|
vrijdag 4 april 2008
Mijn tijd in België zit er al weer op. Ondanks het feit dat ik veel gewerkt en veel gelachen heb, kijk ik toch uit naar mijn vertrek. Het is te lang geweest. Anderhalve maand jezelf moeten oppeppen om toch maar te blijven oefenen zonder enige vorm van controle, dat is te lang voor een beginnende danser.
Door mijn nakend vertrek, geef ik mijn nissan sunnytje nog een laatste opknapbeurt cadeau in mijn favoriete garage. Ze zien me daar ondertussen al graag komen. Wanneer ik mijn wrakje weer kom ophalen, krijg ik dan ook een gepeperde rekening voorgeschoteld. Ik slik even en denk: “Tja, ze zullen van mijn extra gordel weer een normale deurisolatie gemaakt hebben zeker...” Ik vond dat eigenlijk zelfs een beetje jammer, want ik begon er net aan te denken dit overmaatse elastiekje te versieren. Met kerst enkele kerstballen, met Pasen enkele paaseitjes en ga zo maar door. Maar wanneer ik mijn autootje eens liefkozend over de snuit wrijf en instap, merk ik dat ik mijn decoratietalent nog steeds kan botvieren, want ze hebben alles gerepareerd, behalve mijn benji-jump-accessoire.
Ik kan natuurlijk niet vertrekken voor ik eerst enkele voorstellingen gezien heb van “Falsettos”. Met mijn “gloednieuwe” auto rijd ik langs de hobbelige Nijverheidskaai op weg naar school. Bij elke bult hou ik mijn hart vast. Het zou wel eens net dàt bultje kunnen zijn dat van mijn vehikel een driewielertje maakt. We komen gelukkig veilig aan en kopen een ticketje voor de belachelijk goedkope prijs van ¬ 2,5.
Ik loop even de loges binnen om mijn klasje een dikke knuffel te geven en wacht al even zenuwachtig als de cast het begin van de show af. Dit doe ik uiteraard met een flinke blonde Leffe in de hand (Dat moeten ze zich in Duitsland toch ook echt eens aanschaffen). Net genietend van een koude slok hemelse Leffe, verslik ik me bijna van het verschieten. Voor de première heeft het gele gevaar zich helemaal opgedirkt in het... ROOD! Van kop tot teen kon je niets anders meer ontdekken dan roodgekleurde dingen.
Ik wilde haar net vragen of Steve, onze pianist, tijdens het wassen van haar gele kledij nog een rode sok in de wastrommel had laten liggen, toen ik bedacht dat ik maar beter mijn mond kon houden. In je eigen taal kan je je zo’n mopjes veroorloven omdat je de juiste woorden weet te kiezen om het niet beledigend te laten overkomen, maar in een vreemde taal moet je steeds opletten wat je eigenlijk zegt. Je maakt zo snel een vergissing en het laatste wat ik wou, was haar bespotten. Want haar werk is fantastisch en het is een ongelooflijk interessante vrouw. Ze ziet er zelf ook heel nerveus uit. Ze loopt wat rond en glimlacht naar iedereen die ze tegenkomt. Ja, ze voelt zich zelfs een beetje onwennig.
Misschien door de plotse opvallende rode kleur, hoewel... Je kan niet zeggen dat haar gele outfits onopvallend waren. Ik besloot het haar te vragen. “Het ligt niet meer in mijn handen.” zegt ze half lachend en half panikerend. “Doen ze het goed, dan doen ze het goed. Doen ze het slecht, tja...dan....”. No need to say more, de nervositeitkoningin is gevonden.
En dan plots, het teken. De show begint. Het was een aangrijpende show. Niet alleen was ik geraakt door het verhaal en de regie, maar evenveel door het acteerwerk van mijn collega-studenten. Stuk voor stuk zijn ze allemaal zo hard geëvolueerd. Dat merk je natuurlijk niet als je er zelf tussenstaat, maar als je enkele maanden bent weggeweest, dan valt het des te meer op. Bij het slotapplaus diggelen de traantjes over mijn wangen van goedkeurend geluk. België mag blij zijn. Er komt namelijk veel nieuw talent aangestormd.
Wanneer de lichten in de zaal aangaan en iedereen langzaam naar de bar sukkelt, wring ik me tussen het volk een weg naar buiten, naar de kleedkamer. Ik geef de mensen van mijn klas een dikke knuffel en krijg bijna niets uit mijn strot van emotie. Voor iemand die eigenlijk zelden huilt, is dit dus zeer bijzonder. Gelukkig word ik van planeet emo terug op aarde geslingerd door Jolijn, het enige meisje in het derde jaar en tevens de verbeteraar van mijn dagboeken. “Seg strandjanet, zo wenen...” Tja, het is duidelijk. De nieuwe man, de emotionele man, de man die veel doet in het huishouden (ahum, ahum...) wordt hier niet geapprecieerd. Ik droog dan maar snel mijn traantjes en smijt me opnieuw in de Leffe.
Even later komen de acteurs binnen, gevolgd door een blije Stormführer. Haar gezicht was zo rood van opwinding dat je bijna de scheidingslijn tussen hoofd en kledij niet meer kon zien. Een tevreden nieuwe coördinator torent hoog boven iedereen uit en feliciteert de afgepeigerde studenten. Ook de mensen van het licht hebben het fantastisch gedaan. Nog nooit had een productie zoveel lichtstanden. Het duo Laurenz en Saartje verdient dan ook een extra compliment, want deze keer werden er geen verkeerde knopjes toevallig ingeduwd, waardoor de show dus niet stilgelegd moest worden.
Ook onze pianist Steve verdient een mega-groepsknuffel. Meer dan twee uur speelt deze man onophoudelijk de begeleidingen, en geloof me, als pianist kan ik je vertellen dat zijn partijen niet van de poes zijn. Na de voorstelling drie keer te hebben gezien, is het tijd om in mijn grijze ik-rij-mezelf-nog-eens-de-vernieling-in sunny te stappen en mijn queeste in Duitsland verder te zetten.
|