het spannende einde, toch een aangename vlucht hadden gehad.

Dat onze vlucht een uurtje later landde, had veel meer gevolgen dan eerst verwacht. Uitgeput van de spanning en van het toch wel zes uur leven in niemandsland, slofte ik naar de bagageophaalplaats. Iedereen bekeek me alsof ik mijn bagage reeds had, en ik moet toegeven dat het inderdaad ook zo leek. Pas na nog eens twintig minuten wachten, zag ik mijn koffer en liep ik naar de uitgang. Daar wachtte mijn vriendin me op om me naar huis te brengen. Ze was heel het uur in de auto blijven zitten en had – tot onze grote spijt – niet gemerkt dat de lichten van de auto nog brandden.

Europassistance werd opgebeld en daar zaten we dan. Wachtend op een redder in nood die wegens een overvolle parking nog eens een uur nodig had om ons te vinden én daarna zijn auto nog ergens moest parkeren om niet iedereen te blokkeren. Eens thuisgekomen moest ik nog wat eten. Ongelooflijk hoeveel honger je hebt na een flinke portie spanning. Na het eten viel ik vrijwel onmiddellijk in slaap. Het was me het dagje wel geweest.

Tom

Deel 25: Oproer op school

vrijdag 29 februari 2008

Na de duettenvoorstelling komen de leerlingen samen met Frau Ernst, het hoofd van onze afdeling. Tot dan toe wist ik van niets en had ik ook geen onenigheid opgemerkt. Iedereen had zijn uiterste best gedaan om zijn duetten of trio’s zo goed mogelijk te stagen en ik kon alweer merken dat onze school toch over een behoorlijk groot aantal talenten beschikt. Sommige mensen kwamen slechts één keer aan de beurt, anderen meerdere keren. Ikzelf zong samen met putzteufel Julian het ruzie-lied “You’re nothing without me” uit de musical “City of Angels”. Ondanks het feit dat onze pianist van dienst helemaal verward was en bijgevolg compleet vergeten was te beginnen spelen na onze korte scène, konden we fier zijn op onze prestatie. Blijkbaar vond iedereen het Belgisch vloeken 'Supertoll'!!! Ja, men moet uitpakken met dingen waar men goed in is natuurlijk. Naast dit duet, speelde ik ook nog één van de stoere kerels uit Grease. Tijdens de repetities werd er heel wat afgelachen, onder meer omdat het hemd van mijn kompaan onder de stoere kerels bij elke valbeweging een extra scheur kreeg. Hoe hij het voor elkaar speelde, weet niemand, maar zijn (jammerlijk genoeg nieuwe) hemd behoort nu toe aan de prullenmand.

Nog wat nazinderend van de spanning van deze voorzingmiddag, liep ik met de troep mee het lokaal binnen waar de bespreking plaatsvond. De leerlingen hadden enkele grieven en één daarvan ging over onze strenge dansjuffrouw. Ik moet toegeven dat ook ik haar niet elke keer bejubel – haar tergend zware oefeningen en haar 'ik- heb-sowieso-steeds-gelijk-karakter' maken de lessen soms onmenselijk – maar dit had ik toch wel niet verwacht. Frau Ernst werd overspoeld door een tsunami aan kritiek over haar collega. Niet goed beseffend wat er allemaal gebeurde – 'den Belgier' wist weer van niets – keek ik naar het agressieve tennisspel tussen enkele meesterjaren en onze directrice. Na een uurtje Australian Open, moest ik het slagveld echter verlaten om naar mijn volgende les te gaan.

Nog geen dag later vind ik in mijn mailbox een aan iedereen verstuurde mail van onze dansgodin waarin staat dat ze ons allen verwacht voor een gesprek waarin we alles met haar kunnen bespreken. Dit wordt echter gepland nà de dansexamens en ik denk dat dat maar goed is ook. De volgende dagen wordt er tijdens de lessen niets over gezegd en iedereen voelt zich ongemakkelijk. Maandag leg ik het examen van jazzdans af, dinsdag is tapdans aan de beurt en woensdag zal ik pogen ballet tot een goed einde te brengen. Omdat ik donderdag reeds naar huis vlieg (man, wat kriebelt mijn buik weer als ik eraan denk) krijg ik woensdagavond reeds mijn commentaren. Die vallen gelukkig zeer goed mee (al snap ik dat puntensysteem nog steeds niet helemaal) en ik kan met een gerust hart aan mijn wintervakantie beginnen. Want jaja, de Duitsers houden een heuse winterstop van bijna twee maanden. In deze periode kunnen de studenten veel geld verdienen met vakantiewerk om zo hun verdere studies te kunnen betalen. Daar staat dan natuurlijk tegenover dat de Duitsers buiten de grote zomervakantie en wintervakantie, enkel nog een weekje kerstvakantie hebben. Ik heb nog steeds niet uitgedokterd welk systeem me het meeste bevalt, maar deze twee maanden winterstop vind ik een beetje teveel van het goede.

Daarom ga ik enkele lessen bijvolgen in Brussel. Ik kijk er eerlijk gezegd al naar uit. Opnieuw tussen mijn vrienden en kompanen staan. En wanneer ik niets te doen heb, kan ik mijn eindproject afwerken. Ik hoop ermee klaar te zijn net voor ik vertrek, dan kan ik het al eens laten zien in Brussel, zo hebben ze toch een idee waarmee ik bezig ben.

Als ik eraan denk, kan ik niet snel genoeg thuis zijn.

Tom

Deel 24: Het ontstaan van de tapdans

donderdag 21 februari 2008

De dagen worden langer en langer en er wordt meer en meer gestretcht en gedanst. Niet alleen de studenten voelen de examenstress, ook bij enkele leerkrachten kriebelt de spanning als een mierenhoop in de buik. Onze ondertussen helemaal herstelde balletleerkracht laat ons zweten en zwoegen en kijkt dubbel zo nauwkeurig naar kleine zwakheden bij de leerlingen. Frau Curry pompt alle oefeningen en dansjes in één les, waardoor we soms drie verschillende dansoutfits op één dag volzweten.

Maar de meest verwarde en grappige leerkracht is Tom Fletcher. Deze oude, vergeetachtige bolleboos beseft plots dat een vaststaande tapdans-opwarming wel eens handig zou kunnen zijn op een examen. Daarom heeft hij verzocht alle pasjes op te schrijven op een verfrommeld stukje papier. Dat mocht ik dan snel gaan kopiëren om zo alles uit het hoofd leren. Half geërgerd en half lachend probeer ik ’s avonds zijn kattebelletje te ontcijferen. Het had net zo goed een winkellijstje kunnen zijn...

Veel terminologie hebben we niet geleerd tijdens de tapdanslessen en als hij die termen dan nog eens afkort, ben ik natuurlijk helemaal verloren. Net wanneer ik op het punt sta mijn zus op te bellen – zij is archeologe en moet dus wel eens van het spijkerschrift gehoord hebben – ontdek ik een bepaald systeem in zijn gekribbel. En zo begin ik de opwarming te oefenen.

Het tapdansexamen wordt trouwens zeer spannend. Ik ben namelijk de enige die hiervan examen moet doen (soms is erasmusstudent zijn ook zeer nadelig) en sta ik helemaal alleen voor een meerkoppige jury die me van dichtbij op de vingers... euh, op de voeten kijkt. De witharige – en sinds zijn vakantie in Grand Canaria overdreven bruine – tapdanser vindt ter plekke nog een laatste deel uit, dat moet aansluiten bij de choreografie. Dit laatste deel is belachelijk moeilijk en wegens veel oefenen, heb ik nu – geloof het of niet – een gigantische muskelkater in mijn wreef.

Tijdens de pauze – na twee uur tapdansen aan het tempo van een TGV– vertelt Tom de geschiedenis van het tapdansen. Het verhaal van het ontstaan van de Ierse tapdans blijft me bij. Er is in Ierland een periode geweest waarin dansen verboden was. Mensen kwamen nog steeds samen in bars, maar mochten niet overdreven bewegen. Van ver kon je door het raam van het café enkel de bovenlichamen van mensen zien en dus hadden de voeten vrij spel. Daarom dansen ze bij Ierse tapdans met de armen stijf naast het lichaam en bewegen enkel de benen. Zo konden ze met de gordijnen open de politie zien aankomen, terwijl de politie enkel stijve bovenlichamen zag. Grappig, hoe sluw de mens is en steeds een oplossing vindt om regels te doorbreken.

Donderdag is de dag dat mijn Duits onder handen genomen wordt. Ik ben voor de zoveelste keer alleen in de les. De Koreanen vinden blijkbaar dat hun Duits behoorlijk perfect is. We beginnen dit anderhalfuurtje met een gesprekje over de voorbije week. Ik vertel haar dat ik met mijn vrienden een spel gespeeld heb en dat ik de uitleg helemaal in het Duits heb moeten geven (met het gevolg dat op het einde van het spel, bleek dat bepaalde dingen nogal onduidelijk waren en ik dus het spel met veel bravure gewonnen had). Ze vraagt me over welk spel het gaat en wanneer ik de naam “Carcassonne” zeg, maakt ze een gek geluidje dat iets uitdrukt tussen verrassing en vrolijkheid. Blijkbaar kent ze dit spel en maakt ze bij haar thuis iedereen in. Ze noemt zichzelf als het ware de Carcassonnequeen.

Spelletjesaddict en competitief als ik ben, ga ik er onmiddellijk op in en voor we het weten, hebben we een duelleerles gepland. Deze donderdag zal uitwijzen wie hier in Duitsland de echte Carcassonnekampioen is: en dat in het Duits.

Tom

Deel 23: Gekraakt door de stormram

zondag 3 februari 2008

Nu het erasmusconcert voorbij is, denkt men toch dat het tijd is om een beetje uit te rusten. Nu ja, we kunnen altijd hopen. De geliefde duettenavond staat voor de deur en het lijkt wel of Miss Curry net een nieuw doosje energie gekocht heeft.

Maandagochtend, voor de les begint, vraagt ze om een kleine vergadering. In deze bijeenkomst stelt ze ons drie vragen waarop we schriftelijk moeten antwoorden. Vraag 1: Binnen drie weken is het dansexamen. Wat wil je in deze tijd nog verwezenlijken? Wat is je doel? Vraag 2: Hoe wil je dit bereiken? Vraag 3: Wat zeg je tegen jezelf als je een dipje hebt? Wanneer we allemaal vlijtig opgeschreven hebben hoe we op het einde van deze maand onze vooruitgang plannen, stopt ze alle papieren in een omslag die ze dichtplakt. “Zo!”, zegt ze tevreden, “binnen enkele weken kijken we samen naar jullie vooruitzichten en zien we of jullie ze bereikt hebben.”

De les begint zoals gebruikelijk met enkele uitputtingsoefeningen. Na een half uurtje echter, verliest ze plots haar geduld en volgt er een eindeloze preek. De les wordt beëindigd en we kunnen naar huis trekken om over onze toekomst na te denken. De volgende dag start de les weer om negen uur stipt en vraagt onze dancing queen of we over onze situatie hebben nagedacht. We knikken allen instemmend en ze vraagt hoe we onszelf inschatten. “How do you think, your notes will be?”

De eerste persoon stottert een beetje en geeft zichzelf vier punten. Mijn ogen rollen bijna uit hun kassen. Deze jongen is nu niet de sterdanser van de school, maar zo weinig verdient hij nu ook weer niet. Even later blijkt dat ze hier een heel ander systeem van puntentelling hebben en dat je met een 4 nog geslaagd bent. De punten gaan van 1 tot 6, zo heb ik me laten vertellen, waarbij 1 het beste cijfer is en 4 staat voor net erdoor. Elk cijfer kan nog worden aangevuld met een bijkomend cijfer na de komma, zijnde 3 of 7. 1,3 is dus bijna perfect en 1,7 neigt dan weer meer naar een 2.

Ik heb mezelf gelukkig genoeg geen punten moeten geven, omdat ik het puntensysteem niet ken, en ontsnap daarmee uit een behoorlijk ongemakkelijke situatie. Wanneer iedereen zichzelf gequoteerd heeft, komt het verdict. Alle jongens gebuisd en de meisjes nipt erdoor. “And you!....” Haar ogen spuwen bijna vuur wanneer ze me aanwijst. “Jij mag van geluk spreken dat je hier elke les met veel energie staat, want als het van je techniek afhing, was je ook gebuisd. Maar je verkoopt het tenminste.”

Ik mocht me dus bij de “gelukkigen” rekenen, maar echt gelukkig was ik niet. Ze besloot haar ik-boor-hier-eventjes-iedereen-de-grond-in-preek met de vaststelling dat we nu allemaal weten waar we aan toe zijn en dat we dus kunnen beginnen werken. Op zo’n moment mag je dit alles niet aan je hart laten komen, maar je moet er verdorie sterk voor zijn. Zo hard werken en zo weinig positieve kritiek. Iedereen, zelfs de grootste monden in de klas, was gekraakt door stormram Lynnda Curry.

Gelukkig heb ik eventjes later dictieles en vrolijkt Frau Ursula me op met haar gekke oefeningetjes. Het schijnboksen met medeklinkers, de ik-doe-een-bij-na-oefening en het waterput-spreken brengen me al snel aan het lachen. Wanneer ik weer helemaal goedgeluimd de cafetaria kom binnengewandeld, zie ik dat de sfeer nog steeds onder nul is en dat enkele mensen het behoorlijk moeilijk hebben om niet te huilen of één van de koekjes-automaten in elkaar te slaan. Sommigen overwegen zelfs nog eens om met onze prima ballerina te gaan praten. Ze vinden dat het zo niet verder kan, ze is te hard.

Ik betwijfel of het iets uitmaakt, maar ze kunnen het proberen natuurlijk. Het belooft een zware periode te worden, maar we slaan er ons wel doorheen. Zoals de dansleerkracht in de serie “Fame” zegt: “De prijs die je moet betalen om dit beroep te willen uitoefenen is hoog. En in deze opleiding begin je te betalen,... met zweet.” Tom

Deel 22: Herr Szydelko is terug

zondag 27 januari 2008

Herr Szydelko is terug. Onze balletleerkracht, wiens achillespees een tijdje geleden doorgeknakt is, zit op een stoel in het midden van de zaal. Zijn goede been steunt op de grond en het andere been ligt op een tweede stoel. Dit been is verpakt in een gigantische, robotachtige maanlandingschoen. Zijn ogen glinsteren wanneer we op hem afstormen en hem omhelzen. Frau Curry staat naast hem en glimlacht zoals alleen een zwarte vrouw kan glimlachen. Het lijkt wel of ze plots 8 tanden meer in haar mond heeft zitten.

De les begint en je kan zien hoe hij het lesgeven gemist heeft. Zijn vrouw, die de repetitor is op maandag - dat wil zeggen dat zij de muziek speelt waarop wij moeten dansen - had al enkele keren laten vallen dat onze balletgoeroe zich thuis verveelde. Dat kon je duidelijk merken aan de hele reeks nieuwe oefeningen die hij voor ons in petto had. Elke les zijn de oefeningen anders, maar deze keer heeft hij zijn fantasie op hol laten slaan. Niets is nog hetzelfde en dit alles moeten we kennen voor ons eerste dansexamen, eind januari. Er worden punten gegeven op jazzdans, ballet en tapdans. Dat laatste zie ik helemaal zitten, maar voor jazz en ballet hou ik toch mijn hart vast, net als alle anderen.

Na de les vertelt onze balletastronaut dat hij niets terugkrijgt van de verzekeringen. Blijkbaar kan een achillespees niet doormidden knakken volgens de Duitsers. Dat wij allen het levende bewijs zijn van deze treurige gebeurtenis, doet ook niets ter zake. Officieel kan dit ongeval niet gebeuren. Ik moet het echt wel toegeven, ze blijven me hier steeds verbazen in dit land.

Nog één van de dingen die me hier in het begin verbaasden, zijn de verkeerslichten. Deze gaan via oranje, van rood naar groen. Leuk voor de chauffeurs, zo kunnen ze bij de eerste seconde rood licht reeds toeteren als de auto voor hun nog niet vertrokken is. Echt handig! Dat moeten ze in Brussel ook installeren, een toeterconcert verzekerd...

Verder doen ze hier geen zout op hun frietjes (of pommes zoals ze dat hier noemen). Neen, frietjes breng je toch op smaak met paprikapoeder. Ik wil hier nu niet de Piet Huysentruyt uithangen, maar ik moet toegeven dat het me best wel smaakt. Ik ben dan natuurlijk ook een verwoed eter van paprikapoeder. Het enige wat ik daarmee nog niet kruidde, waren frietjes en dat is nu ook veranderd. Als je ooit een ziekte kunt krijgen van een overdaad aan paprikapoeder, ben ik de eerste die eraan sterft.

Overigens vinden de Duitsers het leuk me in de war te brengen met de kleuren van de waterflessen. Rood is spuitwater en blauw is plat water, ik heb het nooit anders geweten. Hier is het natuurlijk net andersom. Bij mijn eerste bezoek aan de Aldi - ik wist natuurlijk van niets - kocht ik me...euh...blauw aan flessen water, die hier nu nog steeds staan. Ik heb namelijk een hekel aan spuitwater.

Deel 21: Manneke Pis

vrijdag 18 januari 2008

We zijn ondertussen een paar dagen verder en het werktempo dat ik mezelf heb opgelegd, ligt behoorlijk hoog. Niet enkel het erasmusconcert komt er aan, maar ook de duettenworkshop. Ieder moet enkele duetten brengen (uiteraard samen met iemand anders) en dit zo goed mogelijk voorbereiden en stagen. Op 24 januari word je dan onder handen genomen door Frau Ernst, het hoofd onder de zangleerkrachten, en Miss Curry, u allen wel bekend.

Voor het erasmusconcert zit mijn eerste repetitie met de pianist van dienst er op en dat heeft me moed gegeven. Als je op eigen houtje alles moet klaarstomen, heb je eigenlijk geen flauw idee of je goed bezig bent of niet en iedereen hoort natuurlijk wel eens graag wat (positieve) feedback. Mijn “Wilkommen” uit Cabaret was het leeuwendeel en heeft me vele kopzorgen bezorgd, maar nu ben ik er zelf tevreden over. Ook “Les poissons”, het lied van de geschifte kok uit “Ariel, de kleine zeemeermin” begint langzaamaan gestalte te krijgen. Voor deze song ben ik op vissenjacht gegaan in een knuffeldierenwinkel en deze rekwisieten helpen me zijn personage te voltooien.

Na een vermoeiende dag waarin tapdans en de freakkok de hoofdrollen speelden, slenter ik naar huis. Het is al donker en ik zie in de verte twee ongure types rondlopen, enfin, zeg maar waggelen. Allebei hebben ze een fles in de hand. Met zatte mensen kan je altijd leuke grapjes uithalen, maar deze twee zagen er echt luguber en onbetrouwbaar uit. Ik kijk bijgevolg recht voor me uit en versnel mijn pas, maar helaas helaas.... zoals steeds word ik aangesproken.

En wel met de niet al te geruststellende vraag of ik ergens politie heb zien patrouilleren. Ik voel dat het geen tijd is om grapjes te maken en met spijt in het hart beken ik dat ik niemand gezien heb. “Dus ginds is de kust veilig!” zeg ik en wijs in de richting van waar ik kom. Hiermee hoopte ik te bereiken dat ze hun kattenkwaad en dronkemansstreken ergens uit de buurt van mijn woonst zouden doen.

Eén van de twee zatte flessen merkte op dat ik niet onmiddellijk van Duitse afkomst ben en vraagt me vanwaar ik kom. Vreemde mensen maak ik nogal graag iets wijs, maar ook nu zijn grapjes uit den boze. Zijn arm leunt op mijn schouder en de geur van goedkoop bier en weed zorgt ervoor dat het woord “België” er maar half uitkomt. “VAN WAAR?” roept hij op twee centimeter van mijn neus. Zatte mensen horen nooit goed en dus eindelijk tijd voor een grapje. Op 1 centimeter van zijn neus roep ik nogmaals mijn antwoord.

Ze lachen allebei en ééntje ervan verliest daardoor bijna zijn evenwicht, waardoor de andere nog meer hinnikt. Ze vertellen me dat ze me wel “cool” vinden en dat maakt natuurlijk heel mijn dag goed. Hoe veel meer voldoening moet een mens hebben dan dat twee zatte snullen hem cool vinden. Ik vind dat we genoeg gelachen hebben en wil afscheid nemen, maar de meest onstabiele van de twee vraagt me iets in de aard van plassen tegen een muur. Ik kijk nogal onbegrijpend en de rondlopende whiskyfles probeert zich te verduidelijken. Pas na enkele pogingen heb ik door dat hij iets wil zeggen over Manneke Pis.

Ik zei dat ik het kende waarna ze onze nationale trots imiteerden en zich te pletter lachten. En toen, alsof we elkaar al heel lang kenden – zo voelde het trouwens ook, alsof we elkaar al veel te lang kenden – vroegen ze of ik niet mee iets wou gaan drinken. Het aanbod was natuurlijk zeer aanlokkelijk, wie zou niet de bloemetjes willen gaan buitenzetten met twee drankorgels, maar ik paste met het excuus dat ik moest werken. De coole Tom werd in hun ogen plots langweilig, saai. Ik voelde dat we vooruitgang boekten en vond dit het ideale moment om afscheid te nemen van mijn twee nieuwe boezemvrienden.

Eenmaal thuisgekomen besefte ik dat ik hier eigenlijk helemaal alleen in een vreemd land zit en dat als er iets met me zou gebeuren, het toch wel even zou duren voor mijn familie daarvan op de hoogte was. Onmiddellijk daarna begon ik te lachen en dacht: “Ach, nu heb ik toch weer een grappig verhaal”. Deze mensen zijn toch een echt cadeau voor acteurs. Ik zou ze uren kunnen bestuderen, al moet ik er wel bij zeggen dat dat van een afstand zou zijn, want de geur die ze verspreidden...
Tom

Deel 20: Vuurwerk

zondag 13 januari 2008

Kerstmis was zoals steeds een hele bedoening bij ons thuis. De laatste jaren begint het heel ingewikkeld te worden aangezien we nogal een multiculturele familie gekregen hebben. Mijn tante is getrouwd met een Spanjaard, mijn zus met een Portugees, mijn pleegzus komt uit Afrika en ik spreek om de haverklap plots Duits.

Maar zoals altijd amuseren we ons te pletter. Er wordt gezongen, gedanst, gegeten en veel gedronken. Ook de jaarlijkse quiz werd dit jaar niet overgeslagen. Met de mensen van de musicalafdeling werd er natuurlijk ook gefeest. Het deed deugd iedereen terug te zien, en dat in een uitgelaten sfeer, het kon niet stuk. Het thema op het feest was kerstversiering en Jolijn ging aan de haal met de hoofdprijs. Zij kwam als kerstboom, met lichtjes en al. Jammer genoeg waren de lichtjes onderweg stuk gegaan, maar het kerststalletje en de gouden ster op haar hoofd waren doorslaggevende argumenten.

Kort daarna was het tijd om weer naar Leipzig te vertrekken. Er werd me namelijk in het begin van het jaar gezegd dat de lessen opnieuw zouden starten op 2 januari, dus boekte ik mijn vliegticket – jaja, mijn arme nissan Sunny verdient ook kerstvakantie – voor nieuwjaarsdag. Twee maanden later krijg ik natuurlijk te horen dat we pas een week later starten. Gelukkig komt mijn te vroege aankomst goed uit, want ik heb nog veel werk voor het erasmusconcert dat er aan zit te komen.

Tegen de late avond vlieg ik boven mijn tweede thuishaven en zie vanuit het raampje het hoge gebouw van het “Westin Leipzig Hotel” blinken. De rode lichtgevende letters bovenop het hotel doen de rest van de stad verbleken. Deze lijkt van hieruit trouwens op een van lichtjes gemaakt borduurwerkje. Prachtig om te zien. Aangekomen op de begane grond – oef, het blijft toch spannend in zo’n vliegtuig zitten – neem ik de trein naar het centrum en merk, daar aangekomen, dat Duitsland het land is van de illegale vuurwerken. Overal, maar werkelijk overal, liggen er lege hulzen, staan er verkoolde flessen op de grond in, volgens mij, veel te kleine open ruimtes en waaien kleine tornado’s van papiersnippers op.

Na een goede nachtrust in mijn vertrouwde kleine kamertje, loop ik goedgemutst en vol energie naar school om daar mijn ledematen weer in alle mogelijk bochten te wringen. Gepakt en gezakt als een muilezel wandel ik door de stad en verbaas me nogmaals over het overdreven vele vuurwerkafval. Op school aangekomen, blijkt echter dat deze gesloten is. Met een iets doorgezakte rug – de vijf zakken die ik meegenomen heb, beginnen door te wegen – strompel ik weer naar huis.

Wanneer ik de gebruikelijke vier verdiepingen weer omhoog geklauterd heb, loop ik mijn nieuwe huisgenote tegen het lijf. Magdalena Wachter zat voor enkele maanden in Birmingham. Nu is ze terug en zit Anette – jaja, het is hier een echte duiventil – opnieuw in Zuid-Afrika. De twee meiden wonen al jaren samen en hebben dus elkaars gewoonten overgenomen. Om het beleefd te zeggen: “Putzteufels zouden hier een hartaanval krijgen.” Het feit dat de keuken er als een slagveld bijligt, wordt Magdalena echter snel vergeven, want ze vertelt me dat de school vandaag toch nog zijn deuren opent. Weliswaar om 14u, maar dat is beter dan niet. “En vanaf morgen houden ze zich weer aan de normale openingsuren” zegt ze er snel bij.

Magdalena is één van de studentenraadsleden en is dus van alles op de hoogte. Tien minuten na openingstijd sta ik aan de schoolpoort en duw langzaam met hoofd en schouder de deur open. De vijf zakken bengelen nog steeds aan mijn armen en nek en maken het binnenkomen er niet makkelijker op. Het Leipzigse vrouwelijke monument van het secretariaat ziet me binnenwaggelen en kijkt bedenkelijk.

Wanneer ik alle zakken van me afgegooid heb, vraag ik haar de sleutel van de danszaal. Steeds als je ergens een kamer of een zaal nodig hebt om te studeren, ga je langs op het secretariaat, vraag je de sleutel en geef je je studentenkaart af. Ik haal dus mijn portefeuille uit mijn zak en zoek tussen al mijn nutteloze papiertjes en bonnetjes – waarom bewaart een mens in godsnaam toch al die rommel – een roos velletje waarop staat dat ik ingeschreven ben in deze school. Het lot, het lot.... Ik vind het niet.

Mevrouw Lieder kijkt nog bedenkelijker dan daarvoor en heeft haar antwoord klaar nog voor ik mijn vraag gesteld heb. “Zonder studentenkaart kom je er niet in, jongeman” zegt ze bijna onverstaanbaar. Ik doe een enkele poging om samen een oplossing te bedenken, maar helaas... de verstaanbaarheidsfactor bedraagt weeral slechts één op vijf, zodus...

Als een volgehangen kerstboom loop ik weer naar huis – mijn rug begeeft het ondertussen zowat – en zoek naarstig in mijn bureau. Deze keer ben ik op zoek naar een groen papiertje. Hierop staat dat ik wel degelijk ingeschreven ben en dat kon ook gelden, had ze me beloofd. Ik bid aan God dat ik het juist verstaan heb en bijna kruipend over de grond vang ik mijn tocht naar school voor de derde keer aan. Dit groene velletje lijkt mijn bagage wel 5 kilo zwaarder te maken, hoewel het ook kan zijn dat mijn spieren langzaamaan beginnen te protesteren. Op school aangekomen blijkt alles (gelukkig!) in orde te zijn en kan ik beginnen oefenen. Dat heb ik dan ook gedaan.


En wat een plezier om me nog eens in het zweet te tapdansen, om mijn spieren nog eens het bungee jump gevoel te geven en om mijn choreografie voor het erasmusconcert af te werken. Van het gevoel van voldoening als je ’s avonds je bed in kruipt, slaap je toch steeds geweldig... Het was alweer een moeilijke start, maar 2008 belooft heel wat positiefs te brengen. Zo heb ik op één van mijn gepakt en gezakte tochten, 2 euro op straat gevonden en is bijgevolg de eerste braadworst van het jaar alweer een feit. “Voor elk ongelukje komt er een gelukje aangewaaid” zeg ik steeds.
Tom

Deel 19: Vie khen theek ze Boes

donderdag 10 januari 2008

Wetende dat er vakanties aankomen, heb ik doorheen mijn verblijf in Leipzig enkele zaken opgeschreven. Dingen die ik zeker nog moet vertellen, maar die uitbleven door plotse andere gebeurtenissen. Eén van die dingen is het hele erasmusgebeuren. Het is echt een groepje apart dat veel dingen samen doet, georganiseerd door de school. Ik had me echter voorgenomen om vooral met de Duitsers om te gaan – dat is de enige manier om het te leren – maar sommige dingen kon ik echt niet afslaan. Maar laat ik beginnen bij het begin, mijn eerste (helse) week.

In mijn toen nog gebrekkig Duits vertelde ik de mensen dat ik uit het conservatorium van Brussel kwam. De reactie die ik het meest kreeg was: “Ach, ben jij de Belgische jazzstudent?” Lichtelijk verward en angstig dat ik weer iets fout geregeld had, corrigeerde ik snel mijn medestudenten. Zij waren verrast dat er iemand door de ingangsproef musical was, zonder die afgelegd te hebben. Ik vertelde van de DVD die ik had opgestuurd om niet tot daar te moeten rijden.

Met veel “aaaah’s” en “ooooh’s” verspreidde het nieuws zich als een lopend vuurtje. Plots kwam er een student naar me toe. Zijn loopje verraadde onmiddellijk dat hij geen musicalstudent was, maar een jazzer. Hij zei me dat ook hij van het conservatorium in Brussel kwam. Ik begon de verwarring te begrijpen. Hij sprak fantastisch goed Duits en in de hoop een tolk te hebben voor de komende periode – in die tijd ergerde ik me nog aan de vrouw van het secretariaat – zei ik in het Nederlands dat we dan af en toe onze taal konden spreken. “Ja, een beetje” zei hij met een Frans accent. “Frans is ook oké” zei ik snel en dacht onmiddellijk aan de taalvirtuoos die ik hier zou worden.

“Eigenlijk…” begon mijn erasmuscollega “woon ik in de Duitse kantons van België…”. En zo vervloog mijn sprankeltje hoop om de vrouw van het secretariaat ooit te begrijpen. Zonder tolk was dit onoverkomelijk. Ondertussen gaat het tussen Mevrouw Lieder – zo heet de Leipzigse secretaresse – en ik veel beter. Ik versta haar, zij verstaat mij en laatst heb ik haar zelfs een compliment kunnen geven over haar nieuwe haartooi, hoewel ik knalrood niet echt passen vind bij een vrouw van over de 60. Ik moet hierover trouwens zeggen dat Duitsland absoluut de wansmaak van de haartooien is. Bijna iedereen hier heeft zijn haar gekleurd, en wel in de meest absurde tinten. Ik ben zeer benieuwd wat ze nog uit de kast toveren met Carnaval, want om dit te overtreffen…. Aalst is er niets tegen.

Maar goed, ik wilde wat vertellen over de erasmusactiviteiten. Op één van hun vele feestdagen – de Duitsers smijten ermee naar je kop – kregen we een gids die ons Leipzig leerde kennen. Het was natuurlijk allemaal Bach en Mendelssohn wat de klok sloeg, maar dat vond ik zeer interessant. Ik kon me alleen niet zo goed ernstig op zijn uitleg concentreren, want hij was letterlijk uit een scène van “Allo Allo” weggelopen. Zijn engels was een echte ramp. “Vie khen theek ze Boes” en dergelijke meer. Men moet soms durven toegeven dat bepaalde clichés gewoon kloppen.

Gelukkig spraken de gebouwen en de tentoonstellingen allemaal voor zich. Ook het huis van Mendelssohn was prachtig om te zien. Ondertussen is het vakantie en bereid ik me voor op een erasmusconcert. Elke buitenlandse student laat daar zijn kunsten zien. Alle musicalstudenten vertellen me hoe hard ze uitkijken naar dat concert. Tja, die willen natuurlijk eens zien wat de Belgen kunnen. Ik zou hard werken in de vakantie. Enfin, dat had ik me voorgenomen. Feestjes en …euh… feestjes hebben daar een stokje voor gestoken. Gelukkig stond ik al behoorlijk ver met mijn programma vóór ik weer naar België vertrok. Zelfkennis is het begin van alle wijsheid.

Eén januari ben ik alweer onderweg naar mijn buitenlandse woonst. Deze keer met het vliegtuig. Ik denk er natuurlijk weer te laat aan, maar mogen tapdansschoenen eigenlijk wel mee in de handbagage? Tja, we nemen het risico dan maar… Er zijn hier geen Twintowers in Zaventem en de piloot zijn keel oversnijden met een tapdansschoen zou nu toch wel heel straf zijn… Tom

Deel 18: Driving home

vrijdag 4 januari 2008

Door de voorbije gebeurtenissen in België, heb ik besloten dat de eerste publieke voorstelling van mijn klasgenootjes te belangrijk is om te missen. Daarom stap ik een week vroeger dan gepland in mijn auto om de tergend en onmenselijk lange rit naar huis aan te vangen.

Om deze rit wat draaglijker te maken, heb ik van Putzteufel Julian een “Spassbox” gekregen. Deze gestylde kartonnen doos is beplakt met leuke foto’s van mijn voorbijgevlogen twee maanden in Leipzig én is op de koop toe tot de rand gevuld met snoepjes. Die doos was na 300 kilometer – ik ben een fanatieke snoepaddict – natuurlijk al zo goed als leeg. Het leuke aan de reis – buiten de snoepjes uiteraard – was dat eigenlijk bijna niemand van mijn komst op hoogte was, ook mijn vriendin niet. En aangezien Limburg toch behoorlijk dicht bij de Duitse grens ligt, was een kleine tussenstop makkelijk haalbaar.

Ik was zenuwachtig om haar terug te zien en in mijn hoofd speelde er zich een reeks van filmfragmenten af, namelijk hoe we elkaar zouden terugzien. In elkaars armen vliegen, wenen, lachen, het kan niet zot genoeg zijn… Hoe dichter ik bij de grens van België kwam, des te sneller reed ik en des te mooier werden de filmfragmenten. Daar aangekomen maakte mijn hart een sprongetje wanneer mijn vinger op de deurbel drukte. De papa deed open en na enkele geluidjes van verbazing, vertelde hij me dat Krista helemaal niet thuis was. Mevrouw was gaan kerstshoppen. Tja, dat heb je dan met verrassingen natuurlijk…

Enkele uren en vele anekdotes later, wandelt ze het huis binnen en vliegen we elkaar in de armen. Dit zonder de normale aanzwellende romantische filmmuziek, maar dat had het niet nodig. Na enkele seconden worstelt ze zich los en zegt me dat ik gegroeid en vermagerd ben. Blij over haar uitspraak geef ik toe dat ook ik dacht dat zij gekrompen is. Na opnieuw enkele anekdotes, beslissen we om met het gezin frietjes te gaan halen. Omdat mijn buik nog steeds lichtelijk protesteerde door de overdaad aan zoetigheden, bestel ik slechts de helft van mijn normale bestelling in een frituur. Ondanks de overvolle maag, doet het deugd nog eens Belgisch te eten.

Thuisgekomen aai ik mijn nissan sunny nog even over de snuit voor bewezen diensten en spurt ik naar boven. Wat heb ik ons appartementje gemist. Het ziet er allemaal een beetje anders uit dan normaal maar het is er zoals altijd kraaknet. Ook België heeft namelijk echte putzteufels, en één daarvan woont bij mij… Het is te laat om nog achter mijn piano te kruipen, maar de volgende dag moeten de buren er weer aan geloven. Al bijna 20 jaar speel ik op deze piano steeds enkele stukken door wanneer ik lange tijd weggeweest ben. Kwestie van bij te praten…

Maandag ga ik in de voormiddag al even dag zeggen tegen Fernand en Marie-Janne, de chef-koks in onze school in Brussel. Het was fijn die twee nog eens te zien. Maar wat een plezier om daarna mijn vrienden terug te zien. In ons klasje gaat dat altijd gepaard met veel lawaai en een groepsknuffel. Na enkele lachsalvo’s en plotse kreetjes, vertellen ze me dat het vandaag juryvoorstelling is voor alle jaren. En inderdaad, ook de leerkrachten sijpelen langzaamaan binnen. De oude gewoontes komen zeer snel terug. We babbelen, we roddelen en we spelen een spelletje tafelvoetbal. En dan komen de examenvoorstellingen.

Het eerste jaar belooft een sterk jaar te worden, dat kan je nu al al zien. Het was leuk ze bezig te zien, ondanks het feit dat ik deze mensen eigenlijk helemaal niet ken (wat overigens een raar gevoel is). Het tweede jaar ken ik natuurlijk wel al en dat maakt alles dubbel zo grappig. Als kers op de taart spelen daarna mijn klasgenootjes en de vierdejaars “All you need is hate”, hun eerste publieke voorstelling. De grote repetitieruimte hebben ze omgetoverd tot een discotheek. Met weinig middelen hebben de tweedejaars dag en nacht geknutseld en geschilderd om de meesterjaren een prachtdecor te geven. Zij zorgen ook nog eens voor het licht en spelen toneelmeester. Het eerste jaar staat zoals gebruikelijk achter de bar en aan de kassa. En zo helpt iedereen mee aan de voorstellingen.

Ik herinner me nog hoe we vorig jaar gesukkeld hebben met het lichtpaneel. De ene kortsluiting na de andere wegens een slechte bedrading in arte. Hoe we tot diep in de nacht lichtstanden zaten in te voeren en hoe we ’s morgens weer paraat stonden om het decor verder af te werken. Het zijn allemaal dingen waar de toeschouwer niet op let, maar ze zijn o zo belangrijk. Het was gek, er deze keer niet tussen te staan, maar ze hebben het geweldig gedaan. Onze musicalafdeling heeft talent, veel talent. Deze avond hebben ze weer bewezen dat onze opleiding moet blijven bestaan.

Ik zou dan ook via deze weg de leerlingen in de school nog eens willen feliciteren. Jullie hebben het weer geweldig gedaan, met in het bijzonder mijn klasgenootjes: Jolijn, Bert en Leendert. Jullie hebben – ondanks de moeilijke periodes – een geweldige prestatie neergezet. Een dikke kus en knuffel voor iedereen die hieraan heeft meegewerkt.

Deel 17: Putzteufel!

maandag 31 december 2007

Tijd voor een nieuw leuk Duits woordje, en dat aan de hand van de beschrijving van één van mijn klasgenootjes hier. Ik denk al enkele dagen na over de vertaling in het Nederlands, maar bemerk dat wij daar eigenlijk niet onmiddellijk een woord voor hebben. Het gaat om het woord „Putzteufel“, vrij vertaald: een poetsfreak.

Julian Wejwar studeert dit jaar voor het eerst aan onze hogeschool en heeft me al veel aan het schateren gebracht door zijn eigenaardigheden. Zo staat hij elke morgen op om 6 uur om gezellig lang te ontbijten, vervolgens te douchen en tenslotte heel de badkamer te poetsen. De keuken moet er elke morgen ook aan geloven, enkel de woonkamer maakt hij slechts elke week schoon, maar dan grondig. Alle boeken uit de kast en afstoffen maar... Dat doet hij dan ´s avonds.

Elke keer als ik bij hem op bezoek kom, schaam ik me voor het kleinste stofje op mijn broek of jas. Je kan er van de grond eten. Heel wat anders als bij mij thuis, mijn medebewoonster is helaas knal het tegenovergestelde. De laatste keer dat ik daar was, had hij zich zorgen gemaakt over zijn dampkap. Sinds hij die gepoetst had, zag hij nog meer strepen staan. Tja, een bijtend middel is natuurlijk niet altijd even goed. Voor de rest is zijn woning heel gezellig en leuk ingericht. Je kan natuurlijk heel goed zien dat het een musicalstudentenwoning is. Overal foto´s en posters van musicals, gesigneerde programmaboekjes en een hele collectie cd´s.

Zijn favoriete musical op dit ogenblik is “Wicked”. Hij heeft echt alles, zelfs een wickedtas waaruit hij elke morgen zijn koffie drinkt. Als ik hem in de computerruimte tref, dan bekijkt hij steeds wickedscenes op youtube en het zou me niet verbazen als hij één dezer dagen zijn huid groen heeft laten pigmenteren.

Julian is ook de jongen die me steeds deze leuke woorden bijbrengt. Zo hebben we vaak ´s avonds een spelletje gespeeld waarin ik een vlaams woord zeg, iets wat in de ruimte staat waar we ons bevinden, en hij raden moet wat de Duitse versie daarvan is: En omgekeerd natuurlijk...

Zijn drang om Nederlands te leren is bijna even groot als mijn drang om Duits te leren. We zijn al twee maanden ver en onze “Putzteufel” kan reeds een hele strofe van Ariels lied in het nederlands zingen. Tja, naast musicalfan is hij ook nog een geweldige Disneyfan, met speciale vermelding van Ariel, de kleine zeemeermin en Hercules. Van deze laatste heeft hij de cd 5(!) maal, elke keer in een andere versie. Wanneer we over straat lopen, worden we nogal veel aangesproken. Ik, omdat ik een gezicht heb met de tekst: “Vertel me al je problemen, ook al ken je me niet.” – dat euvel deed zich reeds voor in La Belgique – en Julian omdat hij een hoofd heeft met de tekst: “Ik ben vriendelijk, ik lach altijd en ik poets graag”.

Zo hebben ze ons proberen te bekeren tot het mormonendom. In eerste instantie was ik doorgelopen, maar kompaan Putzteufel bleef kleven. Waarschijnlijk omdat hij ergens een stofje gezien had op die mensen hun jas. Het gesprek was best nog interessant en we wisselden onze gedachten uit. Eén van de twee mormonenwervers beloofde dat ze me iets zou doorsturen via email.

Toen ik mijn adres wilde geven haalde ze een boekje tevoorschijn en bladerde naar de pagina met bovenaan de aanlokkelijke titel: “mogelijke kandidaten”. Dat kribbelde ze snel door, maar mijn alziend Duits oog had het reeds gelezen. Een twijfel in mijn hoofd, gevolgd door een knalharde leugen. Ik hoop nu stiekem dat er geen Tom Dewulf in België is, die een emailadres heeft bij skynet, want anders zou die wel eens leuke mails kunnen binnenkrijgen... Tom

Deel 17: De eerste triomf!

vrijdag 28 december 2007

Het gaat vooruit, het gaat verbazend goed vooruit. Mijn eerste triomf is een feit, ik ben in één van onze lessen hier de beste. Helaas is dat niet in dans, zang of toneel, of gelijk welk ander vak dat ik later eventueel kan gebruiken. Het vak waarin ik uitblink – en dat komt enkel en alleen omdat ik tussen een bende Koreanen zit – is Duits. Maar het voelt toch goed...

Ik kon onmiddellijk beginnen in de cursus “Duits voor gevorderden” omdat ik in de zomervakantie reeds vlijtig in de boeken gedoken ben. Deze les, ook wel het ophemeluurtje van de week genoemd, helpt me door de andere zware dobbers heen. Het ongeluk van onze balletleerkracht heeft als gevolg dat mijn arme lichaam helemaal ten onder gaat, want wie vervangt deze meneer die altijd goedgeluimd en vriendelijk was? Inderdaad, onze teergeliefde Miss Curry.

Dat wil zeggen dat ik op maandag een overdosis Amerikaanse furie ingespoten krijg, namelijk een “schamele” vier uur en een half dans. En als je dacht dat je goed bezig was voor ballet, dan zal zij dat snel uit je hoofd praten. Ergens tussen deze ik-dans-tot-ik-erbij-neerval-uurtjes, krijg ik maandag ook nog eens een uurtje klassieke zangles. Tijd om me degelijk op te frissen heb ik niet, dus ik sta er steeds nogal belabberd bij.

Zijn wekelijkse poging om me een olifant te laten zien voor het “Schauspielhaus” – hij wil dat ik verwonderd kijk tijdens het zingen en het venster in ons lokaal geeft uit op een theater – heeft hij deze week opgegeven. Vandaag was het een dinosaurus. Ja, de man weet me te verwonderen...

Ook leuk te weten is dat de man een passie heeft voor koken met look, wat het zingen en het bijhorende ademen er niet makkelijker op maakt. Mijn medestudenten hadden me hiervoor al gewaarschuwd, maar je beseft het pas als je de deur opent en de eerste minuten op je tanden moet bijten. En wat me al helemaal verwondert, (denk ik toch) is hoe hij het goedje dat in zijn thermos zit zo eenvoudig naar binnen kan werken. Het ziet er niet uit, het ruikt vreselijk en ik vermoed stiekem dat ook hier look in zit. Als ik maandagavond afgepeigerd thuiskom, vliegen de met look doordrenkte kleren onmiddellijk mijn overvibrerende wasmachine in, die de onderburen zuchtend met de ogen doet (want slaat op wasmachine) draaien.

Op dinsdag krijg ik steeds mijn “oh-zo-zorgeloze” dictielessen. Nu heb ik al veel bizarre mensen gezien, maar zij slaagt alles. Zo heb ik mezelf even moeten knijpen om te kijken of ik niet droomde toen ik plots besefte dat ik reeds een kwartier zat te zoemen in lotushouding. En ja hoor, met de bijhorende clichéhanden. Middenvinger tegen duim gedrukt en de rug van de hand rustend op je knieën. Met deze handen sluiten we namelijk de auracirkel. Nu ja.... Maar wat ze zegt, helpt me eigenlijk allemaal een heel stuk verder, dus mij hoor je niet klagen. Het enige wat je kan horen, is af en toe een onderdrukte grinnik of een ongemakkelijk lachje als ze weer met één van haar gekke oefeningen komt aanzetten.

Zo is de “bij”-oefening één van mijn favorieten. Al huppelend door de klas, jaag ik mijn eigen hand na terwijl ik een goed gesteunde “Z” laat galmen. Haar verschillende lagen kledij en bezwerende kettinkjes geven haar een verwarde look, die alleen nog maar bevestigd wordt als je naar haar wilde haardos kijkt. Ze heeft ook steeds haar eigen lampje mee naar de les, want TL-lampen zijn lang niet zo gezellig, meent ze.

Tijdens de namiddag is het dan weer tijd voor één van mijn favoriete lessen: tapdans. Voor dit vak zit ik in het laagste niveau, aangezien ik nog nooit getapt heb. Of het moest zijn achter de bar in Arte, het theater waar onze schoolvoorstellingen tot voor kort steeds doorgingen, maar ik denk niet dat dit meetelt...

Voor deze les zijn ook buitenstaanders ingeschreven. Mensen die hier studeren aan onze Hochschule kunnen dat gratis meepikken. Zo besliste een vrij mollige klassieke zangeres in september, dat beweging geen kwaad kon doen. Het is een schat van meid, maar van zodra er in onze choreografie ook maar één draai voorkomt, wordt ze misselijk en moet ze even steun zoeken bij de balletbar of de dichtstbijzijnde muur. Het lijkt dan alsof ze 5 liter wodka ad fundum opgedronken heeft. Ik vermoed eigenlijk stiekem dat ze het einde van het jaar niet haalt, want sneltrein Tom Fletcher is niet te stoppen. Of je nu volgen kan of niet...

Twee weken geleden was het zijn verjaardag en had hij zelfgemaakte cake meegenomen. Tijdens ons koffiekransje vertelde hij dan verhalen zoals alleen een oude man dat kan. Van het begin tot het einde hingen we aan zijn lippen. Na deze pauze schoot hij weer in actie en hingen we aan zijn voeten. Iedereen, behalve onze klassieke zangeres. Zij hing.... aan de balletbar, te bekomen, want onze grapjurk van dienst was namelijk begonnen met een oefening voor dubbele pirouetten. Tom

Deel 16: And the winner is...

zondag 16 december 2007

De trouwe lezers onder jullie weten dat enkele weken geleden de voorrondes van een grote musicalwedstrijd in Duitsland plaatsvonden. Onze school was goed vertegenwoordigd in de tweede ronde. Zes mensen van de acht konden hun kunsten nog eens laten zien en probeerden daarbij de anderen te overtreffen.

Deze twee ronde, en de finale trouwens ook, ging door in de hoofdstad Berlijn. Van maandag tot vrijdag kwamen mensen uit heel Duitsland aan de beurt. De medestudenten in Leipzig kregen vanaf woensdag vrijaf om onze kompanen te steunen. Het werd een spannende tijd, want ook de andere scholen hadden hun beste mensen gestuurd.

Deze keer waren er geen problemen zoals lichtuitval. Alles was heel goed voorbereid zodat we konden genieten van een schitterende, leerrijke dag. Het zet je namelijk aan tot denken wanneer je al die goede stemmen hoort en al die leuke creatieve interpretaties ziet. Mij inspireerde het om zelf te gaan grasduinen in mijn fantasie bij een volgende song waar ik me aan waag. Iedereen zette nog eens z’n beste beentje voor, want een finalist zijn is een hele eer.

De sfeer onder het publiek was heerlijk. Bij elke eindnoot barstte er een gejoel van jewelste los. In de voorronde in Leipzig was het nog heel duidelijk welke mensen tot welke school behoorden. Kwam het gejoel van rechts, dan was het een Münchenaar op het podium. Kwamen er kreetjes en “joehoe”-tjes van links, dan stond er een vertegenwoordiger van Hamburg op de bühne. Werden er enkele decibelgrenzen overtreden, dan floreerde iemand van onze school op de planken. Tja, de voorronde ging dan ook door in onze stad, dus het was voor ons een ietsepietsie makkelijker te komen supporteren.

Hier in Berlijn echter, supporterde iedereen voor iedereen. Wanneer ik onze afgezanten geluk kwam wensen in de loges, zag ik enkel vertrokken gezichten, zenuwachtige tics en overal halflege waterflessen. De gemiddelde hartslag moet iets van een 150 geweest zijn. Na de laatste mensen in ronde twee kregen we te horen wie er door mocht naar de finale. Tijdens het eten hadden de juryleden beraadslaagd. Ik heb trouwens nog nooit zoveel verschillende borden mogen uitlepelen. Niemand kon eten van de spanning en liet bijgevolg de helft in z’n bord liggen. Niemand, behalve ik natuurlijk.

Met overvolle maag waggelde ik naar de plaats van het verdict en tot groot jolijt verklaarde de jury dat zes van de zes Leipzigers naar de finale konden. Een heleboel mensen uit München werden eruit geschopt, wat me ten zeerste verbaasde, maar met het grootste aantal in de finale konden de mensen uit Berlijn zich gelukkig prijzen. Zo ging iedereen vroeg naar bed, behalve de supporters. Wij konden toch een beetje vieren en de stad verkennen.

Donderdag was de jeugdfinale en vrijdag de hoofdfinale. De concurrentie was nog groter als voorheen. Eén van de deelneemsters was ooit “Amneris” hier in de Duitse versie van Aïda. Hoe erg je ook steeds voor de underdog supportert, je kon het niet negeren. Ze was werkelijk drie klassen te sterk. Zij heeft dan ook de wedstrijd gewonnen en is aan de haal gegaan met de 5.000 euro. Eén van onze studenten heeft de prijs voor beste song gekregen en is nu 2.500 euro rijker.

In de jeugdfinale heeft een Berlijnse student de hoofdprijs van 6.000 euro voor de neus van onze medestudent weggekaapt. Corina eindigde 'slechts' tweede en kreeg daarvoor 2.000 euro. Maar ze hoeft niet te treuren, deze dame wordt hier nog een grote ster. Zij zit nog maar in haar derde jaar en bereikte bij de audities voor de musical Wicked de laatste tien voor de rol van Glinda.

Zo kunnen we vrijdagavond fier en vrolijk naar huis rijden. Dit jaar hebben we twee prijzen in de wacht gesleept. Maar de absolute topper was Berlijn. En verdiend...
Tom

Deel 15: Afscheid van Zeni

donderdag 6 december 2007

Wat een leuke avond moest worden onder vrienden, veranderde dinsdag 20 november in een treurige slapeloze nacht. Xenia Goderis, één van de meisjes waarmee ik twee jaar in de klas gezeten heb in Brussel, is overleden. Plots. Een verkeersongeval.

Toen ik zag dat Bert me belde, Bert behoort ook tot één van mijn klasgenootjes, nam ik nog vrolijk de telefoon op. Ik ben altijd zo blij als mensen iets laten horen van het thuisfront. Deze opwelling van vreugde slonk snel weg na het horen van de ernst in zijn stem. Hij vraagt me te gaan zitten en dat doe ik ook. Mijn vrienden in Duitsland zien dat het ernstig is en verlaten de kamer. Een korte aarzeling aan de andere kant van de lijn. In die enkele seconden beeldt je je van alles in. Alle erge dingen die maar kunnen gebeuren, gaan aan je voorbij. Maar dit...

Wanneer het hoge woord eruit is, komt er eerst van beide kanten wat gebrabbel, dan stilte en dan ik die de draad weer opneem. Je kan er natuurlijk niet veel over zeggen, het dringt niet helemaal tot je door. Na een poosje hangen we op en ik loop naar de keuken waar mijn vrienden wachten. Ze kijken me allemaal met vragende ogen aan en het enige wat ik kan zeggen is: “Slecht nieuws”. Ik lach even zenuwachtig en vertel dan hoe het zit. Ook dit gaat nog. We praten er wat over en proberen de avond verder te zetten. Ik merk dat ik, ondanks het late uur, er alles aan doe om niet naar huis te moeten.

Het valt me heel zwaar om nu alleen te zijn maar neem uiteindelijk toch de bus naar huis. In de bus komen alle herinneringen naar boven en ik glimlach. Eens thuisgekomen, grijp ik automatisch naar mijn Belgische simkaart en bel mijn vriendin op. Pas wanneer ze opneemt, komen de tranen. Tot zo lang heb ik het tegengehouden, maar nu gaat het niet meer. Het doet deugd alles los te laten en mijn hart te luchten. Daarna plof ik achter mijn computer en begin te typen. Het is ondertussen zeer laat geworden, maar slapen kan ik niet, dus schrijven dan maar.

Toen ik de eerste schooldag in het eerste jaar in Brussel binnenkwam, viel ze meteen al op. Ons Xenia, of beter gezegd Zeni. Het is veruit één van de meest speciale mensen die ik in mijn leven reeds ben tegengekomen. Het eerste wat me opviel, is hoe ze voor alles 100% gaat. In het Brussels dialect zegt men al lachend: On vol dedans!”, wel ze vloog er ook steeds letterlijk in. Haar brein stond nooit stil, altijd paraat om ergens een crazy idee te lanceren tijdens onze projecten.

Ik heb Xenia ook heel veel als tegenspeelster gehad. Van al mijn grote scènes, waren er zeker 85% met haar. Ik heb enorm veel van haar geleerd in deze twee jaar. Haar zo-ben-ik-en-leg-je-er-maar-bij-neer-attitude kreeg mijn volste respect. Ja, ze was anders. Anders dan anderen. Maar dat maakte haar zo mooi en vertederend kwetsbaar. Lieve meid, Zeni, ik mis je en ik vergeet je nooit. Nooit. Tom

Deel 14: slecht nieuws

maandag 3 december 2007

De eerste sneeuw is gevallen en de kerstmarkten draaien op volle toeren. De stad straalt door de duizenden kerstlichtjes en wordt bevolkt door met sjaal en muts-onherkenbaar vermomde voorbijgangers. De vrolijke accordeonspeler op de hoek van de Nikolaïstrasse is zelf ook ingeduffeld en blijft ondanks de bittere kou zijn versie van de “Turkse Mars” van Mozart spelen. Onder deze overbekende melodie speelt hij als begeleiding steeds hetzelfde akkoord. Het klinkt voor geen meter, maar zijn eeuwig vriendelijke glimlachende gezicht levert hem heel wat euro’s op.

Ook achter alle braadworstenkraampjes – tja, het cliché is waar, wat wij hebben aan frietkramen hebben zij aan braadworstkramen – zie je enkel nog een hoop kleren staan. Wanneer ik mijn zoveelste braadworst bestel – ik ben eraan verslingerd – zie ik twee lappen stof, waaronder vermoedelijk de armen zitten die mijn bestelling klaar maken. Bovenaan deze kledingberg verschijnt af en toe een wolkje adem dat tevergeefs de lucht probeert op te warmen. Ikzelf ben nu niet bepaald een koud kieken zoals ze dat in Brussel zeggen, maar ik geef toe, het is niet warm meer.

Wanneer ik naar huis wandel, neem ik nog even een kijkje in één van de vele kerken hier. De Nikolaïkirche is één van de meest smakeloze kerken die ik reeds gezien heb. De binnenkant is versierd met Corinthische zuilen die roze en fluogroen geschilderd zijn. Dat de kerk aan verandering toe is, heb ik al veel gehoord, maar hier zou een herstyling ook niet misstaan. Terwijl ik in mijn eindeloze fantasie reeds denk aan een mogelijk nieuw reality-tv-programma “De kleuren maken de kerk” rinkelt mijn handy, het Duitse woord voor GSM. Slecht nieuws, heel slecht nieuws.

Onze leerkracht ballet is bij de Oberstuffe, het hoogste niveau, plots ingezakt na een luide knak ter hoogte van zijn achillespees. Deze man, die ooit Polen’s beste danser was en zijn carrière heeft moeten beëindigen wegens meniscus-problemen, kan zich beklagen over een nieuw danseuvel. Zijn achillespees is als het ware met een schaar in twee geknipt na een slechte landing van een simpele jeté.

Stotterend vertellen ze me hoe Zbigniew Szydelko plots krijtwit, zichzelf vervloekend, op de grond zakte. Enkele momenten later werd hij afgevoerd met een ziekenwagen. Wanneer ik ophang, hoor ik in de verte een sirene. Of het nu diezelfde ziekenwagen is of niet, het kost me veel moeite om het laatste stukje braadworst naar binnen te werken. Deze man heeft me in deze korte periode reeds zoveel bijgeleerd. Dit alles met een glimlach en af toe een grap.

Als een film spelen alle leuke momenten zich af in mijn hoofd. Zijn legendarische mysterieuze stilzwijgen en doordringende geviseerde blik na een oefening, gevolgd door een lach of een zucht. Beiden vertellen tegenovergestelde dingen, namelijk of het goed of slecht was. Die ene les waar hij, ondanks een voedselvergiftiging die hij had opgelopen in een plaatselijk restaurant, toch verder bleef lesgeven. Vele oefeningen hebben we zonder toezicht moeten doen omdat hij plots de deur uitstormde richting toilet.

Of zijn favoriete woord “Katastrofaal” gepaard met een teleurgestelde schuddende hoofdbeweging. Zijn eeuwige strijd met de nieuwe repetitor. De jongen is hier nog klavierstudent en verdient zo iets bij. Maar ze hebben een echte haat-liefde-verhouding, hoewel zijn muziek elke keer anders en inspirerend is en bijgevolg behoort tot mijn top drie van repetitors.

Wanneer ik twee dagen later naar school wandel, zie ik reeds vanuit de verte dat er geen licht brand in de balletzaal. Met een diepe zucht wandel ik de zaal binnen en warm me op voor een les die niet doorgaat. Ik verplicht me toch te dansen en te stretchen, de spagaat is veel te dichtbij om nu te stoppen, maar ik heb nog nooit zo weinig plezier beleeft aan dans als nu.


Deel 13: een bekertje glühwein

zaterdag 24 november 2007

De dagen hier in Leipzig beginnen te korten. Het wordt later licht en vroeger donker. De wekker wordt verscheidene keren meer uitgesnoozed en als je dan toch een poging doet om op te staan, dan gebeurt dat in drie etappes. Eerst een teen, die zich snel bedenkt wanneer hij de koude lucht voelt. Daarna een iets dapperdere poging, een been, gevolgd door de korte harde pijn waarbij je de dekens van je afgooit en naar een hete douche snelt, die ook langer duurt dan anders.

Geweldig, die winters. Niets gezelliger dan een uurtje in de kou staan gevolgd door een warme chocomelk of een heerlijke glühwein. Elk jaar opnieuw laat ik me verleiden tot een hemels kwartier, de eerste glühwein van het jaar. Daar neem ik echt mijn tijd voor. Gezellig kletsend in de kou met een warm drankje in je handen. Vergelijkbare opperste genietmomenten zijn: je allereerste ijsje in de zomer, je eerste glas van je favoriete bier na lange tijd (man, wat mis ik mijn blonde leffes hier) en je eerste jaarlijkse afdaling op de skipiste. Uiteraard gevolgd door het belonende eerste schnapsje van de vakantie.

Wanneer ik de koude lucht van de winter ruik, kriebelt het altijd om op skivakantie te vertrekken. Deze jaarlijkse vader-zoon-vakantie is een echt uitkijkpunt doorheen het jaar. Iedereen houdt zijn hart vast als ze ons van de berg zien afdalen. Beiden geen techniek, beiden veel te snel en beiden eindigend met een pak sneeuw op ons gezicht. Al moet ik het mezelf en mijn vader nageven, na vijf jaar blijven we toch al wat langer rechtstaan. Gelukkig maar, want beiden hebben we een beroep waarbij gebroken ledematen uit den boze zijn.

Papa is striptekenaar en ik pianist. Maar ja, deze vakantie geeft ons elk jaar zo’n opkikker dat we er weer tegenaan kunnen voor een volgende twaalf maanden. Papa’s collega, met wie hij studiomax oprichtte, laat steeds een zucht van ongeveer windkracht tien ontsnappen als hij ziet dat we heelhuids teruggekomen zijn. Ik eerlijk gezegd ook...

Hier zit ik dan, te mijmeren over een skivakantie. En dat alles door mijn eerste glas glühwein. Voor de Duitsers is kerstmis één van de belangrijkste feestdagen van het jaar. Ook de hele adventtijd die eraan voorafgaat volgen ze hier blijkbaar op de voet. De eerste kerstmarktjes steken stilaan de kop op en heel de stad wordt versierd met alles wat ons aan kerst kan doen denken.

Mensen komen buiten, met rode blosjes op de wangen en genieten allemaal van hun eerste glas. Sommigen genieten nog van een tweede, derde, vierde en vijfde, wat tot grappige situaties leidt. Zo zie je ongegeneerd zatte mensen die ruzie maken met de uitbaters omdat ze geen waarborg terugkrijgen voor hun – reeds volledig verkreukt – bekertje. Al lachend wandelen we naar huis, waar de volgende verrassing op me wacht.

Omdat “Wicked” binnenkort in première gaat in Stuttgart, en ik dat natuurlijk heel graag wil zien, hebben mijn teergeliefde vriendjes hier besloten me op weg te helpen met het verhaal. Ze zijn een beetje bang dat ik niet alles zal begrijpen en daarom organiseren ze een wicked-avond, waarbij we theedrinkend uit een echte wicked-tas naar de uitvoering op Broadway kijken. Een illegale opname uiteraard, en hoe ze eraan komen is me natuurlijk een raadsel, maar van bijzonder goede kwaliteit. (Zou mijn oma dat ook kunnen?)

Nadien ben ik helemaal mee in de Wicked-mania en hoop dat mijn autootje het binnenkort weer doet, zodat ik in Stuttgart geraak. De lange reis heeft de beruchte Nissan Sunny volledig uitgeput en die heeft dan ook besloten om een sabbatmaand te nemen, wat ik haar van harte gun. Zolang ze de staking stopt als ik naar België wil rijden, ben ik lang tevreden. Misschien dat een bekertje glühwein voor haar neus helpt...

Tom

Deel 12: Overdaad schaadt

maandag 19 november 2007

Op sommige momenten in het leven merk je dat vrouwe Fortuna zin heeft in een goede mop. Zo kan je bijvoorbeeld een skireis boeken en net voor je vertrekt, breek je een been. Of je vertrekt voor een maand naar een zuiders land, en ontdekt daar dat je zonneallergie hebt. Nog zo’n leuke frats van onze lotgodin is de “Overdaad schaadt” – regel.

Zo kwam ik als jonge knaap binnen in de kunsthumaniora in Leuven en genoot van het feit dat overal rondom mij piano’s stonden. Ik deed dus niets anders dan piano spelen, met een gigantische tendinitis tot gevolg. Nu had ik mezelf voorgenomen voorzichtig te zijn met mijn stem. Maar ja.... Iedereen zingt hier zo goed en ik wil natuurlijk niet onderdoen. En maar zingen, en maar oefenen,.... en dan komt de heesheid.

“Oververmoeidheid” zei dokter Strauss, en hij schreef me een spreek - en zingverbod voor van 10 dagen. Hier zit ik dan, mezelf vervloekend. Als een klein kind ben ik met overdreven enthousiasme tegen een betonnen muur gelopen. Gelukkig heb ik mijn gebarentaal in het begin van dit jaar duchtig geoefend – ik moest me toch een beetje verstaanbaar maken – waardoor ik toch verder kan communiceren. Dat én een notitieblokje met IKEA-potlood. Maar als kers op de taart – koop allen het boek “De moppentrommel van vrouwe Fortuna” – breekt in het midden van een zwaar “gesprek” mijn potloodpunt af... Er zijn zo van die dagen...

Nu is er wel één positief kantje aan deze slapstickweek. Door de weggevallen toneel- en zanglessen heb ik plots tijd mijn eindexamenshow in elkaar te boksen. Via het Faust-thema probeer ik een verhaal te schrijven waarin ik alles kan laten zien wat ik waard ben én wat ik waard moet zijn. Die twee gaan natuurlijk niet altijd samen. Maar waar, in hemelsnaam, begin ik te tapdansen? En hoe geraak ik tegen het einde van het jaar in een spagaat? Deze belangrijke levensvragen houden me, naast de danslessen, een hele dag bezig.

Na enkele dagen neemt de vermoeidheid in de stem af en neemt de vermoeidheid in de spieren toe. Vooral de spieren waarvan ik niet eens wist dat ik ze had. En hoe komt het dat Frau Curry precies weet welke oefeningen ze moet geven om dat ene kleine spiertje, dat niemand weet liggen, te trainen. Ik verdenk haar ervan stiekem een eigen labo te hebben waar ze zulke dingen bestudeert. En wij zijn haar laboratoriumratten die de testen gedwee ondergaan. Iedereen gehoorzaamt haar zonder nadenken. En eigenlijk... zo hoort het ook, ze is een verdomd goede en gedreven leerkracht.

Zo kan je op donderdag, op aanvraag, privé-lessen krijgen als je met vragen zit. Het kost moeite om het haar te vragen, wetende dat je daarna drie maand niet meer kunt lopen, maar het loont zich. Ze is hard, maar begaan met de studenten. Vorige week moesten we met heel de musicalafdeling samen komen en kregen we een uitleg over hoe je een choreografie moet maken. Dit was blijkbaar de eerste keer dat ze dit deed.

Haar pleidooi begon met een citaat: “A movement without motivation is unthinkable.” Alle studenten knikten begrijpend. Maar dat volstond niet. Na enkele seconden stilte zette ze met één zin de zaal in rep en roer. “Don’t you have to write that down?” Een oorverdovend gerommel volgde en iedereen begon basisschool-ijverig te pennen.

Na een boeiende uitleg van pakweg een half uur, speelden we een spelletje. Iedereen keek angstig bij het horen van deze aankondiging. Wat voor deze vrouw een spelletje is, is voor ons meestal afzien in het kwadraat. Maar het viel allemaal goed mee. Iemand komt naar voor, beeld een gevoel uit (zonder dans) en mag pas stoppen als de anderen het geraden hebben. Eén voor één mochten we één maal raden. Had je het juist, dan was het jouw beurt om iets uit te beelden. Daarna moest je datzelfde gevoel uitbeelden via dans.

Velen waren onwennig hiermee, aangezien ze van dansexpressie nog nooit gehoord hadden, maar kwamen toch met leuke vondsten voor de dag. Grappig eigenlijk, hoeveel een lichaam kan zeggen zonder woorden. Deze laatste gedachte heeft mijn stille week slechts half zo zwaar gemaakt, als ik oorspronkelijk zou gedacht hebben.

Deel 11: Bloedbroeders

woensdag 14 november 2007

In mijn studententijd in Leuven heb ik regelmatig bloed en bloedplasma gegeven. Samen met enkele vrienden gingen we elke week naar het plasmacentrum waar verpleegsters Annie en Martine ons bloed met een glimlach aftapten. Elke afname was goed voor 2 bonnetjes. Deze konden we sparen en inruilen tegen prijzen. Zo heeft het me letterlijk bloed, zweet en tranen gekost om een stoomkoker te bekomen...

Eens ik in Brussel studeerde en werkte vond ik de tijd niet meer om verder te doneren. Jammer, want bij de honderdste plasmagift krijg je een fles champagne. En ik zit aan 97 donaties. Nu heb ik hier in Leipzig op een zaterdag niet veel te doen, daarom zocht ik op het web of er een plasmacentrum in de buurt is. Ook dat hebben ze hier blijkbaar. Maar wat je allemaal moet doen om te mogen geven...

Ik meld me aan het onthaal en krijg prompt een vijfpagina's lange vragenlijst onder mijn neus geschoven. Die moet ik helemaal invullen. Ook hier is het Duits een klein obstakel, maar door mijn parate kennis van alle mogelijk ziektes (ik ken de lijst in België nog steeds van buiten) lukt het behoorlijk goed. Slechts twee keer moet ik vragen naar de betekenis van een woord. De vraag of ik hondsdolheid had en of ik ooit in de gevangenis had gezeten, had ik namelijk niet begrepen.

Na deze talenknobbelvragenlijst moet ik een test van zes vragen afleggen. Gelukkig is het meerkeuze. De vragen varieerden van 'Hoe krijg je aids' tot 'Hoe voorkom je Hepatitis C-besmetting'. Daarna vragen ze me of ik genoeg gegeten en gedronken heb. Als trouwe donor weet ik echter dat je beter niet op een nuchtere maag bloed geeft. Maar volgens deze juffrouw moest ik reeds anderhalve liter water gedronken hebben en zijn twee kommetjes cornflakes niet genoeg.

Tja, het is nog maar 10 uur 's morgens. Dat ik nog geen kilo lasagne gegeten heb lijkt me vrij logisch. Ik zou me als dokter eerder zorgen maken indien dit wél het geval was... Nu goed, ze verplicht me eerst nog een graanreep en een halve liter water naar binnen te zwelgen. Wanneer dit alles gebeurd is, prikt ze nog even een gaatje in mijn vinger en controleert of mijn bloed wel genoeg ijzer bevat. Dit is het geval, dus ik kan naar de dokter voor een volledig onderzoek. Maar eerst moet ik nog plastieken vuilnisbakzakjes over mijn schoenen trekken.

Na haar lofrede over mijn lage hartslag en bloeddruk, overloopt ze mijn ingangsexamen met de aids-vraagjes. Ik mag fier zijn, slechts één foutje. Ik had erger verwacht, aangezien mijn parate kennis over hepatitis C en Creutzfeld-Jacob niet zo groot is. Maar wanneer ik zie welke fout ik gemaakt heb, komt het schaamrood op mijn wangen. Op de vraag 'Hoe kan je aids krijgen' heb ik het vakje 'sociale contacten' aangekruist. Ik had natuurlijk 'seksuele contacten' gelezen. Gelukkig begreep ze het misverstand. Met een grinnik en een knipoog kom ik er van af en ik mag mijn bloedkraan openzetten. Voor elke bloedgift krijg je in dit land 2O euro, voor elke plasmagift 15 euro, maar het leukste is, dat je 15 euro krijgt als je andere mensen meeneemt en bloed laat geven.

Ik ben vrijwillig gekomen, dus heeft niemand recht op dit bedrag. De prikster van dienst merkt dit toevallig op en vraagt me of ik geen zin heb om nog één papiertje in te vullen. Hiermee verklaar ik dat zij mij hiernaartoe meegenomen heeft. Op mijn verwarde blik, ik wist niet of ik het wel goed begrepen had, repliceert ze snel dat de helft uiteraard voor mij is. Dit duivels plan zint me wel...

Deel 10: Wetbewerbungstag

maandag 12 november 2007

Maandagochtend, ik word geeuwend en smakkend wakker. Mijn lichaam gilt het uit van plezier want vandaag is het Wetbewerbungstag. Dit wil zeggen dat alle lessen wegvallen en we een hele dag in één van de vele theaters in Leipzig, waar deze wedstrijd voor musicalstudenten plaatsvindt, op onze luie krent mogen zitten. Mijn spieren zijn aangenaam verrast met deze adempauze. Dit geldt natuurlijk niet voor iedereen. Acht studenten uit de musicalafdeling tonen zich vandaag op z'n best. Zij nemen het op tegen studenten uit andere hogescholen in Duitsland, met name Berlijn, Munchen, Dresden, Essen en Hamburg.

Eerst zijn de mensen van de Jugendwetbewerb aan de beurt. Zij moeten elk 10 nummers voorbereiden, waarvan minimum 2 met choreografie, minimum 2 met micro en minimum 1 met een speelscène ervoor. Een uur voor je opmoet, krijg je van de jury te horen welke twee nummers je mag brengen naast je keuzestuk. De eerste twee mensen waren eigenlijk niet zo overtuigend. Ik zag de andere studenten, die het niet gewaagd hadden wegens een lage zelfinschatting, glimlachen en zeggen: "Deze keer had ik beter meegedaan."

De grijns veranderde snel na de derde deelneemster. Blijkbaar waren de eerste twee slechts kanonnenvoer voor de talentvolle bulldozers die stuk voor stuk ieders zelfvertrouwen platwalsten. Opmerkelijk waren de mensen uit Munchen en, jawel hoor..., Leipzig. Maar het moet gezegd, de studenten uit Munchen zingen verbluffend goed. Reeds twee weken keek ik uit naar het grote solomoment van Sebastian Römer, één van mijn medestudenten. Ik had deze jongen onmiddellijk gespot als groot talent. Hij zingt zeer sterk en in de dansles is hij met overschot de beste mannelijke danser. Op acteervlak had ik geen idee, maar je hebt soms van die mensen aan wie je kan zien dat ze goed kunnen toneelspelen.

En als zesde in de rij van deze Jugendwetbewerb, was het zijn beurt. Het geluk was echter niet aan zijn kant, want in het midden van zijn derde song besliste de stad Leipzig een stroompanne in te lassen. De arme jongen stond helemaal uit het licht. Met angst keek ik naar de pianist, wiens hoofd als een pijl naar de partituur vloog. Sebastian danste zichzelf naar de voorscène, waar je een flauw afkooksel had van het noodlicht uit de zaal, zodat we toch nog een glimp konden opvangen van zijn kunstje met de hoed en zijn spagaat. Bij de eindnoot overdonderden we hem met een hartverwarmend applaus dat opmerkelijk lang duurde. De jury feliciteerde ook de pianist en stuurde ons naar de cafetaria, waar we iets konden eten en drinken in afwachting van het eerste wat er op aarde was: LICHT!

Na een half uurtje was dit euvel verholpen en konden we verder genieten van een prachtige show. Niet veel later was het aan de oudere garde. Zij moesten 15 songs voorbereiden waarvan minimum 3 met dans, minimum 3 met micro en minimum 1 met scène. Ook zij moesten elk drie nummers brengen, waarvan één naar keuze. Het werd een schitterende dag waarin veel gelachen werd met de zeer creatieve interpretaties van overbekende musicalsongs. Op het einde kregen we te horen wie er allemaal verder mocht naar de finale. Eén persoon uit Hamburg, één persoon uit Dresden, 5 personen uit Munchen en aan kop 6 personen uit Leipzig. En of we gevierd hebben...

Deel 9: de fruitvlieg

donderdag 8 november 2007

Een bank vooruit en een kus van de juffrouw. Mijn eerste grote stap voorwaarts is een feit. Ik heb het voor mekaar gekregen dat ik twee uur extra toneelles krijg. En dat in het Duits. Mijn doorslaggevend argument: "Men kan mooi zingen en dansen, maar als men niet kan acteren, dan komt dit alles niet goed tot zijn recht. Daarom gaat er in Brussel veel tijd naar projecten en worden we drie keer per jaar beoordeeld op onze acteerprestaties."

Het helpt altijd als je de school vergelijkt met een andere school. Niemand wil graag onderdoen voor zijn concurrenten. Nadat ik dat doorhad, was de rest een makkie, zelfs al was het in het Duits. De advocaat in mij kwam boven en niets kon me verbaal nog tegenhouden. Het deed me een beetje denken aan mijn thesisverdediging in het
Lemmens. Ik dacht toen: "Als ik de hele tijd spreek, kunnen ze geen vervelende vragen stellen..." En dat heeft ook mooi gewerkt.

Vrijdag had ik reeds mijn eerste les, terwijl ik pas donderdag het pleidooi gewonnen heb. Jana, haar achternaam heb ik nog niet kunnen
ontfutselen, is een zeer speciale madam. Ze is hard, eerlijk en kijkt zonder pardon recht in je hart. We begonnen met een eenvoudige "vrij gekke" oefening. We waren allemaal marionetten waarvan de touwtjes ons helemaal omhoog trekken. Zo hoog en gespannen mogelijk. Totdat er een boze meneer langs komt, die je touwtjes één voor één doorsnijdt. Je zakt lichaamsdeel per lichaamsdeel langzaamaan helemaal in elkaar. Dit doe je een aantal keer in de twee richtingen, namelijk; afbrekend en opbouwend.

Deze oefening zou een rustgevende werking moeten hebben. Wonder boven wonder werkte dit ook. En voor een jongen met duracel-energie is dit toch wel opmerkzaam. Daarna gingen we wat improviseren én..... dieren uitbeelden. Ik kan me de grijns van mijn medestudenten in Brussel zo inbeelden als ze dit horen/lezen. We waren allemaal blij dat deze traditionele eerstejaarsoefening achter de rug was, en lap, hier lig ik weer te miauwen en te rollen over de grond. Nu heb ik voor de sport wel andere dieren genomen, anders was het natuurlijk gemakkelijk geweest. Hoewel, ik meen mij te herinneren dat mijn dieren in Brussel niet van de beste waren.

Zo denk ik met een glimlach terug aan mijn poging tot een wolf. De aaaaaahs en oooohs op het einde van deze poging, want ik imiteerde zijn gehuil, sprak boekdelen. Zonder dit geluid hadden ze het nooit geraden. Of beter, nooit kunnen raden. Ook de afkeurende blik van onze regisseur op het einde van mijn hallo-ik-ben-Tom-ik-ben-23jaar-en-ik-doe-een-krab-na!-voorstelling hadden we eigenlijk moeten vastleggen op camera.

Gelukkig was ik niet de enige die geschiedenis schreef met blunders. Enkele andere memorabele pogingen waren: de rups die vlinder werd, de vis op het droge, de slak (met als kers op de taart de voelhorens die plots tevoorschijn kwamen) en de hyena. Enfin, eigenlijk hebben we nooit echt geweten wat hier werd uitgebeeld. En de persoon in kwestie wilde het ook niet zeggen, dus hebben we het maar op een hyena gehouden. Ik heb echter niet het gevoel dat mijn Duitse medestudenten hier zo inventief zijn. Verder dan een hond, een olifant en een eekhoorn kwamen ze niet. Dat laatste kon je trouwens ook onmogelijk raden. Zonder pluimstaart bleven we allemaal steken bij een spastische muis. Mijn duifimitatie was dus, bij gebrek aan beter, een echte hit.

Nu woon ik trouwens toevallig naast de Leipzigse Zoo. Daarom hebben we met de klas afgesproken om deze week eens binnen te wippen en enkele diertjes te observeren. Ik ben benieuwd welk dier op hun zo'n indruk nalaat, dat ze volgende week een poging doen om dit uit te
beelden. Ik ga alleszins voor de fruitvlieg...

Deel 8: kaarsrechte ruggen

woensdag 7 november 2007

Als je macht hebt, dan moet je die van tijd tot tijd eens gebruiken. Zo herinner je de mensen aan hun plaats. Dit moet de laatste gedachte geweest zijn van danstiran Curry, voor ze het danslokaal met een grote zwaai binnenstapte. Ze had ons op voorhand gebrieft dat ze alles ging overlopen voor de examens die er aankomen in juni. Ja, ze is er behoorlijk vroeg bij. Dit geldt enkel voor de tweedejaars en de laatstejaars, aangezien de anderen geen examens hebben op het einde van het jaar. Natuurlijk horen de Erasmus-studenten bij de eerste groep.

Onze dance-devil zelf kwam vijf minuutjes te laat binnen en keek ons allen aan. Met z'n zessen zaten we schrijvensklaar in een kringetje
rond haar stoel van waarop ze altijd haar commentaren buldert. Na een vlugge glimlach liep ze naar de andere kant van de danszaal en zette zich ostentatief neer. Er zat niets anders op, dan haar te volgen. De reden voor deze plotse verandering van locatie? Precies
de zin waarmee ik dit dagboekdeel begon. Deze vrouw is spatie teveel werkelijk ongelooflijk.

Net voor ze met haar speech begon, keek ze afkeurend naar onze houdingen. In één oogwenk had iedereen zijn rug aangepast. Daar zaten we dan. Zeven mensen, kaarsrecht, alsof ze net een ijzeren lat hadden ingeslikt. Met haar eerste woorden verzwakte ze mijn houding meteen. Ik moet op het einde van het jaar een soloprogramma maken van een uur. Daarin moeten 2 songs zitten met dans én nog een aparte choreografie van twee en een halve minuut. In deze voorstelling moeten bepaalde danspassen zeker aanwezig zijn. Daartoe behorend zijn dubbele pirouetten, developées van minimum 90 graden, enzoverder.

Had ze niet af en toe opgekeken van haar blad, waardoor plots alle ruggen weer gerecht werden, dan was iedereen weggezonken in de grond van ontmoediging. Ik kreeg mijn rug trouwens helemaal niet meer recht, zelfs niet met een lat van het sterkste metaal. Een uur... In het Duits.... Hoe krijg ik dat voor mekaar...

Terwijl ik 's avonds laat van school naar huis wandel, merk ik dat de stadswerkers van Leipzig de bladeren van het voetpad hebben geveegd. Het lijkt alsof ik in loopgraven wandel. Wat is de herfst toch een prachtig seizoen met al zijn geuren en kleuren. Net als vers gemaaid gras, ruiken ook composterende bladeren heerlijk. Mijn nostalgisch brein flitst me naar vorig jaar terug. Het Shakespeare-project.

Als enthousiaste tweedejaars keken we hier naar uit omdat we als regisseur Leah Thys toegewezen kregen. Het jaar daarvoor had ze ons allen geamuseerd met een zeer leuke versie van Twelfth Night, gebracht door de toenmalige tweedejaars. En ook dit jaar werkte haar fantasie op volle toeren. Zo speelden we alles in een bos. Geen echt bos natuurlijk, maar een bos gecreëerd met doeken, camouflagenetten en bladeren. Veel bladeren.

Na enige repetitieperiode gaf ze ons de opdracht in het bos bladeren te verzamelen. Wat hebben we gelachen met de hele klas, elk 2 grote vuilniszakken in de hand, blaadjes rapend in het park van Jette. Wat hebben we gejoeld van plezier wanneer we onze buit in onze repetitieruimte rondstrooiden, met het nodige bladerengevecht tot gevolg. Wat hebben we geroepen toen we ontdekten dat er in het park ook hondjes hun behoefte doen, en we één van deze trofeeën mee naar school hadden genomen. Moedig als hij was, speelde Bert ongestoord verder, liggend op de grond, met zijn neus 10 centimeter van dit opengesmeerde lekkernijtje. En wat hebben we gevloekt wanneer we alles moesten opruimen, zodat we konden repeteren voor het volgende project.

Daaraan terugdenkend, ontdek ik dat je met weinig middelen eigenlijk best leuke dingen kunt doen. Hier in Leipzig hebben ze werkelijk alles wat je maar wil. In elke toneelklas hangen spots, in elke muziekklas staat er een piano, een notenbalkenbord (met krijt!) en een stereo-installatie. In elke danszaal (we hebben er drie) zijn er balletbaren aanwezig, staat er een vleugelpiano voor de repetitor, en ga zo maar door. En toch....

Het zoeken naar middelen heeft ons in België toch ook veel plezier gebracht. Je krijgt respect voor de materialen die je hebt en uiteindelijk gaat het erom wat je er zelf mee doet. Wanneer ik deze laatste zin bedenk, krijgt mijn zelfvertrouwen een nieuwe boost. Ik besef dat het hard zal worden, maar ik ZAL een leuke show neerzetten. Liefst niet in een al te gebrekkig Duits, maar laat ons niet utopisch worden. Leve de (taal)creativiteit!

Deel 7: de lachtherapie

dinsdag 30 oktober 2007

Als kind speelde ik heel vaak spelletjes. Eén van die spelletjes ging als volgt. Je moest elkaar in de ogen kijken en de eerste die lacht is verloren. U allen wel bekend. Ik moet zeggen dat dit één van de weinige spelletjes is die ik continu verloor. Het geluk is bij spelletjes namelijk altijd aan mijn kant. Maar niet lachen... Neen, dat lukt me niet.

Ik werd dan ook vaak gestraft op school. Ik was steeds de enige die nog bleef doorgiechelen op momenten dat het echt niet kon. Hoeveel uren ik nu in totaal buiten gestaan heb terwijl de rest van mijn klas binnen zat... Het zijn er zeker heel wat. En dan spreek ik nog niet van alle strafregels die ik heb moeten schrijven. Tja, lachen kan soms schadelijk zijn, heb ik ontdekt. Ondertussen heb ik geleerd dit beter onder controle te houden, maar er is nog werk aan de winkel.

Zo was het deze week heel spannend voor mij in mijn toneelles, waar ik samen met onze Koreaanse popzangeres een liefdesscène moet spelen. We sukkelen beiden enorm op onze tekst en het arme wicht heeft nog nooit geacteerd. Ze zingt ongelooflijk, maar van acteren heeft ze duidelijk geen kaas gegeten.

Ji Sang is ondertussen een goede vriendin van me geworden. We hebben onze teksten ook samen ingestudeerd en we lachen veel met elkaars fouten. Wanneer ze haar script bovenhaalt, schiet mijn hoofd – samen met dat van de regisseur – naar voor. Overal staan minuscule Aziatische tekentjes. Ze had enkele woorden opgezocht, zei ze heel gewoontjes. Een kleine grinnik werd onderdrukt. Maar hoe moeilijk is het, om niet te lachen als je in je ooghoek nog iemand ziet schudden en rood worden. Maar ook onze regisseur herpakt zich en zegt dat we de tekst eens moeten doorlezen.

Na de eerste verspreking was het onheil geschied. Elke zin die zorgvuldig gelezen werd, met het blad op tien centimeter van haar neus, werd gevolgd door een kleine grinnik of een hoog gepiep. Het werd een ware strijd tussen regisseur Frank Leo en mezelf. Wie blijft serieus en wie geeft voor het eerst toe aan de zalige ontlading van een flinke bulderlach. Wanneer ik half proestend een zin probeer te lezen, bezwijkt de dam onder de druk.

Ji Sang valt me giechelend in de rede en verbeterd mijn uitspraak van het woord “Fräulein”. Jammer genoeg had ik dit woord wél goed uitgesproken. Eén van de weinige waarschijnlijk. Een schaterende BROEHAHAHA vliegt door de ruimte. Het hoofd van onze regisseur vloog naar achter en naar voor, als een kip die na 5 weken hongerstaking plots een zakje maïs krijgt. Ik had het duel gewonnen, nipt. En nu de eerste lach erdoor gekomen was, konden wij ons ook laten gaan.

Na enkele minuten van deze lachtherapie gingen we alledrie, met tranende ogen, verder. Het deed deugd om nog eens stevig te lachen. Vorige week ben ik naar een theatervoorstelling geweest. Iedereen in de zaal stierf van het lachen. Iedereen... behalve ik. Ik verstond alle grappen wel, ook al was alles in het Duits, maar dat kostte nog steeds zoveel moeite dat een ontspannende lach er voor mij niet inzat. Frustrerend als je weet hoe graag ik lach. Een taalbarrière is op dat vlak best vervelend. Maar we werken eraan.

Elke serie die ik bezit op DVD, bekijk ik hier in het Duits. In het begin was dit alles behalve aangenaam. Gedubde films, mijn haar staat er van overeind. Maar het went, waardoor ik nu leren aan ontspanning kan koppelen. Vanavond heb ik trouwens een afspraak met één van de toneeldocenten. De bedoeling is dat ik wat meer acteerlessen kan bekomen, aangezien twee uur per week toch behoorlijk weinig is. Benieuwd of mijn Duitse diplomatie al klaar is voor zulke gesprekken.

Deel 6: The devil in tutu

zaterdag 27 oktober 2007

Er zijn zo van die dagen dat je opstaat vol energie en van alles wil verwezenlijken. Vandaag is niet zo’n dag. Elk spiertje in mijn lichaam is moe en blij dat het zondag is. Toch moet ik onze choreografie van tapdans oefenen.

Ondanks de gezegende leeftijd van onze leerkracht - Tom Fletcher is 72 - ligt het tempo zeer hoog. Deze les volg ik in het laagste niveau en onze choreografie is er al eentje van 2 minuten, plus al die oefeningen. En tapdans is verdorie minder eenvoudig dan ik dacht.

Rustig wakker wordend met een verse tas thee, hoor ik op de radio de ene Duitse schlager na de andere. Ik vermoed dat ze hier allemaal een poging doen om de jaarlijkse sneeuwvakantie-monsterhit op hun naam te schrijven. Enfin, dat hoop ik toch. Ik kan me niet voorstellen dat mensen hier een heel jaar naar luisteren. Al moet ik stiekem bekennen dat ik op skireis steeds uit volle borst meezing. Maar daarvoor is het nu echter nog veel te vroeg. Ik zet de radio uit en hoor dat mijn wasmachine de zoveelste poging doet om 3 op de schaal van Richter te bereiken. Genoeg motivatie dus om toch maar naar school te gaan en mezelf weer in een knoop te leggen met de barbaarse stretchoefeningen van Miss Curry, de tiran onder de leerkrachten jazzdans.

Op school aangekomen, merk ik dat ik niet de enige ben met een dipdagje. We beslissen om eerst een beetje te keuvelen voor we erin vliegen. Dat keuvelen mondt uit in een heel enthousiast gesprek en voor we het weten, hebben we ’s avonds afgesproken om met 4 mannen enkele close harmony stukken door te nemen. De lol was echter zo groot dat we beslist hebben dat te blijven doen. Het deed me wat denken aan die leuke tijd in het eerste jaar in Brussel. Toen kwamen de jongens ook met regelmaat samen om barber-shop-gewijs te zingen.
Maar de alom gevreesde jaarlijkse afslachting op het einde van het eerste jaar (van elf naar vijf leerlingen) heeft daar echter een eind aan gemaakt.

Maandag begint de dag met jazzdans en onze tiran was duidelijk met het verkeerde been uit bed gestapt. Na een eindeloze preek die eindigde met: “You guys are Bwèèèèèèk” – en bij dit laatste woord hing haar tong tot aan haar knieën – volgde een martelgang van folterpraktijken en een reeks hoe-lang-voor-ze-breken?-oefeningen. Die avond heb ik mezelf in bed moeten hijsen. De kracht was op en ik stevende af op een knoert van een “muskelkater”, het Duitse woord voor spierpijn. Het nam wat tijd in beslag om een pijnloze slaappositie te vinden, maar eens ik die gevonden had, was ik snel in dromenland. Het laatste waaraan ik dacht voor ik – in een vrij bizarre ligging – in slaap viel, was: “Hadden we maar gedanst i.p.v. gekeuveld...”

De volgende dag, daar sta je dan. Dezelfde mensen, dezelfde danszaal, dezelfde les,... dezelfde leerkracht. Bij elke beweging die je maakt, springen de tranen in je ogen. Miss Curry, The devil in tutu, bleek in topvorm. Ze bleef de oefeningen uit haar mouw schudden alsof ze David Copperfield was. Op het moment dat we normaal gezien 70 keer moeten pompen, keek ze naar onze knalrode en vertrokken gezichten, lachte even en ging met de volgende oefening verder. God zij dank, er zit nog een beetje liefde in deze vrouw...

Deel 5: Die Duitsers toch...

zondag 21 oktober 2007

De school blijft verbazen... Het begon al de eerste dag dat ik daar was. Alle nieuwe studenten moesten zich verzamelen in de grote zaal. Toen ik binnenkwam, werd ik overweldigd door een gigantisch orgel achteraan in deze ruimte. We werden toegesproken door de directrice, die ons natuurlijk van harte welkom heette. Dit deed ze in drie talen. Duits, Engels en ..... Russisch.

Dan dacht ik iets te zijn met het Duits dat ik geleerd had, beginnen ze in het Russisch. En het aantal studenten die dit verstonden, kon je op één hand tellen. Je kon ze er zo uitpikken. En de andere studenten wisselden elkaar af in het knikkebollen. Ik kon het niet laten en dacht met een Obelixiaanse zin: “Die Duitsers toch...”

Het tweede wat me verbaasde, waren de lokalen. Bijna elk lokaal in onze school (en dat zijn er heel wat) heeft een gestemde(!) piano, een hifi-installatie en een pianostoel om U tegen te zeggen. Van deze stoel kan men de hoogte gemakkelijk verstellen door een vernuftig systeem. Achteraan het zitgedeelte zijn 3 scharnieren bevestigd. Elk scharnier staat voor een nieuw en hoger zitgedeelte. Dus als je iets te laag zit aan de piano, klap je toch gewoon 3 laagjes naar beneden en hopsa, daar zit je dan, op een goede hoogte. Zeer ingenieus die Duitsers...

Nu blijkt ook nog dat je zomaar enkele vakken kan volgen als optie. Ik moest het niet doen, maar als ik zin had, mocht ik meezingen in de big band van onze school. Momenteel vertoeven die in Mexico, op concertreis, maar eind oktober komen ze terug en dan kan ik “als ik echt wil, natuurlijk, geen verplichting” meezingen. Alsof ik niet zou willen. Niet te begrijpen die Duitsers...

Door mijn lichtelijk overdreven enthousiasme (ik wil uiteraard ALLES volgen) zit ik met een vrij zwaar uurrooster. Dans is bij ons onderverdeeld in 3 niveaus. Daar doen ze 4 jaar over, terwijl de opleiding 5 jaar is. Het laatste jaar zijn ze vrijgesteld van dit vak om zich volledig op hun eindproject te concentreren. Daarvoor moet ieder individueel een show in elkaar boksen waarin ze dansen, zingen en acteren. Deze onemanshow moet ongeveer een uur duren.

Ik dans in niveau 2, maar om mezelf te helpen volg ik ook nog extra lessen in niveau 1, waar ik de basis nog eens heel duidelijk uitgelegd krijg. Enfin, heel duidelijk..... Het blijft in het Duits natuurlijk.

Klassieke zang is voorlopig voornamelijk techniek. We zijn nog niet echt toegekomen aan één of andere aria. En volgens de geruchten zal dat ook niet snel gebeuren.

In “Dramatischer Unterricht” werk ik samen met een actrice en een pianist aan enkele songs. De eerste les hebben we onze tanden gezet in “Willkommen” uit “Cabaret”. Deze man moest ik op zoveel mogelijk verschillende manieren spelen.

Dictie... Tja, moet ik meer zeggen? Hier leer ik de juiste uitspraak van het Hochdeutsch. Ik had alvast mijn toneeltekst meegenomen, maar verder dan de titel en de eerste zin zijn we helaas niet gekomen. Ik stuitte prompt op enkele vervelende klanken. Het is een schat van een vrouw en ze heeft veel geduld. Gelukkig maar....

Samenzang is een koortje gemaakt van eerstejaars, tweedejaars én de popklas. Daarom wisselen we het genre af. Zo hebben we reeds een ensemblestuk uit “Mama Mia” én een zeer merkwaardige bewerking van de song “Yesterday” op ons palmares staan.

In repertoire moet ik zelf voor de songs zorgen. Ik breng eender welk genre mee en de pianist begeleid me dan een uur lang. Ook dit is een individuele les.

“Close Harmony” en “Jazzimprovisatie” zijn voor mij dus optievakken, maar zijn beiden te leuk om te laten liggen. Close harmony is een soort van Jazzkoor. De bedoeling is om alle stemmen van een select groepje mensen te laten blenden. Dit wil zeggen dat je geen individuele stem meer mag herkennen. Alles moet één geheel vormen. De akkoorden zijn vaak behoorlijk dissonant en dat maakt het zuiver zingen heel moeilijk. Ook dit vak is samen met de mensen van de pop- en jazzafdeling.

Daarna moeten we vocaal leren improviseren op jazzstandards. Meestal gebeurt dit op nonsenstekst. Of we dat ooit gaan moeten gebruiken in een musical weet ik niet, maar ik geloof dat dit een goede scholing is waar je veel uit kan leren. En het is ook gewoon leuk om te doen. In deze les zijn we met z’n zessen.

Op donderdag heb ik eerst een uur zangtechniek, daarna kan ik rustig gaan eten en dan werken we nog een half uur aan een song.

In mijn toneelles werken we dan weer aan monologen en dialogen. Voorlopig doen we het een beetje rustig aan, gezien mijn Duits nog steeds niet perfect is. Dus werk ik samen met een Koreaans meisje aan een dialoog. Eigenlijk zouden we dat moeten filmen. Twee mensen die geen Duits kunnen en toch in die taal een geloofwaardige scène proberen neer te zetten. Dit moet één van mijn komische mijlpalen worden uit mijn leven. Ik hoor de Duitsers al zeggen: “Die buitenlanders toch...”

In ensembledans studeren we choreografieën van bepaalde musicals in. Hierbij moeten we zingen, wat alles veel vermoeiender maakt. En aangezien dat een les van bijna 4 uur is, zal ik blij zijn als ik daarna nog thuis geraak. Dit vak zullen we met de hele musicalafdeling samen hebben. Zo’n 15 man. Voorlopig echter (tot eind oktober) worden deze uren in beslag genomen door leerlingen die aan een wedstrijd deelnemen om de school te vertegenwoordigen. De winnaar kan met € 5.000 aan de haal gaan. Je moet wel een Duitse nationaliteit bezitten. Verdorie toch..., slim gezien van die Duitsers...

Deel 4: Oma's aan de top!

woensdag 17 oktober 2007

Er zijn twee dingen in het leven die ik jammer genoeg nooit zal kunnen, hoewel ik er altijd van overtuigd was dat je alle dingen kon leren. Je moest het hard genoeg willen en er hard genoeg voor werken. Deze fabel heb ik ondertussen naast me neergelegd, beseffend dat ik nooit goed zal kunnen omgaan met elektronica en dat ik nergens mijn weg zal vinden.

Het eerste probleem los ik op met computervriendelijke kennissen en voor het tweede probleem heb ik me een GPS aangeschaft. Met het geld dat ik uitspaar aan rondrijd-benzine en aan bellen om te vragen waar ik zit, heb ik dit vernuftig toestelletje al lang terugverdiend.

Je kan je dus wel voorstellen dat het voor mij afzien is om alles geregeld te krijgen via het web. Gelukkig heb ik een zeer hippe oma die meer van computers afweet dan wie dan ook in de familie. Zo heeft zij me geleerd hoe ik cd’s kan kopiëren en hoe we met skype gratis kunnen bellen. Eigenlijk ben ik zelfs de trotse bezitter van twéé hippe oma’s. Zij hebben beiden een cursus engels gevolgd, SMS-sen er lustig op los en gaan samen naar de dansles.

Eén keer heb ik mogen genieten van een namiddagje “dancing bomma’s” kijken. Veel “grands battements” en pirouetten kwamen er natuurlijk niet aan te pas, maar ik moet zeggen dat ik onder de indruk was. Hun gezichten straalden. Dit moest ik vastleggen. Ik nam mijn camera en tot mijn grootste spijt/jolijt maakten ze de ene fout na de andere van pure zenuwachtigheid.

Aan het plotse geklungel van alle andere oudjes kon ik zien dat mijn oma’s normaal gezien de “sterren op de dansvloer” zijn en dat iedereen bij hen afkeek. Na de dansles echter moest ik plechtig beloven deze beelden niet op het web te zwieren. Alsof ik dat zou kunnen zonder haar hulp...

Maar goed, na zeer veel geklungel heb ik eindelijk gevonden hoe ik op web messenger geraak op onze schoolcomputers. Mijn oma is online (jaja, is ze niet geweldig?) en ze vraagt me of ik skype heb. “Of we dan even konden bellen” typte ze tergend langzaam. Voor haar verjaardag geef ik haar een cursus sneltypen, denk ik. Gelukkig staat skype reeds geïnstalleerd.

Ik plug de oortjes van mijn MP3-speler in en hoor haar stem. Na 35 “Hallo’s” en “Ik hoor je niet” besef ik dat ik beter vlug naar de winkel loop en mezelf een microfoontje koop. De winkel is niet ver en na een half uurtje praat ik over koetjes en kalfjes met mijn omaatje.

Wanneer ik naar huis wandel, schiet ik in de lach als ik aan haar laatste zin denk. “En zeg maar tegen uw vader dat als hij skype niet gedownload krijgt, ik het wel even kom doen...” Zeg nu zelf. Hoeveel oma’s van 74 hoor je zoiets zeggen...

Deel 3: Wir suchen einen Aushilfskraft

dinsdag 16 oktober 2007

Dat het niet makkelijk is om ergens in een ander land helemaal opnieuw te beginnen wordt stilaan duidelijk. Zeker als je de taal niet machtig bent. En voor iemand die normaal gezien heel wat geregeld krijgt via zijn diplomatische aanpak is dat nog een pak erger.

Zo blijven sommige zaken maar aanslepen omdat de oude dame van het secretariaat Engels noch Duits spreekt. Het Leipzigs schijnt het Duitse West-Vlaams te zijn waardoor geen van ons beiden elkaar verstaat. Na elke poging tot uitleg krijg ik steeds hetzelfde stoïcijnse gezicht, enkele tergend lange seconden stilte (waarin het steeds lijkt alsof ze in een coma wegzakt), gevolgd door twee diepe zuchten. Eerst haar zucht die impliceert dat ze het niet snapt en dan mijn zucht van opluchting dat ze nog leeft. Hoewel...., een vervanger zou nu wel handig zijn.

Ook op financieel vlak is het wennen. In België heb ik mijn studies altijd gecombineerd met werken. In het begin in de Horeca, later als notenleer- en pianoleerkracht. Door naar Leipzig te vertrekken, heb ik echter alles moeten opgeven, waardoor ik weer iets beter op mijn uitgaven moet letten. Daarom heb ik besloten werk te zoeken OF in de criminaliteit te stappen. Ik probeer best even het eerste...

Zo loop ik door de straten op zoek naar papiertjes waar “wir suchen einen Aushilfskraft” opstaat. Het geluk is aan mijn kant en ik zie na 5 minuten wandelen een kleine bakkerszaak waar ze iemand nodig hebben. Het is lang geleden dat ik nog eens echt gesolliciteerd heb, dus ik trek mijn stoutste schoenen aan en ga naar binnen.

Twee lieve oude dametjes staan fier achter hun toonbank. De één al verschrompelder dan de ander. En alweer die bezorgde blikken als ik mijn beste Duits bovenhaal. Maar ze verstaan me! Ze zeggen me dat ik moet terugkomen met Cv en sollicitatiebrief. Dat laatste wordt een probleem want dat zal in het Duits moeten. Nu goed, na 368 pogingen ben ik tevreden over het resultaat en laat mijn brief netjes afprinten in het dichtstbijzijnde internetcafé. De man leest “toevallig” mijn papieren en vraagt of ik werk zoek. Dat lijkt me duidelijk, dacht ik licht geïrriteerd. De ergernis verdwijnt echter als sneeuw voor de zon wanneer hij zegt dat HIJ eigenlijk wel iemand zoekt. Uiteindelijk wandel ik zelfs buiten zonder betalen. Deze vriendelijke meneer vond dat muzikanten hun geld beter aan andere dingen opdoen. Duitsers, ze blijven me verrassen...

Een dik half uur later sta ik in de winkel (mijn geld op te doen aan iets anders : eten) en valt mijn mond alweer open van verbazing. Twee politieagenten duwen bruusk iedereen opzij en pakken voor mijn ogen een man gestapo-gewijs op. Wat de man - die sneller dan het licht in de boeien geslagen werd - misdaan had weet ik niet, maar aangezien hij naast mij stond, checkte ik toch even of mijn GSM en portefeuille nog op de juiste plaats zaten. Gelukkig maar...
Je moet trouwens van lotje getikt zijn om hier iets te mispeuteren. Ze hebben werkelijk op elke hoek een politieagent staan.

Blij dat ik toch niet gekozen heb om in de criminaliteit te stappen.

Tom

Deel 2: The 101 steps

zaterdag 13 oktober 2007

“Wanneer vertrek je?” Een vraag die me de laatste maanden rond de oren vloog. Wat ik zeker nog wilde meemaken, waren de Vlaamse Musicalprijzen. Dat is voor mij al twee jaar zeer goed meegevallen, dus deze keer wilde ik ook van de partij zijn. Wie deed wat op welke manier, en wie zal, waar, wat doen? Een leuke avond verzekerd. Ook omdat je daarna iedereen die ietwat musical-minded is (terug)ziet én omdat het feestje uiteraard ook niet te versmaden is.... Mijn complimenten trouwens voor de organisatoren en iedereen die hieraan meegewerkt heeft.

Het emotionele moment kwam deze keer niet in één of andere song, neen, het kwam van Peter, onze ex-coördinator. Zijn ontslag doet hopelijk ergens een belletje rinkelen, of beter gezegd een alarmbel. Onze opleiding, die uniek is in België, zou toch wat beter ondersteund mogen worden, want dit begint werkelijk de spuigaten uit te lopen.

Maar goed, nog geen 30 uur na mijn thuiskomst van de VMP ben ik vertrekkensklaar. Mijn arm autootje helemaal volgeladen, vers getankt, GPS ingesteld en hop, daar gaan we. Acht uur later, aangekomen in mijn nieuwe woonst, besef ik dat het ergste eigenlijk nog moet komen. Al die spullen omhoog dragen.... en jawel, ik woon op de vierde verdieping... en neen hoor, er is geen lift.

Enkele nieuwsgierige Duitse medebewoners vroegen of ik hier kwam wonen en voor hoe lang. Me hartelijk verwelkomend gingen ze naar boven, met lege handen.... Dat ik misschien een helpend handje kon gebruiken, kwam niet in hun op. Dat belletje rinkelt dus ook al niet. In totaal 101 treden, 5 keer over en weer, reken maar... Mijn sport voor die dag zat er dus op.

Eens ik helemaal geïnstalleerd ben, maak ik nog een kleine wandeling op zoek naar eten. Ik merk dat ik naast de Leipzigse zoo en een mooie grote kerk woon. Ook het station is slechts 5 minuten wandelen. Dat valt zeer goed mee, want onder het station bevindt zich de Aldi. Mission completed: eten gevonden.

Donderdag, de eerste kennismaking met de leerkrachten en leerlingen. Weeral een nieuwe ervaring... Ze hebben hier nogal een eigenaardig systeem. De groepslessen liggen vast, maar de rest moet je zelf regelen. Een pittige dame die verdacht veel op Jessie De Caluwe lijkt, stapt op me af en vraagt of ik überhaupt wel Duits kan spreken. Ze is namelijk de leerkracht dictie (dacht ik het niet) en haar overbezorgde blik sprak boekdelen.

Deze blik deed me heel hard denken aan de blik die ik toegeworpen kreeg na mijn allereerste voorlezing in mijn allereerste dictieles in Brussel. Met opgeheven hoofd vermeld ik dat ik tijdens de vakantie een cursus Duits gevolgd heb en dus toch de trotse bezitter ben van enkele woorden én wat grammatica. Maar haar blik wordt alleen maar bezorgder. Nu ja, mijn belletje rinkelde alvast. We weten alweer aan wat werken dan...

Thuisgekomen merkt mijn kotgenoot Peter onmiddellijk dat ik mijn buik vol had van het Duits. Hijzelf komt uit Zuid-Afrika en al spreekt hij vloeiend Duits, toch praten we voornamelijk Engels. En Zuid-Afrikaans uiteraard...

Peter is aan het koken én wast zijn kleren. Onze keuken bevat namelijk ook een wasmachine. Op zich het vermelden niet waard, ware het niet dat dat primitieve ding ontzettend davert. Drogende borden en bestek worden trillend gedwongen tot een overlevingstocht tegen de zwaartekracht. Nog net op tijd vang ik een bord op dat de race naar de grond bijna gewonnen had.

Het daveren blijft nog even duren, dus ik lees eerst nog een boekje alvorens te gaan slapen, maar echt ver kom ik niet. Ik word ’s nachts wakker met mijn neus diep in bladzijde 5. ’s Morgens word ik lieflijk gewekt door de rinkelende belletjes van de kerktoren, die plots minder mooi lijkt...

Tom

Deel 1: Prospectie voor één jaar Leipzig

vrijdag 12 oktober 2007

Een jaar Leipzig. Eén van mijn zoveelste bevliegingen. Laat ons zeggen, tot nu toe zelfs één van de spannendste. Dat is zo omdat ik geen flauw idee heb van wat me allemaal te wachten staat, waardoor het moeilijk wordt om je degelijk voor te bereiden. Maar goed, het verhaal begint bij een korte prospectie van de stad en nog belangrijker : Die Hochschule für Musik und Theater.

Ik vertrok ’s morgens zeer vroeg met een autootje waarvan ik niet wist of hij het zou halen, en na het lezen van het dagboek van Roel Vankerckhoven bereidde ik me voor op het ergste. Het enige dat echter stuk gegaan is tijdens de rit, was mijn bril. Dus de schade viel best wel mee, bedacht ik bij mezelf. Ik had me ook vlot kunnen parkeren voor de deur van mijn nieuwe appartementje, dus het geluk lachte me reeds toe. Enfin, dat dacht ik toch.

Ik belde naar Magdalena Wachter, het meisje met wie ik reeds veel gemaild had, om te zeggen dat ik aangekomen was en dat ze me dus de sleutel kon bezorgen. Jammer genoeg bleek het nummer dat ze me gegeven had niet te kloppen. Of had ik het fout overgeschreven....? Hoe dan ook, daar stond ik dan. In the middle of nowhere, gepakt en gezakt als een muilezel, moe van de lange rit én een kapotte bril. Tot zover mijn geluk dus...

Na drie uur Leipzig verkend te hebben, op zoek naar een internetcafé om het GSM-nummer te checken, besefte ik dat Magdalena zich schromelijk van prefix-nummer had vergist en dat ik gewoon nog een extra nulletje moest toevoegen. Zo zie je maar, mijn juf wiskunde had gelijk toen ze zei dat we nooit zomaar een nulletje mochten weglaten.

Terug aan het huis gekomen zag ik dat mijn autootje reeds zijn eerste Duitse boete had gekregen. Tja, wie let er nu op die kleine plakkaatjes als je net 8 uur lang vele grotere plakkaten hebt gezien langs de weg. Ik begon zo stilaan het gevoel te hebben dat het geluk me niet meer toelachte, maar uitlachte.

Gelukkig stopte daar de pech. De volgende dag toonde Magdalena me alle mooie en leuke plekjes van Leipzig – de helft daarvan had ik natuurlijk reeds gezien op mijn zoektocht naar het internetcafé – én mijn toekomstige school. Je merkt onmiddellijk dat Leipzig een stad is met cultuur. Leipzig is dé Bach-stad bij uitstek en aangezien ik, alvorens musical te studeren, eerst mijn tanden heb gezet in klassieke piano, was dit voor mij een fantastische ervaring.

Maar dat was maar half zo fantastisch als de ontdekking die ik daarna deed. Het reusachtige gebouw waar ik het komende jaar veel zal vertoeven. Wat een accommodatie.... Je kan zien dat er daar wél subsidies zijn op musicalvlak. Dus wie ook de nieuwe minister van cultuur en onderwijs mag worden, hij mag zijn best doen om dit te evenaren.

Mijn korte periode in Leipzig vloog voorbij en ik ben weer thuis in Brussel. Ik weet niet goed wat ik er van moet denken. Het lijkt allemaal zo irreëel. Een jaar in zo’n geweldige stad mogen wonen én studeren... Het schrikt me af en het trekt me aan. Ik weet één ding : Ik ben nu al benieuwd naar mijn laatste hoofdstuk in mijn dagboek.

Tom

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!