The
flash plugin might not be installed, and is required to view this website.
Download flash plugin on: http://www.macromedia.com/go/getflashplayer
Verslag
De ene ‘Edith’ is de andere ‘Piaf’ niet, zo bedacht Yves Caspar. De auteur en regisseur van het nieuwe muziektheaterstuk ‘Edith’ vond dat met de stroom theaterstukken, musicals en films over de ‘Straatmus’ het beeld van de legendarische Franse chansonnière nog niet compleet was. Hij schreef een vlot maar ietwat lang stuk, dat de scherpere kanten van Piafs persoonlijkheid netjes wegvijlt. Goed, ze scheldt nog wel eens af en toe de mensen om haar heen flink de huid vol en ze zet geregeld een flinke spuit morfine. Maar haar turbulente leven en haar tijd op straat krijgen een flinke dosis romantiek over zich heen. Daardoor heeft ‘Edith’, meer dan het bekende stuk ‘Piaf’ van Pam Gems, iets weg van een lange hagiografie van een grote fan.
Caspar bouwt ‘Edith’ op als een tv-interview met Piafs laatste en veel jongere geliefde Théo Saparo. Slim, want zo kan hij de ene scène vrij organisch laten overgaan in de volgende. Voice-overs zijn vaak een zwaktebod, zowel in film als op theater, maar bij ‘Edith’ storen ze niet. Als regisseur houdt Caspar de voorstelling goed op ritme, maar dat neemt niet weg dat hij hier en daar nog wat had kunnen snoeien.
De titelrol wordt gespeeld door de jonge zangeres Gudrun Roos, een jazz-zangstudente aan het Gentse conservatorium en frontdame van de groep Douce Ambiance die chansons brengt. Ze acteert behoorlijk, maar mankeert toch de maturiteit om de mens Piaf geloofwaardig neer te zetten. Als ze echter achter de microfoon plaatsneemt om een van de vele onvergetelijke Piafliedjes te brengen, ondergaat ze plots een gedaanteverwisseling. Wat in haar spel een waakvlammetje blijft, wordt bij het zingen plots een steekvlam. En daar verschijnt dan toch die kleine grote dame. Daarvoor heeft Roos geen overdadige schmink nodig; haar zang en gestiek zijn voldoende. En hoewel ze de houding en gebaren van Piaf goed heeft bestudeerd, komen ze bij Roos niet geforceerd of maniëristisch over. Geruggensteund door een prima accordeonist en pianist, krijgen de liedjes van Piaf een getrouwe en respectvolle behandeling.
De bijrollen worden behoorlijk tot goed neergezet. Yves Willems vergaloppeert zich aan één van Piafs ontdekkers, Raymond Asso, in ongenuanceerd spel en voelt zich duidelijk veel beter in de huid van Ediths grote liefde, de bokser Marcel Cerdan. Ingrid Van Rensbergen is vooral overtuigend in de dienende rol van Ediths vriendin en pianiste Marguerite Monnot, terwijl haar journaliste een te strenge ‘Phara’-saus over zich heen krijgt. De doorgewinterde Aafke Bruining is goed op dreef, eerst komisch en speels als Piafs straatvriendin Simone Berteaut en later gestreng maar warmhartig als haar steun en toeverlaat Andrée Bigeard. Ook Yves Caspar zelf als Théo en Gunther Reniers als de twee ‘Louis’ bespelen de juiste registers.
‘Edith’ is een mooie en warme maar iets te lange voorstelling, die nog wat moet rijpen. Vooral de soundtrack bij haar leven door Gudrun Roos is een troefkaart waar het jonge productiehuis Compagnie Lowie mee mag uitpakken.
Johan

